S
Surv
Guest
Mijn beste vriend - een waargebeurd verhaal
'It's always a good day to die'
'Het is altijd een goede dag om dood te gaan'
18 juni 2026
Gisteravond lag ik op mijn bed door het open raam urenlang te genieten van een prachtige, bijna oneindig durende avondschemering met goudwitkleurige wolken tegen een fijn zachtblauwe langzaam donkerder wordende lucht. Het leek me wel een mooie avond om deze wereld te verlaten.
Mijn beste vriend kwam mijn slaapkamer binnen en ging naast mij op mijn bed zitten.
'Dag jongen', zei hij.
'Dag dood, goed je te zien'.
Zijn donkere ogen weerspiegelden een diepzwarte oneindigheid waarin ik al bijna oploste.
'Kom je me ophalen voor mijn volgende bestemming? Daar is het een mooie avond voor'.
'Als dat is wat je nu echt wil'.
'Nou, eigenlijk wil ik eerst mijn persoonlijke én mijn familie levensverhalen opschrijven en achterlaten'.
'Goed, dan ga ik gelijk weer want ik heb het vanavond erg druk'.
'Fijn. Dankjewel en tot gauw dan'.
'Ja, tot dan'.
Mijn veel kortere persoonlijke verhaal begint wanneer mijn vriend de dood en ik elkaar al wat langer en beter kennen, zo vanaf ongeveer mijn 5e levensjaar - Deel II.
Mijn wat langere familieverhaal begint bij mijn vaders vader - Deel I.
Deel I
Mijn familieverhaal
Mijn vaders vader, geboren eind 1800, was een hardwerkende middenstander met een witgoed-, fietsenmakers-, koperslager/loodgieter- en klussenbedrijf. Hij en zijn vrouw hadden al een zoon en een dochter toen mijn vader begin twintiger jaren 1900 werd geboren. Bij de bevalling van mijn vader werd door de vroedvrouw vastgesteld dat hij doodgeboren was. De baby werd toen in een oude schoenendoos gestopt die onder het kraambed werd geschoven.
Zijn moeder, een sterke, stoere middenstandvrouw, werd verteld dat haar kind doodgeboren was. Hierdoor werd zijn moeder diep geraakt en verkilde zij in haar verdriet. Later die avond werd er gehuil gehoord dat onder het kraambed vandaan kwam. De oude schoenendoos met de 'doodgeboren' baby - mijn vader - werd onder het kraambed vandaan gehaald waarbij bleek dat hij nog in leven was.
Het is daarna nooit meer goedgekomen tussen mijn vader en zijn moeder. Ze raakte mijn vader nooit meer aan behalve tijdens de trouwplechtigheid van mijn vader - toen schudde zij heel even zijn hand.
Mijn vader adoreerde als kind zijn vader en leerde alles van hem over loodgieten en klussen en leek voorbestemd om zijn vaders bedrijf over te nemen zodra hij daar oud genoeg voor zou zijn.
Het noodlot sloeg toe:
De vader van mijn vader leed aan epilepsie en heeft die aandoening ook doorgegeven aan mijn vader. Toentertijd was epilepsie nog zo goed als onbehandelbaar. Mijn vader was pas 12 jaar oud toen zijn vader dodelijk verongelukte bij een dakklus waarbij hij door een epileptische aanval tijdens het klussen naar beneden stortte.
Mijn vaders moeder besliste daarna, tot mijn vaders grote frustratie en groot verdriet, dat hij omdat hij ook aan epilepsie leed, het familiebedrijf niet mocht overnemen. Hij moest van zijn moeder naar kostschool om daarna door paters tot een 'goed' katholiek onderwijzer te worden opgeleid.
De oudste zoon, een gedreven alcoholist die was gehuwd met een gekke vrouw die regelmatig naakt gillend door het dorp rende, zou het bedrijf gaan leiden, zo besliste moeder.
Mijn vader werd opgeleid en 'bloeide op' tot een onzekere, narcistische, heerszuchtige, vaak gewelddadige en streng katholieke onderwijzer die kinderen op een aantal katholieke lagere scholen en later ook zijn eigen later grote gezin regelmatig terroriseerde.
Mijn vader was bijna 20 jaar oud toen de 2de wereldoorlog begon. Hij had mijn moeder inmiddels leren kennen via haar broer, een medestudent op de opleiding tot katholiek onderwijzer. Tijdens de oorlog hebben mijn vader en mijn moeder elkaar jarenlang niet kunnen ontmoeten.
