Suikerverslaafd
Marouscha van de Groep
3 maart 2026
Volgens internist-endocrinoloog Martijn Brouwers van het Maastricht UMC+ zijn dat ,,behoorlijke aantallen”. „Als je 16,5 glazen per week drinkt, komt 10 procent van je dagelijkse energiebehoefte alleen al uit frisdrank. En als je bedenkt dat één op de zeven kinderen overgewicht of obesitas heeft, dan is dat zorgelijk.”
90 suikerklontjes per week
Het landelijke onderzoek is uitgevoerd door de Vrije Universiteit in samenwerking met de GGD Amsterdam en Ipsos I&O. Volgens Rian Pepping, onderzoeker aan de VU, bevestigen de cijfers wat zij eerder al in interviews met jongeren zag. „Suikerrijke drankjes worden als heel normaal ervaren. Zeven op de tien jongeren vinden het normaal om het dagelijks te drinken. Nu zien we ook hoe groot de hoeveelheden daadwerkelijk zijn.”
De berekening van de suikerinname is gebaseerd op gemiddeld 5,5 suikerklontjes per glas. Dat is volgens Pepping een voorzichtige schatting. „Veel jongeren drinken reguliere frisdrank of energiedrank. Dan kom je eerder uit op 6 tot bijna 7 suikerklontjes per glas, maar we hebben bijvoorbeeld ook ice tea of limonade meegenomen, waar iets minder suikerklontjes in zitten.”
Wie tot de zogenoemde ’grote drinkers’ behoort van meer dan zeven glazen per week, heeft volgens het onderzoek een aantoonbaar hoger gezondheidsrisico. Die groep vormt meer dan de helft van de jongeren.
Lever kan snel vervetten
Wat betekent dat voor hun gezondheid? Volgens Brouwers meer dan veel jongeren en hun ouders vaak beseffen. „Frisdrank levert veel calorieën zonder dat je er verzadigd van raakt. Als je een stuk fruit eet, waar ook suiker in zit, zit je voller en eet je minder bij. Bij vloeibare suiker blijft er ruimte in je maag om daarnaast gewoon te eten.”
Daar komt bij dat vloeibare suiker anders wordt verwerkt dan suiker uit vast voedsel. „We doen daar zelf veel onderzoek naar. Een deel van de suikers in frisdrank wordt direct in de lever verwerkt. Dat kan schadelijkere metabole effecten hebben.”
Leververvetting kan volgens hem opvallend snel ontstaan. „Als je een paar dagen zeer calorierijk of suikerrijk eet en drinkt, zie je al effecten in de lever. Stop je ermee, dan kan dat ook weer snel verbeteren. Maar bij langdurige overconsumptie kan schade zich opstapelen.”
Ook slanke jongeren zijn niet automatisch veilig. „Overgewicht is een belangrijke graadmeter, maar het feit dat iemand slank is betekent niet dat veel frisdrank geen nadelige effecten heeft.”
Diabetes geen ’ouderdomsziekte’ meer
In de spreekkamer ziet Brouwers de gevolgen van een veranderend voedingspatroon. „Type 2 diabetes noemden we vroeger ’ouderdomssuiker’. Dat kreeg je op je zeventigste. Inmiddels zien we het soms al op kinderleeftijd. Het is helaas geen ouderdomsziekte meer.”
Daarnaast wijst hij op andere risico’s: hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en mogelijk zelfs darmkanker. „We zien dat darmkanker steeds vaker op jongere leeftijd voorkomt. Er zijn hypotheses dat hoge consumptie van frisdrank daarbij een rol spelen.”
Een exacte veilige grens in aantal glazen kan hij niet noemen. „Dat verschilt per persoon. Maar feit is: suikerhoudende frisdrank heb je niet nodig om gezond te leven. Het is een overbodig product.”
Thuis maakt ook verschil
Ook de omgeving blijkt van invloed te zijn. Jongeren bij wie altijd suikerhoudende dranken in huis zijn, drinken gemiddeld elf glazen per week meer dan jongeren bij wie het nooit in huis is.
Opvallend is dat deze jongeren óók vaker zelf frisdrank bijkopen. „We denken dat gewoontes hier een grote rol spelen. Wat in je omgeving normaal is, wordt je standaard”, aldus Pepping.
Suikertaks als middel
De uitkomsten verschijnen kort voor een politiek debat over een zogenoemde ’slimme suikertaks’: een getrapte belasting waarbij dranken met meer suiker zwaarder worden belast.
Brouwers noemt zo’n maatregel ’een goed middel’. ,,Internationaal is er bewijs dat zo’n taks werkt. Mensen gaan gemiddeld minder suiker drinken en fabrikanten passen recepten aan om onder een hogere belasting uit te komen. Dat is dubbele winst.”
Onderzoek uit onder meer Mexico en het Verenigd Koninkrijk laat volgens hem zien dat obesitas onder jongeren (vooral meisjes) na invoering daalde.
Pepping benadrukt dat jongeren zelf gevoelig zijn voor prijsprikkels. „85 procent zegt: als de prijs boven de drie euro uitkomt, koop ik het niet meer.”
Van betutteling is volgens Brouwers geen sprake. „Mensen worden de hele dag door beïnvloed, dat heet marketing. Die is erop gericht dat we ongezonde keuzes maken. Dat daar iets tegenover staat om het in balans te brengen, lijkt mij alleen maar goed.”
Diena Halbertsma, woordvoerder De Gezonde Generatie (een initiatief van samenwerkende gezondheidsfondsen), is eveneens voorstander van zo’n slimme suikertaks: „Het kabinet wil pas in 2030 met een bredere suikertaks komen, maar onze jeugd kan niet zo lang wachten. Zolang ongezond overal goedkoop en zichtbaar blijft, blijven we dweilen met de kraan open. Als het kabinet serieus is over de gezondste generatie ooit, dan moet het nu beginnen met een slimme suikertaks op suikerhoudende dranken in 2027.”
Twee keer boven WHO-advies
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om maximaal vijf procent van de dagelijkse energie uit ’vrije suikers’ te halen, ongeveer 62 suikerklontjes per week. Jongeren die veel frisdrank drinken, zitten daar via drank alleen al ruim boven. „Je hoeft frisdrank niet te verbieden. Maar nuttig het met mate”, aldus Brouwers.