Juf Lieke Backx geeft les aan groep 4/5/6. © Moreno Molenaar/Pix4Profs
Juf Lieke Backx geeft les aan groep 4/5/6.
Hoe juf Lieke en haar collega’s een jaar lang vochten voor een voldoende: ‘Eigenlijk is dit niet te doen’
Een groeiend aantal scholen krijgt een zware onvoldoende van de Onderwijsinspectie. Dat overkwam de Anton van Duinkerkenschool in Bergen op Zoom in 2024. Binnen een jaar moest alles op orde zijn, anders werd de school onder toezicht gesteld. Wat doet dat met een school? Deze site keek een jaar lang mee. „Nergens staat dat deze school slecht is, maar iedereen praat er wel zo over.”
Henk Strikkers
2 februari 2026
Lieke Backx is wel een beetje zenuwachtig als ze de pen pakt en op het maagdelijk witte digitale schoolbord schrijft wat groep 4/5/6 deze maandag gaat doen. Dit is de dag waar ze het hele afgelopen jaar naartoe heeft gewerkt. Al die middagen vergaderen, die werkgroepbijeenkomsten, die administratie. Ze heeft zo ontzettend hard gewerkt.
Vorig jaar was het anders. Toen wist ze al wel dat de school een onvoldoende zou krijgen. De enige vraag was: wordt het onvoldoende, of wordt het zeer zwak? En gedurende de dag was al wel duidelijk dat het zwartste scenario geen waarheid zou worden. Spanning had Backx dus niet.
Hoe anders is dat nu? Nu draait het om de vraag of de school onder toezicht blijft of niet. Tegelijkertijd kan ze vandaag niet veel anders doen dan wat ze iedere dag doet: lesgeven, juf Lieke zijn voor die lieve kinderen uit de groepen 4, 5 en 6 van de Anton van Duinkerkenschool in de multiculturele Bergse wijk Gageldonk.
Om 08.00 uur stipt was ze al op school. Ze wil er zijn voordat de inspecteurs komen, voordat zij vertellen welke lessen ze dit jaar willen bijwonen. Een kwartiertje maar, bij Backx. Een kwartiertje burgerschapsles. Daarna zouden ze doorgaan naar een andere klas. Ergens was ze wel opgelucht.
Drie kwartier later zitten twee vrouwelijke inspecteurs achter in het klaslokaal op kleine stoeltjes te luisteren hoe zij met de leerlingen praat over cyberpesten. Vorige week was er gedoe in de klas over WhatsApp-groepen en dat sommige leerlingen daarin gepest werden.
Terwijl de kinderen nog druk in gesprek zijn over waar de grens ligt, verlaten de inspecteurs de klas alweer. Een jaar lang werk voor één kwartiertje. De rest van de dag kan Backx alleen maar hopen dat dit goed genoeg was. Genoeg voor een voldoende.
En die voldoende is geen zekerheid. Het onderwijs verkeert namelijk in zwaar weer en de resultaten zijn ‘zorgwekkend’. In het voorjaar van 2024 luidt de Onderwijsinspectie in een lijvig rapport de noodklok. Het lukt steeds minder scholen om kwalitatief goed onderwijs te geven.
Tegelijkertijd gaat de inspectie strenger controleren op rekenen, taal en burgerschap, omdat de resultaten op die gebieden al jarenlang lijken in te zakken. Hoofdinspecteur Ria Westendorp zegt het niet met zoveel woorden, maar achter de schermen wordt er rekening mee gehouden dat één op de vier scholen de komende jaren een onvoldoende zal krijgen.
Dat is in dat jaar meteen te merken. In het eerste halfjaar van 2024 worden negen scholen in West-Brabant gecontroleerd. Vier krijgen een onvoldoende. Bij De Zeeridder in Bergen op Zoom, De Schoof in Raamsdonksveer en de Nutsbasisschool in Teteringen en het nieuwkomersonderwijs van De Fontein in Breda prijkt een rood bolletje.
De resultaten van leerlingen in groep 8 zijn onder de maat, leraren leggen de lesstof onvoldoende uit of leerlingen worden niet in staat gesteld om goed te leren.
Scholen zien af van een interview
Deze site benaderde meerdere scholen die een onvoldoende kregen, om mee te werken aan een verhaal, maar die zagen daar allemaal van af. Totdat de inspectie eind 2024 langsgaat bij de Anton van Duinkerkenschool in Bergen op Zoom. Ook die school krijgt een onvoldoende. Sterker nog: de school heeft de meeste verbeterpunten van alle West-Brabantse scholen die dat jaar gecontroleerd worden.
En uitgerekend de directeur van deze school in de multiculturele wijk Gageldonk, Floris van Loon, is meteen bereid om te laten zien wat dit voor zijn school betekent.