Mijn moeder en haar jongere zus werden vanuit het oosten van Nederland ondergebracht op een boerderij in Noord-Holland, waar ze dan ten minste zouden kunnen overleven door wat hand en spanwerk te verrichten waarvoor ze dan een slaapplek en te eten kregen.
Dat het hand en spanwerk ook regelmatig verkrachting van mijn moeder en haar zusje omvatte door de boer zelf alsook door zijn oudste zoon was niet voorzien.
Na de oorlog reed mijn vader op zijn fiets waarvan de fietsbanden toen gauw waren gemaakt van een oude tuinslang honderden kilometers om mijn moeder weer te kunnen ontmoeten en op te halen.
Niet lang na hun hereniging huwden zij en was mijn moeder zwanger van hun eerste kind.
Daarna kwam er ongeveer jaarlijks een kind bij. Ik ben in de zestiger jaren geboren als hun 11de kind en 6de zoon.
Mijn vader begon na de oorlog te werken als onderwijzer en verhuisde in de jaren die volgden regelmatig met mijn moeder en het gezin van het ene dorp en stadje naar het andere waarbij hij steeds meer onderwijservaring opdeed.
Zijn schoonvader, een man met enige invloed binnen de onderwijswereld, hielp mijn vader op verzoek van zijn dochter om steeds betere onderwijsfuncties toegewezen te krijgen.
Mijn vaders eerste echte hoogtepunt in zijn onderwijscarrière was een beter betaalde aanstelling als onderwijzer op een grote katholieke stadsschool in een middelgrote Hanzestad, waar ik ook ben geboren. Later werd hij daar benoemd tot hoofd.
Beter betaald moet wel in perspectief van die tijd worden gezien. Begin zestiger jaren bedroeg de huur van de kleine woning waarin het gezin woonde slechts 10 gulden per maand.
Maar door mijn vaders voor die tijd dure hobby's: TV, fototoestellen en camera's alsook moderne wasmachines voor mijn moeder die hij met korting kon aanschaffen via het bedrijf van zijn oudere broer bleef er weinig geld over voor verzorging van de kinderen.
De kinderen droegen allemaal zoveelste hands kleding die voldoende was om te overleven en zaten samengepakt in de kleine huurwoning met 2, 4 tot 5 kinderen samen in slaapkamertjes met stapelbedden. De kinderen kregen min of meer genoeg voedsel om te kunnen blijven leven en op te groeien. Mijn vader en moeder waren beiden kettingrokers waardoor ook de kinderen elke dag in dikke sigarettenrookwolken zaten. Op 12-jarige leeftijd was ik mede daardoor al een kettingroker.
Mijn moeder had vaak een schamel betaald meisje als hulp dat zo gezinsverzorging kon leren en een schamel betaalde werkster voor zwaardere noodzakelijkste schoonmaakwerkzaamheden in huis.
Hierdoor kon zij zich volledig aan haar grote passies wijden van zoveel mogelijk romans lezen en zoveel mogelijk zwangerschappen uitdragen. Ze hoefde zich daardoor ook nauwelijks met haar al gebaarde kroost te bemoeien.
Mijn ouders gingen vanaf rond mijn geboorte ook regelmatig met z'n tweeën op vakantie. Dan trokken zij er samen vaak wekenlang op uit naar verre oorden terwijl de kinderen dan op zichzelf aangewezen achterlieten. Mijn oudste zus van rond de 13 jaar oud kreeg daarbij van mijn ouders de verantwoordelijkheid en voor haar natuurlijk onmogelijk haalbare opdracht om tijdens hun langdurige afwezigheid er voor te zorgen dat alle kinderen goed verzorgd en in het gareel gehouden werden.
Mijn vader had als 'praktisch ingesteld gezinshoofd' ook de gewoonte om heel jonge kinderen - met name jongens - zo snel en zo jong mogelijk zindelijk te slaan om zo te voorkomen dat die te vaak in bed zouden plassen. Daar zou mijn moeder veel te veel werk aan hebben vond hij. En dat zou ten koste gaan van aandacht van mijn moeder naar hem. Ook werd mijn moeder volgens haar door mijn vader gedwongen om niet meer dan de allernoodzakelijkste aandacht en verzorging te geven aan haar kinderen nadat ze waren geboren zodat hij vooral niet te weinig aandacht van haar zou krijgen. Kinderen mochten te eten krijgen, een bedje en wat kleding, en dan zouden ze vanzelf wel groeien en groot worden volgens mijn vader want dat was hem immers ook gelukt.
