Mijn beste vriend de dood - een waargebeurd verhaal
'It's always a good day to die'
'Het is altijd een goede dag om dood te gaan'
18 juni 2026
Vanuit mijn bed lag ik gisteravond urenlang te kijken door het open raam naar een prachtige, bijna niet eindigende avond met echte goudwit gekleurde wolken tegen een fijne zachtblauwe langzaam donkerder wordende lucht.
Een prachtige avond om deze wereld te verlaten zo leek het mij.
En dat voelde gister erg goed omdat ik voor die avond ook al een afspraak had met mijn beste vriend de dood.
Toen de dood naar mij toe kwam zei hij niet veel en ik ook niet, maar zat hij wel heel gezellig bij mij naast mijn bed en zei enkel: 'Dag jongen' en ik zei 'Dag beste vriend' en meer viel er eigenlijk toen ook niet te zeggen.
Zijn donkere ogen weerspiegelden een diepzwarte oneindigheid waarin ik mijzelf bijna verloor.
Maar hij wilde mij nog niet meenemen voor mijn volgende reis.
En wat wilde ik ?
Eigenlijk wil ik eerst nog iets achterlaten voordat ik met mijn beste vriend mee ga, en dat zijn dan ondervermeldde, waargebeurde verhalen en beschreven en geschetste situaties:
Mijn eigen verhaal begint pas met dat mijn vriend de dood en ik elkaar al wat langer kenden in dit leven sinds mijn 5e levensjaar en vanuit latere leeftijden, maar daar kom ik pas veel later aan toe en dat is ook geen lang verhaal.
Deel I - stukjes tekst en verhalen en belevingen vanuit mijn oudere zussen en broers, familie, kenissen, moeder, tantes en ooms, neven en nichten en andere sociale context die mijn ouders en hun gezin met elkaar hebben meegemaakt en dat aan mij hebben doorgegeven.
Deel II Mijn eigen belevingen met mijn vader en mijn moeder, mijn broers en zussen en andere naaste familie en de sociale context, maar daar ben ik nog niet aan toegekomen.
Deel I
Onderbeschreven waargebeurde verhalen begonnen te leven door verhalen die familie en bekende mij heeft verteld over ouders en familie van mijn vader mijn vader (uitgebreid genoteerd en de ouders en familie van mijn moeder (nog niet zo erg aan toegekomen)
Mijn vaders vader was hardwerkende middenstander met een witgoed-, fietsenmakers-, loodgieter- en klussenbedrijf en geboren eind 1800.
Hij en zijn vrouw hadden een zoon en dochter toen mijn vader rond 1920 werd geboren.
Bij de geboorte van mijn vader werd door de vroedvrouw vastgesteld dat hij doodgeboren was.
Hij werd als baby vervolgens in een oude schoenendoos gestopt die onder het kraambed werd geschoven.
Zijn moeder, een sterke, stoere middenstandvrouw, werd door de vroedvrouw verteld dat haar kind doodgeboren was en de moeder raakte mede daardoor diep getraumatiseerd en verkilde in haar verdriet.
Later op de avond bleek er gehuil vanonder het kraambed te komen.
De oude schoenendoos met de 'doodgeboren' baby - mijn vader - werd onder het kraambed vandaan gehaald waarbij bleek dat mijn vader huilend en wel nog in leven was.
Het is daarna niet meer echt goed gekomen tussen mijn vader en zijn moeder.
Zo raakte zij mijn vader nooit aan behalve tijdens de trouwplechtigheid van mijn vader - toen schudde zij even zijn hand.
Mijn vader adoreerde zijn vader en leerde alles van hem over loodgieten en klussen en leek voorbestemd om zijn vaders bedrijf over te nemen zodra hij daar oud genoeg voor zou zijn.
Het noodlot sloeg toe:
De vader van mijn vader leed aan epilepsie en heeft die aandoening ook doorgegeven aan mijn vader. Toentertijd was epilepsie nog zo goed als onbehandelbaar.
Toen mijn vader 12 jaar oud was verongelukte zijn vader dodelijk bij een klus op een dak waarbij hij door een epileptische aanval tijdens het klussen op dat dak naar beneden stortte.