Waarom? ‘Omdat juist deze kinderen een heel goede school nodig hebben, om daadwerkelijk gelijke kansen te krijgen’, zegt hij vanuit zijn kleine kantoortje in het 55 jaar oude schoolgebouw.
Je kunt op deze school echt het verschil maken
leerkracht Tineke Poppelaars
Want de Anton van Duinkerkenschool is een school met een ingewikkelde doelgroep. ,,Er komen hier steeds meer buitenlandse kinderen”, zegt Murat Kuru van de ouderraad. ,,En dan bedoel ik niet kinderen zoals die van mij, die door sommige mensen nog steeds als buitenlanders worden gezien. Ik bedoel kinderen die zelf zijn gevlucht of met ouders die naar Nederland zijn verhuisd om te werken.”
Leerkrachten zoals juf Tineke Poppelaars van groep 4/5/6 hebben het over ‘een heel rijke school’. Zij werkte een paar jaar op een andere school, maar miste ‘dit soort kinderen’. „Dit zijn kinderen die misschien wat sneller onder de indruk zijn. Velen hebben het thuis niet al te breed. Veel ouders moeten hard, veel en lange dagen werken om het in Nederland te kunnen redden. Ze kunnen hun kinderen ook niet altijd helpen, omdat ze de taal onvoldoende beheersen of het onderwijssysteem niet kennen. Je kunt op deze school echt het verschil maken.”
Juf Tineke Poppelaars op het schoolplein tijdens de pauze. © Moreno Molenaar/Pix4Profs
Juist dat lukte de laatste tijd onvoldoende, had juf Backx al een tijdje gemerkt. Zij begreep wel dat de inspectie langskwam. De resultaten waren al een paar jaar aan het inzakken. Er waren veel leerkrachten vertrokken en er waren veel nieuwe collega’s gekomen. En dan was er ook nog het O-woord: de Onderwijsvernieuwing.
Het idee daarachter was goed, benadrukken juf Backx en directeur Van Loon. Bijna alle basisscholen zijn bezig met het aanbieden van leerstof op verschillende niveaus, legt Van Loon uit. „Extra uitdaging voor leerlingen die al verder vooruit zijn of wat meer herhaling voor kinderen die nog wat extra aandacht nodig hebben.”
De leraren hebben er keihard aan gewerkt. Dan is het heel zuur om te merken dat het niet goed is gegaan
Floris van Loon
Vooral op een school met een doelgroep als deze moet je niet ieder kind dezelfde lesstof aanbieden, was het idee. Daarvoor zijn de verschillen in taalbeheersing te groot. En niet iedereen heeft een gemakkelijke thuissituatie. Van sommige leerlingen kun je niet verwachten dat ze er altijd voor openstaan om nieuwe dingen te leren.
Dus besloot de school om zelf methodes te gaan maken. ‘Een nobel en mooi streven’, noemt Van Loon het. „Allemaal bedacht vanuit de kinderen: wat hebben zij nodig?”
Les helemaal uitgeschreven
Maar het is niet goed afgelopen, voegt hij er meteen aan toe. „Ik kan dat met wat afstand zeggen. Dat heeft zich allemaal voor mijn aanstelling afgespeeld. Ik ben er minder emotioneel aan verbonden. De meeste leerkrachten zijn dat wel. Die hebben er keihard en met de beste bedoelingen aan gewerkt. Dan is het heel zuur om te merken dat het niet goed is gegaan.”
Dat wist juf Lieke Backx ook al wel, toen de inspecteur een jaar eerder achter in haar klas kwam zitten. Desalniettemin had ze haar uiterste best gedaan. Ze had haar les helemaal uitgeschreven op papier. De laatste keer dat ze dat deed, kan ze zich nauwelijks meer herinneren, het moet zijn geweest in de tijd dat ze nog op de pabo zat.
Juf Lieke Backx geeft uitleg aan een leerling. © Moreno Molenaar/Pix4Profs
Toen de kinderen ’s middags naar huis waren, praatte Backx na met de inspecteur. Ze is er het type niet naar om in zo’n gesprek te verbloemen wat er aan de hand is. „Dat is je kop in het zand steken.” Dat hadden ze als leerkrachten ook samen afgesproken. „We werken hard. We doen ons best, maar we hebben hulp nodig: we willen heel graag op een bepaalde manier lesgeven omdat we denken dat het de beste manier is, dan moet je ook kritische noten willen kraken.”
En dat gebeurt ook. De inspectie heeft slecht nieuws. De onderwijskwaliteit is onvoldoende, hoort directeur Van Loon uit de mond van de inspecteur. De school krijgt elf verbeteropdrachten. Binnen een jaar moet alles weer op orde zijn, anders dreigen forse maatregelen.