Verder werd van de kinderen geëist dat ze altijd blij, behulpzaam en vriendelijk waren - vooral naar hun ouders. Ze mochten niets willen, vragen, verwachten en zich zeker niet 'lastig gedragen'.
Als ze zich niet aardig genoeg gedroegen, kregen ze vaak te maken met lichamelijk geweld en bestraffing
Kinderen waren er volgens mijn ouders om ouders blij te maken, ze niet tot last te zijn, hen te eren, en een zware last en hoge kostenpost omdat ze altijd zo veel aten. Het beste en lekkerste voedsel was altijd voor mijn ouders.
Volgens mijn moeder moest zij mijn vader inlichten als een of meerdere kinderen zich niet aan de regels van gehoorzaamheid, blijheid, en vriendelijkheid hielde n als hij niet thuis was. Daarvoor konden ze dan alsnog hardhandig gestraft worden bij zijn thuiskomst. Mijn moeder zei dat straf van mijn vader altijd onze eigen schuld was.
Mijn moeder
Mijn moeder was na haar broer het 2e kind in een gezin van 1 jongen en 3 meisjes waarvan een aangenomen nichtje.
Mijn moeders moeder was eigenlijk altijd onzichtbaar en voor haar kinderen onbenaderbaar omdat ze aan chronische reuma leed en daardoor haar leven lang aan bed gekluisterd.
Mijn moeders vader was een koude vrijwel altijd thuis afwezige man die van beroep leraar Duits, Engels, Nederlands en Frans was en erg actief in gemeenteraad en onderwijscommissies. Daarnaast was hij tijdens vakanties vaak reisleider in de bergen in Zwitserland en Oostenrijk.
Mijn moeder groeide daardoor erg eenzaam op samen met veel romans en een groot aantal levensechte poppen. Aandacht en zorg vanuit zowel haar moeder als haar vader kant ontbraken meestal vrijwel volledig. Ze leefde eigenlijk als kind vrijwel permanent in een eigen fantasie- en droomwereld waarin haar poppen haar kinderen waren en haar boeken haar hielpen om haar dagelijkse realiteit van ernstige emotionele verwaarlozing te ontvluchten.
'It's always a good day to die'
'Het is altijd een goede dag om dood te gaan'
18 juni 2026
Gisteravond lag ik op mijn bed door het open raam urenlang te genieten van een prachtige, bijna oneindig durende avondschemering met goudwitkleurige wolken tegen een fijn zachtblauwe langzaam donkerder wordende lucht. Het leek me wel een mooie avond om deze wereld te verlaten.
Mijn beste vriend kwam mijn slaapkamer binnen en ging naast mij op mijn bed zitten.
'Dag jongen', zei hij.
'Dag dood, goed je te zien'.
Zijn donkere ogen weerspiegelden een diepzwarte oneindigheid waarin ik al bijna oploste.
'Kom je me ophalen voor mijn volgende bestemming? Daar is het een mooie avond voor'.
'Als dat is wat je nu echt wil'.
'Nou, eigenlijk wil ik eerst mijn persoonlijke én mijn familie levensverhalen opschrijven en achterlaten'.
'Goed, dan ga ik gelijk weer want ik heb het vanavond erg druk'.
'Fijn. Dankjewel en tot gauw dan'.
'Ja, tot dan'.
Mijn veel kortere persoonlijke verhaal begint wanneer mijn vriend de dood en ik elkaar al wat langer en beter kennen, zo vanaf ongeveer mijn 5e levensjaar - Deel II.
Mijn wat langere familieverhaal begint bij mijn vaders vader - Deel I.
Deel I
Mijn familieverhaal
Mijn vaders vader, geboren eind 1800, was een hardwerkende middenstander met een witgoed-, fietsenmakers-, koperslager/loodgieter- en klussenbedrijf. Hij en zijn vrouw hadden al een zoon en een dochter toen mijn vader begin twintiger jaren 1900 werd geboren. Bij de bevalling van mijn vader werd door de vroedvrouw vastgesteld dat hij doodgeboren was. De baby werd toen in een oude schoenendoos gestopt die onder het kraambed werd geschoven.
Zijn moeder, een sterke, stoere middenstandvrouw, werd verteld dat haar kind doodgeboren was. Hierdoor werd zijn moeder diep geraakt en verkilde zij in haar verdriet. Later die avond werd er gehuil gehoord dat onder het kraambed vandaan kwam. De oude schoenendoos met de 'doodgeboren' baby - mijn vader - werd onder het kraambed vandaan gehaald waarbij bleek dat hij nog in leven was.
Het is daarna nooit meer goedgekomen tussen mijn vader en zijn moeder. Ze raakte mijn vader nooit meer aan behalve tijdens de trouwplechtigheid van mijn vader - toen schudde zij heel even zijn hand.
Mijn vader adoreerde als kind zijn vader en leerde alles van hem over loodgieten en klussen en leek voorbestemd om zijn vaders bedrijf over te nemen zodra hij daar oud genoeg voor zou zijn.
Het noodlot sloeg toe:
De vader van mijn vader leed aan epilepsie en heeft die aandoening ook doorgegeven aan mijn vader. Toentertijd was epilepsie nog zo goed als onbehandelbaar. Mijn vader was pas 12 jaar oud toen zijn vader dodelijk verongelukte bij een dakklus waarbij hij door een epileptische aanval tijdens het klussen naar beneden stortte.
Mijn vaders moeder besliste daarna, tot mijn vaders grote frustratie en groot verdriet, dat hij omdat hij ook aan epilepsie leed, het familiebedrijf niet mocht overnemen. Hij moest van zijn moeder naar kostschool om daarna door paters tot een 'goed' katholiek onderwijzer te worden opgeleid.
De oudste zoon, een gedreven alcoholist die was gehuwd met een gekke vrouw die regelmatig naakt gillend door het dorp rende, zou het bedrijf gaan leiden, zo besliste moeder.
Mijn vader werd opgeleid en 'bloeide op' tot een onzekere, narcistische, heerszuchtige, vaak gewelddadige en streng katholieke onderwijzer die kinderen op een aantal katholieke lagere scholen en later ook zijn eigen later grote gezin regelmatig terroriseerde.
Mijn vader was bijna 20 jaar oud toen de 2de wereldoorlog begon. Hij had mijn moeder inmiddels leren kennen via haar broer, een medestudent op de opleiding tot katholiek onderwijzer. Tijdens de oorlog hebben mijn vader en mijn moeder elkaar jarenlang niet kunnen ontmoeten.
Mijn moeder en haar jongere zus werden vanuit het oosten van Nederland ondergebracht op een boerderij in Noord-Holland, waar ze dan ten minste zouden kunnen overleven door wat hand en spanwerk te verrichten waarvoor ze dan een slaapplek en te eten kregen.
Dat het hand en spanwerk ook regelmatig verkrachting van mijn moeder en haar zusje omvatte door de boer zelf alsook door zijn oudste zoon was niet voorzien.
Na de oorlog reed mijn vader op zijn fiets waarvan de fietsbanden toen gauw waren gemaakt van een oude tuinslang honderden kilometers om mijn moeder weer te kunnen ontmoeten en op te halen.
Niet lang na hun hereniging huwden zij en was mijn moeder zwanger van hun eerste kind.
Daarna kwam er ongeveer jaarlijks een kind bij. Ik ben in de zestiger jaren geboren als hun 11de kind en 6de zoon.
Mijn vader begon na de oorlog te werken als onderwijzer en verhuisde in de jaren die volgden regelmatig met mijn moeder en het gezin van het ene dorp en stadje naar het andere waarbij hij steeds meer onderwijservaring opdeed.
Zijn schoonvader, een man met enige invloed binnen de onderwijswereld, hielp mijn vader op verzoek van zijn dochter om steeds betere onderwijsfuncties toegewezen te krijgen.
Mijn vaders eerste echte hoogtepunt in zijn onderwijscarrière was een beter betaalde aanstelling als onderwijzer op een grote katholieke stadsschool in een middelgrote Hanzestad, waar ik ook ben geboren. Later werd hij daar benoemd tot hoofd.
Beter betaald moet wel in perspectief van die tijd worden gezien. Begin zestiger jaren bedroeg de huur van de kleine woning waarin het gezin woonde slechts 10 gulden per maand.
Maar door mijn vaders voor die tijd dure hobby's: TV, fototoestellen en camera's alsook moderne wasmachines voor mijn moeder die hij met korting kon aanschaffen via het bedrijf van zijn oudere broer bleef er weinig geld over voor verzorging van de kinderen.