De moeder van mijn vader besliste toen dat mijn vader - tot zijn grote frustratie en grote verdriet - omdat hij ook aan epilepsie leed, het bedrijf niet zou mogen en kunnen erven en niet zou mogen overnemen, maar dat mijn vader eerst naar kostschool zou gaan om daarna door paters tot een 'goed' katholiek onderwijzer geschoold te worden.
En zo geschiede.
De oudste zoon die later vooral een gedreven alcoholist bleek, en die gehuwd was met een diep gestoorde vrouw die regelmatig naakt gillend door het dorp rende, zou het bedrijf gaan leiden, zo besliste moeder.
Deze meestal stomdronken op bed liggende oudste zoon erfde ook het bedrijf en verzoop deze daarna compleet.
Mijn vader werd na kostschool door paters opgeleid en 'bloeide op' tot een onzekere, narcistische, heerszuchtige, tirannieke, gefrustreerde, gewelddadige en streng katholieke onderwijzer die kinderen op een aantal katholieke lagere scholen en later ook zijn eigen later grote gezin vrijwel dagelijks gewelddadig bejegende en terroriseerde.
Mijn vader was rond de 20 jaar oud toen de 2de wereldoorlog begon. Mijn vader had mijn moeder inmiddels leren kennen via haar broer, die een medestudent was op de opleiding tot katholiek onderwijzer door paters.
Tijdens deze oorlog hebben mijn vader en moeder elkaar jarenlang niet kunnen ontmoeten.
Mijn moeder en haar jongere zus werden vanuit het oosten van Nederland ondergebracht op een boerderij in Noord-Holland, waar ze dan ten minste zouden kunnen overleven door wat hand en spanwerk te verrichten waarvoor ze dan een slaapplek en te eten kregen.
Dat het 'hand en spanwerk' ook regelmatige verkrachting van mijn moeder en haar zusje omvatte door de boer zelf alsook door zijn oudste zoon was niet voorzien.
Na de oorlog reed mijn vader op een fiets, waarvan de fietsbanden gemaakt waren van oude tuinslangen, honderden kilometers om mijn moeder te ontmoeten en op te halen.
Niet lang na hun hereniging raakte mijn moeder zwanger van mijn vader van hun eerste kind.
Zo ongeveer jaarlijks kwam daar een volgend kind bij totdat tijdens de zestiger jaren ik, Surv, werd geboren als hun 11de kind en 6de zoon.
Mijn vader verhuisde in de jaren die volgden regelmatig met mijn moeder en het gezin van het ene dorp en stadje naar het andere waarbij hij steeds meer ervaring kreeg en zijn schoonvader, een man met 'invloed' hem op verzoek van zijn dochter - mijn moeder - hielp om een steeds betere en beter betaalde onderwijsfunctie toegewezen te krijgen.
Mijn vaders eerste echte 'hoogtepunt in zijn onderwijscarrière' was zijn aanstelling als onderwijzer in een grote stadsschool in een middelgrote Hanzestad, waar ik ook geboren ben. Later werd mijn vader benoemd tot hoofd van die school.
Dat 'beter betaalde' kan je zien in perspectief van die tijd zien, begin zestiger jaren bedroeg de huur van het klein woninkje waar ons gezin woonde bijv. maar 10 gulden per maand.
Mijn vader had zelf een aantal toentertijd begin zestiger jaren voor die tijd relatief dure hobby's: de nieuwste elektronica van die tijd, TV's, camera's maar kocht ook de nieuwste witgoed - wasmachines - voor mijn moeder.
Zijn hobby apparatuur en de wasmachines voor mijn moeder kon mijn vader dan wel met wat korting aanschaffen via het bedrijfje van zijn oudere broer. Maar toch. Veel bleef er niet over voor zijn 11 koters. Die droegen allemaal altijd zoveelste hands kleding die voldoende was om te overleven en zaten samengepakt in een piepklein huurhuisje waar ze met 2, 4 tot 5 kinderen in slaapkamertjes voorzien van stapelbedden werden gepropt. De kinderen kregen ook genoeg min of meer voedsel om te kunnen blijven leven en te groeien. Mijn vader en moeder rookten beiden als ketters waardoor de kinderen in het gezin elke dag gratis dikke sigarettenrookwolken konden mee-en inademen.