Hij weet dat hij het moet doen, maar toch voelt Van Loon frisse tegenzin als hij voor de groep ouders gaat staan. Hij heeft deze extra ouderavond zelf belegd, nog voor de inspectie met haar rapport kwam, om te vertellen hoe de school ervoor staat. En voor welke zware taak hij met zijn collega’s staat.
Voor veel ouders is het een schok, merkt Van Loon. Maar niet voor Murat Kuru. Hij had al wel door dat het niet allemaal van een leien dakje ging. Hij heeft twee kinderen op school, de derde heeft hij al aangemeld voor de kleuterklas. De ideeën van de school om het onderwijs te verbeteren, snapt hij, al is de uitvoering soms niet helemaal goed.
Tijdens die avond blijken andere ouders ineens overal kritiek op te hebben, herinnert hij zich. Dat aardrijkskunde of biologie niet meer als losse lessen worden aangeboden, maar in projectvorm. Dat kinderen geen huiswerk krijgen als ze hun werk op school al af hebben. Dat ze geen cijfers meer krijgen, maar een overzicht van wat ze wel en niet kunnen.
Laat jij je kind op die slechte school zitten?
krijgt Murat Kuru te horen van vrienden
Kuru heeft zelf net een hbo-opleiding afgerond, waarbij hij geen cijfers maar feedback kreeg. „Ik denk zelf dat dit onderwijs de toekomst is”, zegt hij achteraf. Hij piekert er geen moment over om zijn kinderen van school te halen. Maar hij merkt ook dat de school een stigma krijgt.
Er staat nergens op papier dat de school slecht is, maar zo wordt er wel over gepraat. ,,Laat jij je kind op die slechte school zitten?”, vragen vrienden aan hem. Hij kent ook de ouders die hun kinderen van school halen en naar een andere school brengen.
De tekst gaat verder onder de video:
Steeds meer scholen krijgen een onvoldoende van de Onderwijsinspectie
Meters aan geprinte A4’tjes
De onvoldoende, de negatieve gesprekken in de wijk; het is brandstof voor het heilige vuur dat in de directeur brandt. Met een enorme energie gaat hij te werk. Hij heeft al eerder op scholen gewerkt waar wat aan de hand was, maar hier moest zó veel aangepakt worden. Bovenaan zijn lijst: orde scheppen in de chaos.
En dus gaat hij aan de slag. De teamkamer met de zitbanken in schakeringen van groen, en de airfryer op de keukenkastjes hangt hij vol met meters aan geprinte A4’tjes. Daarop staan tabellen met een jaarplanning. Dán moet er een besluit genomen worden over de nieuwe schooltijden, in die maand beslissen we over de rekenmethode, op dat moment moet er een nieuwe monitor voor burgerschapsonderwijs zijn.
Er is geld voor nieuwe methodes, geld om tijdelijk extra personeel aan te nemen. Er komt een onderzoek naar de leerlingenpopulatie, om te zien welke leerdoelen het belangrijkst zijn. Er worden deskundigen op het gebied van taal- en rekenonderwijs ingevlogen om leerkrachten te helpen.
Ik werk al heel lang in het onderwijs, en dit heb ik nog nooit meegemaakt
Pieter Krebbekx,nieuwe directeur Anton van Duinkerkenschool
Hij krijgt min of meer carte blanche van de Lowys Porquin Stichting, het schoolbestuur waar de Anton van Duinkerkenschool onder valt. ,,We krijgen zoveel steun om dit goed te doen.”
Maar het jaar is nog geen drie maanden oud als er slecht nieuws komt. Directeur Floris van Loon is vanwege privéomstandigheden lang uit de running. Binnen een week wordt hij opgevolgd door Pieter Krebbekx, een opgewekte vijftiger die zijn splinternieuwe basisschool in Woensdrecht verruilt voor Bergen op Zoom-Oost. „Er is een beroep op me gedaan”, zegt hij daar droogjes over. „Ik weet dat het moeilijk wordt, maar ik ga er alles aan doen om het te laten slagen.”
Je kunt als leerkracht niet je agenda leegvegen. Iedere ochtend staan er honderden kinderen op de stoep die les moeten krijgen. En dus moet eigenlijk alles buiten de schooltijden gebeuren. Veranderingen waar je normaal drie tot vijf jaar de tijd voor neemt, moeten ineens doorgevoerd worden voordat de Inspectie eind 2025 weer voor de deur staat.
Juf Tineke Poppelaars geeft uitleg aan een leerling. © Moreno Molenaar/Pix4Profs
„Ik moest vorige week ook ineens vastleggen dat ik met de kinderen ergens naartoe ben geweest”, zegt Poppelaars. „Alles wat ik doe, moet in de burgerschapsmonitor. Ik weet niet of dat echt van de inspectie moet, maar ik heb het gevoel dat ik ineens alles moet vastleggen. Dat kost zóveel tijd. Zo wil ik eigenlijk niet werken.”
,,Af en toe mopper je een beetje tegen elkaar”, zegt Poppelaars. ,,Maar we hebben een heel fijn team. Je kunt klagen, maar ook heel hard lachen met elkaar. Daar gaat het om.”
Daardoor kan Krebbekx ‘ongelooflijk veel’ van dit team vragen. ,,Eigenlijk is het niet te doen”, zegt hij over die elf verbeterpunten. ,,Ik werk al heel lang in het onderwijs, en dit heb ik nog nooit meegemaakt.” En toch doen ze het. In december 2025 ligt een vuistdikke map op Krebbekx’ bureau te wachten op de inspecteur.
Een jaar later zit juf Lieke Backx er weer. In hetzelfde hokje. Met diezelfde inspecteur. Met alles wat ze in zich heeft hoopt ze dat de school voldaan heeft aan de eisen. Ze zou enorm balen als het niet goed genoeg is. Een jaar is zo voorbij. Ze kan niet bedenken wat ze meer hadden kunnen doen. „Als zou blijken dat het dan onvoldoende is... ja.” Ze valt stil. „Dan zou dat wel echt iets met me doen.”
Leerlingen van Anton van Duinkerkenschool © Moreno Molenaar/Pix4Profs
Een dag lang zitten Backx, Krebbekx en al hun collega’s in onzekerheid, 22 uur nadat twee inspecteurs van school vertrokken zijn ze teruggekomen naar Gageldonk. Terwijl directeur Krebbekx met het bestuur van de Lowys Porquin Stichting en de twee inspecteurs in zijn kamertje zit, druppelt na kwart voor drie de ene na de andere leerkracht de teamkamer met de zitbanken in schakeringen van groen, de airfryer op de keukenkastjes en de plastic kerstboom binnen.
Iets voor 15.00 uur komt Krebbekx de lerarenkamer binnenlopen, met een gele Jumbo-tas waaruit twee stokbroden steken. Hij zet de tas neer en loopt meteen weer weg. Een paar minuten later, als alle leerkrachten er zijn, keert hij terug. Hij wordt geflankeerd door twee bestuursleden. Drie gezichten in de plooi. Er is niets af te lezen van wat ze zojuist hebben gehoord van de twee inspecteurs.
Krebbekx ijsbeert wat door de ruimte in zijn zandkleurige coltrui. Hij kijkt LPS-bestuurder Stéphane Cépèro aan. „Moet ik het zeggen?” „Vertel jij het maar”, zegt Cépèro. „Nou”, begint de directeur. „We hebben een gesprek gehad van bijna drie kwartier. We hadden tien herstelopdrachten, of eigenlijk elf, dat weten jullie.”
Er wordt gezucht, gejoeld
Hij verheft zijn stem. „En het is helemaal voldoende!” De opluchting giert door de kamer. Er wordt gezucht en gejoeld. „De inspecteur zei dat ze dit niet had verwacht”, zegt Krebbekx. „Op één onderdeel was het met de hakken over de sloot.”
Cépèro valt hem in de rede. „Dit is echt een prestatie. Dit komt bijna nooit voor. Een hele diepe buiging voor jullie als team. Ga dit vieren.”
Het is 15.07 uur als de champagnekurken springen. Backx zit op de bank en maakt een selfie met haar collega Kim en twee glazen champagne. ,,Op ons”, zegt Krebbekx.
Juffen Kim en Lieke vieren de voldoende van de Anton van Duinkerkenschool. © Lieke Backx
„Ze begonnen het gesprek meteen met: jullie krijgen een voldoende”, zegt Krebbekx, met het glas nog in zijn hand. Hij pakt zijn opschrijfboekje erbij. „Het kan bijna niet”, hadden ze volgens hem gezegd. „Zoveel herstelopdrachten en dan toch een voldoende scoren. Ze stonden er echt van te kijken.”
„Ik heb altijd gezegd dat jullie als team zo bijzonder zijn”, zegt de directeur, terwijl hij een plak gerookte zalm van een meter lang uit de koelkast haalt. „Moet ik nog een stukje aansnijden?”, vraagt hij met een grote lach.
‘We zijn nog lang niet klaar’
„We hadden dit wel gehoopt”, zegt hij wat later. „Ik zag wel dat we vooruitgang boekten, maar deze zag ik ook niet aankomen.”
Krebbekx heeft zijn glas champagne op tafel neergezet en appt zijn vrouw dat het is gelukt. „Er is wel een last van mijn schouders”, zegt hij. „We zijn nog lang niet klaar. De komende jaren gaan moeilijk worden. Er zijn veel kinderen vertrokken, over het algemeen kinderen die goede resultaten haalden op school. En zo’n stigma is niet ineens weg. Maar we kunnen nog zoveel voor deze kinderen doen, om ze te helpen. Maar dat we dat zonder die druk van de inspectie kunnen doen, dat is wel lekker.”