Kees-Willem Rademakers maakt zich zorgen over de toekomst van het platteland. © Rene Bouwman
Wierd Duk
Met kromme tenen keek Kees-Willem Rademakers (45) de afgelopen jaren naar het debat over het platteland en ons voedselsysteem. „De boeren worden gezien als de veroorzaker van alle problemen rond klimaat en milieu: met de natuur, met stikstof, met het voedsel en met de dieren.”
Dat is een veel te simpele voorstelling van zaken, vindt Rademakers, die werkt als docent stads- en voedsellogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam. „Ons voedselsysteem is zo’n complex vraagstuk. Het ware verhaal wordt zelden verteld. Media, politiek, collega’s: er worden allerlei simpele aannames gedaan die wetenschappelijk helemaal niet zijn geverifieerd. En de boeren zijn hiervan het slachtoffer.”
Overheid ’vernietigt’ platteland
Fast forward: Rademakers, die vijf jaar geleden verhuisde van Amsterdam naar een fraai huis bij Kockengen, is voorzitter van de nieuw opgerichte Vakbond voor Plattelandsbewoners die donderdag wordt gepresenteerd. Samen met schrijfster, columniste en podcastmaker Marianne Zwagerman en andere activisten wil Rademakers inwoners van het buitengebied samenbrengen – boeren én burgers – om ’gezamenlijk op te trekken’ tegen overheidsplannen die in hun ogen het platteland ’vernietigen’.
Kees Willem Rademakers, beoogd voorzitter van de nieuwe Vakbond voor Plattelandsbewoners. © Rene Bouwman
De initiatiefnemers waarschuwen: ’Boerderijen en het cultuurhistorische agrarische landschap verdwijnen. Er komen datacenters, distributiedozen, megawindturbines, zonnevelden, hoogspanningsstations en defensieterreinen voor terug. Zo verdwijnt niet alleen de landbouw, maar ook gemeenschapszin, veiligheid, voedselzekerheid en leefbaarheid’.
’Geen idee waar Kockengen lag’
Rademakers was een ’typische Randstedeling’ toen hij neerstreek bij zijn vriendin in Kockengen. „Ik kwam uit Amsterdam, mijn sociale leven en werk waren in de stad. Ik wist niet eens waar Kockengen lag. Ik was geen onderdeel van deze omgeving.”
Dat laatste veranderde. Rademakers: „We woonden hier net en ik keek uit over die prachtige polders met de koeien in de wei. Genieten. Toen begreep ik dat de boer die de weilanden onderhoudt, te horen had gekregen dat hij maar beter kon stoppen. Hij kreeg zijn vergunningen niet meer. Dat was voor mij een enorm belangrijk moment. Niet alleen vanuit mijn werk begreep ik dat ons voedselsysteem helemaal vastzit. Maar ook persoonlijk voelde ik nu: in mijn omgeving gaat het mis. Wat moet ik nu doen? Wat kán ik doen?”
Protestborden en omgekeerde Nederlandse vlaggen als uiting van boerenprotest in een weiland bij Mijdrecht (Utrecht). © ANP / Marcel Antonisse
Rademakers zag hoe PAS-melders in de problemen kwamen. Die (meest) agrarische bedrijven deden, onder het Programma Aanpak Stikstof (PAS), een melding voor uitbreiding, waarbij een vergunning niet nodig was zolang de stikstofuitstoot onder een bepaalde drempel bleef. Maar de meldingen werden in 2019 ongeldig verklaard door de Raad van State. Gevolg: onzekerheid, onbegrip, woede ook.
Cultureel erfgoed beschermen
Rademakers: „Die hele vergunningverlening: klopten de aannames en de argumentatie wel? Op welke data was die gebaseerd?”
Te vaak, begreep Rademakers, wordt in de politieke besluitvorming over de toekomst van het platteland gedaan aan
cherry picking. „We zien het nu in de provincie Utrecht, waar een programma voor het landelijk gebied wordt uitgerold om de energietransitie en het bouwen van huizen mogelijk te maken.”
„Boeren en fruittelers moeten er weg, want de natuur en de waterkwaliteit zouden er niet op orde zijn. Maar wat ontdekten onafhankelijke onderzoekers? Dat de kaartjes die Nederland over de natuur- en waterkwaliteit in dit specifieke gebied aanlevert in Brussel, helemaal niet rood zijn, maar groen! Kijk, dan denk ik: dit klopt niet. En wat mist er in deze discussie? De bewoners van het platteland.”
Kees-Willem Rademakers: „De boeren zorgen niet alleen voor ons voedsel, maar ze helpen ook bij het in stand houden van de lokale economie.” © Rene Bouwman
Hier komt de nieuwe vakbond om de hoek kijken. Rademakers: „We hebben een haan als logo: die moet de plattelandsbewoners – niet alleen de boeren, ook burgers en ondernemers – wakker maken. Mensen als ik, import, moeten beseffen: we moeten wat teruggeven aan de plek waar we zijn gaan wonen en naast de boeren gaan staan. We hebben cultureel erfgoed te beschermen.”
’Burgers moeten inspraak krijgen’
Een land kan zijn (strategische) voedselvoorziening en zijn boeren niet zomaar opgeven, benadrukt Rademakers. „De boeren zorgen niet alleen voor ons voedsel, maar ze helpen ook bij het in stand houden van de lokale economie en bij de ondersteuning van het natuurbeheer. We moeten samen met hen bouwen aan de toekomst van het platteland. Dat kunnen we niet overlaten aan technocraten en aan bestuurders die hopen te eindigen op het pluche in Den Haag.”
Hoe gaat een nieuwe vakbond dit doen? „We gaan lokale en regionale politici achter de broek zitten, activiteiten zoals die petitie - we streven naar een miljoen handtekeningen - en andere evenementen organiseren. In het algemeen gaan we ervoor zorgen dat burgers van het platteland werkelijk inspraak krijgen.”