Op 12-jarige leeftijd raakte ik daardoor gemakkelijk verslaafd aan sigaretten en kettingroken.
Mijn moeder kreeg vaak een van extern schamel betaald 'meisje' van mijn vader toegewezen voor in huis dat zo 'gezinsverzorging' kon leren alsook een volks schamel betaalde werkster voor de noodzakelijkste schoonmaakwerkzaamheden waardoor mijn moeder zich aan haar grote passies van zoveel mogelijk romans lezen en zoveel mogelijk zwangerschappen uitdragen kon wijden en zich daardoor nauwelijks met haar al gebaarde kroost hoefde te bemoeien.
Mijn vader besliste rond mijn geboorte dat hij en mijn moeder ook regelmatig recht hadden op vakanties met zijn tweeen. Dus trokken zij er samen vaak wekenlang op uit terwijl zij dan de hele bende diep getraumatiseerde meute kinderen achterlieten waarbij de oudste, mijn zus van rond de 13 jaar - de jongste was ikzelf van pas geboren tot 5 jaar oud - de leiding kreeg om ervoor te zorgen dat alle kinderen goed verzorgd werden en in het gareel werden gehouden. Af en toe kwam er een niet zo snuggere werkster langs om te kijken of het woninkje niet compleet afgebroken werd.
Mijn eigen verhaal begint pas met dat mijn vriend de dood en ik elkaar al wat langer kenden in dit leven sinds mijn 5e levensjaar en vanuit latere leeftijden, maar daar kom ik pas veel later aan toe en dat is ook geen lang verhaal.
Deel I - stukjes tekst en verhalen en belevingen vanuit mijn oudere zussen en broers, familie, kenissen, moeder, tantes en ooms, neven en nichten en andere sociale context die mijn ouders en hun gezin met elkaar hebben meegemaakt en dat aan mij hebben doorgegeven.
Deel II Mijn eigen belevingen met mijn vader en mijn moeder, mijn broers en zussen en andere naaste familie en de sociale context, maar daar ben ik nog niet aan toegekomen.
Deel II
'It's always a good day to die'
'Het is altijd een goede dag om dood te gaan'
18 juni 2026
Vanuit mijn bed lag ik gisteravond urenlang te kijken door het open raam naar een prachtige, bijna niet eindigende avond met echte goudwit gekleurde wolken tegen een fijne zachtblauwe langzaam donkerder wordende lucht.
Een prachtige avond om deze wereld te verlaten zo leek het mij.
En dat voelde gister erg goed omdat ik voor die avond ook al een afspraak had met mijn beste vriend de dood.
Toen de dood naar mij toe kwam zei hij niet veel en ik ook niet, maar zat hij wel heel gezellig bij mij naast mijn bed en zei enkel: 'Dag jongen' en ik zei 'Dag beste vriend' en meer viel er eigenlijk toen ook niet te zeggen.
Zijn donkere ogen weerspiegelden een diepzwarte oneindigheid waarin ik mijzelf bijna verloor.
Maar hij wilde mij nog niet meenemen voor mijn volgende reis.
En wat wilde ik ?
Eigenlijk wil ik eerst nog iets achterlaten voordat ik met mijn beste vriend mee ga, en dat zijn dan ondervermeldde, waargebeurde verhalen en beschreven en geschetste situaties:
Mijn eigen verhaal begint pas met dat mijn vriend de dood en ik elkaar al wat langer kenden in dit leven sinds mijn 5e levensjaar en vanuit latere leeftijden, maar daar kom ik pas veel later aan toe en dat is ook geen lang verhaal.
Deel I - stukjes tekst en verhalen en belevingen vanuit mijn oudere zussen en broers, familie, kenissen, moeder, tantes en ooms, neven en nichten en andere sociale context die mijn ouders en hun gezin met elkaar hebben meegemaakt en dat aan mij hebben doorgegeven.
Deel II Mijn eigen belevingen met mijn vader en mijn moeder, mijn broers en zussen en andere naaste familie en de sociale context, maar daar ben ik nog niet aan toegekomen.