De kinderen droegen allemaal zoveelste hands kleding die voldoende was om te overleven en zaten samengepakt in de kleine huurwoning met 2, 4 tot 5 kinderen samen in slaapkamertjes met stapelbedden. De kinderen kregen min of meer genoeg voedsel om te kunnen blijven leven en op te groeien. Mijn vader en moeder waren beiden kettingrokers waardoor ook de kinderen elke dag in dikke sigarettenrookwolken zaten. Op 12-jarige leeftijd was ik mede daardoor al een kettingroker.
Mijn moeder had vaak een schamel betaald meisje als hulp dat zo gezinsverzorging kon leren en een schamel betaalde werkster voor zwaardere noodzakelijkste schoonmaakwerkzaamheden in huis.
Hierdoor kon zij zich volledig aan haar grote passies wijden van zoveel mogelijk romans lezen en zoveel mogelijk zwangerschappen uitdragen. Ze hoefde zich daardoor ook nauwelijks met haar al gebaarde kroost te bemoeien.
Mijn ouders gingen vanaf rond mijn geboorte ook regelmatig met z'n tweeën op vakantie. Dan trokken zij er samen vaak wekenlang op uit naar verre oorden terwijl de kinderen dan op zichzelf aangewezen achterlieten. Mijn oudste zus van rond de 13 jaar oud kreeg daarbij van mijn ouders de verantwoordelijkheid en voor haar natuurlijk onmogelijk haalbare opdracht om tijdens hun langdurige afwezigheid er voor te zorgen dat alle kinderen goed verzorgd en in het gareel gehouden werden.
Mijn vader had als 'praktisch ingesteld gezinshoofd' ook de gewoonte om heel jonge kinderen - met name jongens - zo snel en zo jong mogelijk zindelijk te slaan om zo te voorkomen dat die te vaak in bed zouden plassen. Daar zou mijn moeder veel te veel werk aan hebben vond hij. En dat zou ten koste gaan van aandacht van mijn moeder naar hem. Ook werd mijn moeder volgens haar door mijn vader gedwongen om niet meer dan de allernoodzakelijkste aandacht en verzorging te geven aan haar kinderen nadat ze waren geboren zodat hij vooral niet te weinig aandacht van haar zou krijgen. Kinderen mochten te eten krijgen, een bedje en wat kleding, en dan zouden ze vanzelf wel groeien en groot worden volgens mijn vader want dat was hem immers ook gelukt.
Verder werd van de kinderen geëist dat ze altijd blij, behulpzaam en vriendelijk waren - vooral naar hun ouders. Ze mochten niets willen, vragen, verwachten en zich zeker niet 'lastig gedragen'.
Als ze zich niet aardig genoeg gedroegen, kregen ze vaak te maken met lichamelijk geweld en bestraffing
Kinderen waren er volgens mijn ouders om ouders blij te maken, ze niet tot last te zijn, hen te eren, en een zware last en hoge kostenpost omdat ze altijd zo veel aten. Het beste en lekkerste voedsel was altijd voor mijn ouders.
Volgens mijn moeder moest zij mijn vader inlichten als een of meerdere kinderen zich niet aan de regels van gehoorzaamheid, blijheid, en vriendelijkheid hielde n als hij niet thuis was. Daarvoor konden ze dan alsnog hardhandig gestraft worden bij zijn thuiskomst. Mijn moeder zei dat straf van mijn vader altijd onze eigen schuld was.
Mijn moeder
Mijn moeder was na haar broer het 2e kind in een gezin van 1 jongen en 3 meisjes waarvan een aangenomen nichtje.
Mijn moeders moeder was eigenlijk altijd onzichtbaar en voor haar kinderen onbenaderbaar omdat ze aan chronische reuma leed en daardoor haar leven lang aan bed gekluisterd.
Mijn moeders vader was een koude vrijwel altijd thuis afwezige man die van beroep leraar Duits, Engels, Nederlands en Frans was en erg actief in gemeenteraad en onderwijscommissies. Daarnaast was hij tijdens vakanties vaak reisleider in de bergen in Zwitserland en Oostenrijk.
Mijn moeder groeide daardoor erg eenzaam op samen met veel romans en een groot aantal levensechte poppen. Aandacht en zorg vanuit zowel haar moeder als haar vader kant ontbraken meestal vrijwel volledig. Ze leefde eigenlijk als kind vrijwel permanent in een eigen fantasie- en droomwereld waarin haar poppen haar kinderen waren en haar boeken haar hielpen om haar dagelijkse realiteit van ernstige emotionele verwaarlozing te ontvluchten.
Laatst bewerkt door een moderator:
