Selenium is een zogenaamd sporenelement, wat betekent dat het in uiterst beperkte (nauwelijks meetbare) hoeveelheden nodig is. Het komt van nature voor in verschillende gewassen en in vlees van dieren die zich met die planten voeden. Volle granen, noten (met name paranoten), vis en orgaanvlees behoren tot de voedingsmiddelen die de meeste selenium bevatten.
De wetenschap heeft ten minste 25 verschillende seleniumafhankelijke eiwitten (selenoproteïnen) in het lichaam geïdentificeerd. Zonder selenium kunnen deze eiwitten niet functioneren. Zelfs bij een ontoereikende inname van selenium functioneren de selenoproteïnen al niet optimaal.
De Selenoproteïne-familie:
- Jodothyronine-deiodinases 1-3: DIO1, DIO2 en DIO3
- Glutathionperoxidases (GPx-1, GPx-2, GPx-3, GPx-4 en GPx-5)
- Selenofosfaatsynthetase 2 (SPS2)
- Thioredoxinereductases 1-3 (TXNRD1, TXNRD2 en TXNRD3)
- Selenoproteïnen: SelH, SelI, SelK, SelM, SelN, SelO, SelP, SelR, SelS, SelT, SelV, SelW, Sel15
Selenoproteïnen zijn belangrijk voor diverse processen, zoals:
- het verminderen van oxidatieve stress
- het beschermen van cellen en celmembranen
- het voorkomen van oxidatie van lipiden (vetten)
- het ondersteunen van de vruchtbaarheid
- het verminderen van ontstekingsprocessen
- het ondersteunen van de normale werking van de schildklier
Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH): 50-70 microgram.Studies hebben echter aangetoond dat seleniumsuppletie in het bereik van 100-200 microgram per dag gezondheidsvoordelen kan opleveren, zoals een verlaagd risico op bepaalde vormen van kanker. Een Britse studie uit 2010 toonde aan dat iets meer dan 100 microgram selenium per dag (uit voeding en supplementen) nodig is om selenoproteïne P (SelP) te verzadigen. Dit specifieke selenoproteïne wordt beschouwd als een zeer nuttige maatstaf voor een optimale seleniuminname, omdat het goed reageert op veel verschillende soorten selenium die van nature in onze voeding voorkomen.
Bron: Am J Clin Nutr April 2010 vol. 91 no. 4 923-931
Europeanen vallen erbuitenEerder dit jaar publiceerde de gerenommeerde Britse onderzoeker professor Margaret P. Rayman van de University of Surrey in Guildford een rapport genaamd
“Selenium and Human Health” in het tijdschrift
The Lancet. In haar rapport wijst Rayman onder andere op het interessante feit dat in gebieden met een lage seleniuminname, zoals Europa, er duidelijke voordelen lijken te zijn verbonden aan een verhoogde inname van selenium. Enkele van de factoren die in het rapport worden genoemd als belangrijk voor het cardioprotectieve (hartbeschermende) effect van selenium, zijn de ondersteunende werking van de voedingsstof op bepaalde selenoproteïnen die oxidatieve modificatie van lipiden (lipidoperoxidatie) voorkomen, bloedplaatjesaggregatie remmen en ontstekingen verminderen.
Volgens het seleniumrapport van Rayman bedraagt de gemiddelde seleniuminname van Europeanen 40 microgram, wat aanzienlijk lager is dan de aanbevolen ADH-waarde van 50-60 microgram. Alleen al in het Verenigd Koninkrijk is de gemiddelde seleniuminname in de periode 1974-1995 met ongeveer 50% afgenomen. Een deel van deze afname kan worden verklaard door de daling in de import van seleniumrijke tarwe voor bakkersmeel uit Noord-Amerika (waar de seleniumgehalten in de landbouwgrond aanzienlijk hoger zijn).
Bron: Lancet. 2012 Mar 31;379(9822):1256-68) MacPherson, A., Barclay, M.N.J., Scotts, R. & Yates, R.W.S. 1997. Loss of Canadian wheat imports lowers selenium intake and status of the Scottish population. In: Trace Elements in Man and Animals – Proceedings of 9th International Symposium on Trace Elements in Man and Animals. Fischer, P.W.F., L’Abbe, M.R., Cockell, K.A., Gibson, R.S. p. 203-205. eds. Ottawa, Canada, NRC Research Press.) MAFF. 1997. UK Dietary Intake of Selenium. MAFF Food Surveillance Information Sheet: No. 126. London, MAFF/HMSO.
*In Finland werd de verrijking van meststoffen met selenium verplicht in 1985.