Deel I
Onderbeschreven waargebeurde verhalen begonnen te leven door verhalen die familie en bekende mij heeft verteld over ouders en familie van mijn vader mijn vader (uitgebreid genoteerd en de ouders en familie van mijn moeder (nog niet zo erg aan toegekomen)
Mijn vaders vader was hardwerkende middenstander met een witgoed-, fietsenmakers-, loodgieter- en klussenbedrijf en geboren eind 1800.
Hij en zijn vrouw hadden een zoon en dochter toen mijn vader rond 1920 werd geboren.
Bij de geboorte van mijn vader werd door de vroedvrouw vastgesteld dat hij doodgeboren was.
Hij werd als baby vervolgens in een oude schoenendoos gestopt die onder het kraambed werd geschoven.
Zijn moeder, een sterke, stoere middenstandvrouw, werd door de vroedvrouw verteld dat haar kind doodgeboren was en de moeder raakte mede daardoor diep getraumatiseerd en verkilde in haar verdriet.
Later op de avond bleek er gehuil vanonder het kraambed te komen.
De oude schoenendoos met de 'doodgeboren' baby - mijn vader - werd onder het kraambed vandaan gehaald waarbij bleek dat mijn vader huilend en wel nog in leven was.
Het is daarna niet meer echt goed gekomen tussen mijn vader en zijn moeder.
Zo raakte zij mijn vader nooit aan behalve tijdens de trouwplechtigheid van mijn vader - toen schudde zij even zijn hand.
Mijn vader adoreerde zijn vader en leerde alles van hem over loodgieten en klussen en leek voorbestemd om zijn vaders bedrijf over te nemen zodra hij daar oud genoeg voor zou zijn.
Het noodlot sloeg toe:
De vader van mijn vader leed aan epilepsie en heeft die aandoening ook doorgegeven aan mijn vader. Toentertijd was epilepsie nog zo goed als onbehandelbaar.
Toen mijn vader 12 jaar oud was verongelukte zijn vader dodelijk bij een klus op een dak waarbij hij door een epileptische aanval tijdens het klussen op dat dak naar beneden stortte.
De moeder van mijn vader besliste toen dat mijn vader - tot zijn grote frustratie en grote verdriet - omdat hij ook aan epilepsie leed, het bedrijf niet zou mogen en kunnen erven en niet zou mogen overnemen, maar dat mijn vader eerst naar kostschool zou gaan om daarna door paters tot een 'goed' katholiek onderwijzer geschoold te worden.
En zo geschiede.
De oudste zoon die later vooral een gedreven alcoholist bleek, en die gehuwd was met een diep gestoorde vrouw die regelmatig naakt gillend door het dorp rende, zou het bedrijf gaan leiden, zo besliste moeder.
Deze meestal stomdronken op bed liggende oudste zoon erfde ook het bedrijf en verzoop deze daarna compleet.
Mijn vader werd na kostschool door paters opgeleid en 'bloeide op' tot een onzekere, narcistische, heerszuchtige, tirannieke, gefrustreerde, gewelddadige en streng katholieke onderwijzer die kinderen op een aantal katholieke lagere scholen en later ook zijn eigen later grote gezin vrijwel dagelijks gewelddadig bejegende en terroriseerde.
Mijn vader was rond de 20 jaar oud toen de 2de wereldoorlog begon. Mijn vader had mijn moeder inmiddels leren kennen via haar broer, die een medestudent was op de opleiding tot katholiek onderwijzer door paters.
Tijdens deze oorlog hebben mijn vader en moeder elkaar jarenlang niet kunnen ontmoeten.
Mijn moeder en haar jongere zus werden vanuit het oosten van Nederland ondergebracht op een boerderij in Noord-Holland, waar ze dan ten minste zouden kunnen overleven door wat hand en spanwerk te verrichten waarvoor ze dan een slaapplek en te eten kregen.
Dat het 'hand en spanwerk' ook regelmatige verkrachting van mijn moeder en haar zusje omvatte door de boer zelf alsook door zijn oudste zoon was niet voorzien.
Na de oorlog reed mijn vader op een fiets, waarvan de fietsbanden gemaakt waren van oude tuinslangen, honderden kilometers om mijn moeder te ontmoeten en op te halen.
Niet lang na hun hereniging raakte mijn moeder zwanger van mijn vader van hun eerste kind.
Zo ongeveer jaarlijks kwam daar een volgend kind bij totdat tijdens de zestiger jaren ik, Surv, werd geboren als hun 11de kind en 6de zoon.
Mijn vader verhuisde in de jaren die volgden regelmatig met mijn moeder en het gezin van het ene dorp en stadje naar het andere waarbij hij steeds meer ervaring kreeg en zijn schoonvader, een man met 'invloed' hem op verzoek van zijn dochter - mijn moeder - hielp om een steeds betere en beter betaalde onderwijsfunctie toegewezen te krijgen.
Mijn vaders eerste echte 'hoogtepunt in zijn onderwijscarrière' was zijn aanstelling als onderwijzer in een grote stadsschool in een middelgrote Hanzestad, waar ik ook geboren ben. Later werd mijn vader benoemd tot hoofd van die school.
Dat 'beter betaalde' kan je zien in perspectief van die tijd zien, begin zestiger jaren bedroeg de huur van het klein woninkje waar ons gezin woonde bijv. maar 10 gulden per maand.
Mijn vader had zelf een aantal toentertijd begin zestiger jaren voor die tijd relatief dure hobby's: de nieuwste elektronica van die tijd, TV's, camera's maar kocht ook de nieuwste witgoed - wasmachines - voor mijn moeder.
Zijn hobby apparatuur en de wasmachines voor mijn moeder kon mijn vader dan wel met wat korting aanschaffen via het bedrijfje van zijn oudere broer. Maar toch. Veel bleef er niet over voor zijn 11 koters. Die droegen allemaal altijd zoveelste hands kleding die voldoende was om te overleven en zaten samengepakt in een piepklein huurhuisje waar ze met 2, 4 tot 5 kinderen in slaapkamertjes voorzien van stapelbedden werden gepropt. De kinderen kregen ook genoeg min of meer voedsel om te kunnen blijven leven en te groeien. Mijn vader en moeder rookten beiden als ketters waardoor de kinderen in het gezin elke dag gratis dikke sigarettenrookwolken konden mee-en inademen.
Op 12-jarige leeftijd raakte ik daardoor gemakkelijk verslaafd aan sigaretten en kettingroken.
Mijn moeder kreeg vaak een van extern schamel betaald 'meisje' van mijn vader toegewezen voor in huis dat zo 'gezinsverzorging' kon leren alsook een volks schamel betaalde werkster voor de noodzakelijkste schoonmaakwerkzaamheden waardoor mijn moeder zich aan haar grote passies van zoveel mogelijk romans lezen en zoveel mogelijk zwangerschappen uitdragen kon wijden en zich daardoor nauwelijks met haar al gebaarde kroost hoefde te bemoeien.
Mijn vader besliste rond mijn geboorte dat hij en mijn moeder ook regelmatig recht hadden op vakanties met zijn tweeen. Dus trokken zij er samen vaak wekenlang op uit terwijl zij dan de hele bende diep getraumatiseerde meute kinderen achterlieten waarbij de oudste, mijn zus van rond de 13 jaar - de jongste was ikzelf van pas geboren tot 5 jaar oud - de leiding kreeg om ervoor te zorgen dat alle kinderen goed verzorgd werden en in het gareel werden gehouden. Af en toe kwam er een niet zo snuggere werkster langs om te kijken of het woninkje niet compleet afgebroken werd.
Mijn eigen verhaal begint pas met dat mijn vriend de dood en ik elkaar al wat langer kenden in dit leven sinds mijn 5e levensjaar en vanuit latere leeftijden, maar daar kom ik pas veel later aan toe en dat is ook geen lang verhaal.
Deel I - stukjes tekst en verhalen en belevingen vanuit mijn oudere zussen en broers, familie, kenissen, moeder, tantes en ooms, neven en nichten en andere sociale context die mijn ouders en hun gezin met elkaar hebben meegemaakt en dat aan mij hebben doorgegeven.
Deel II Mijn eigen belevingen met mijn vader en mijn moeder, mijn broers en zussen en andere naaste familie en de sociale context, maar daar ben ik nog niet aan toegekomen.
Deel II
Laatst bewerkt:
