Mensen vragen me hoe ik tijdens het reizen een vleeseter blijf. Ik denk er geen seconde over na.
Ik bekijk het menu. Ik zoek het vlees. Ik bestel het vlees. Ik eet het vlees en laat de garnering die ongevraagd op mijn bord is beland, staan.
Ik ondervraag de ober niet over welke olie de steak heeft gezien. Ik ga een Griek niet uitvragen over zijn pan. Driehonderdzestig dagen per jaar eet ik rundvlees, eieren en boter, en die balans levert me een steak op die gebakken is in iets waar ik liever niet in gebakken zou zien, in een land waar ik van geniet, zonder een greintje schuldgevoel.
De mensen die in paniek raken om één restaurantmaaltijd hebben het helemaal verkeerd. Een lichaam dat het hele jaar door robuust is gebleven, kan één diner wel aan. Het hele punt van goed eten is dat die ene uitzondering je niets kan doen.
Rigiditeit wordt verward met discipline. Meestal is het gewoon kwetsbaarheid in een vermomming.
Bestel het vlees, laat de garnering staan en geniet van het land waarvoor je eigenlijk bent gereisd.