Follow along with the video below to see how to install our site as a web app on your home screen.
Opmerking: This feature may not be available in some browsers.
De belofte van insecten als voedsel stort in: van hype naar harde realiteit
Robin de Boer
24 maart 2026
Jarenlang werden insecten gepresenteerd als hét duurzame antwoord op de groeiende wereldwijde vraag naar voedsel. Ze zouden efficiënter zijn dan traditioneel vee, minder uitstoot veroorzaken en een oplossing bieden voor de ecologische problemen van de vleesindustrie. Maar na een decennium van investeringen en experimenten lijkt de sector vooral te worstelen met economische en praktische beperkingen.
De moderne belangstelling voor insecten als voedsel kreeg een impuls in 2010, toen de Nederlandse entomoloog Marcel Dicke in een TED Talk pleitte voor het eten van insecten als alternatief voor vlees. Drie jaar later versterkte een rapport van de Verenigde Naties dit idee. Insecten zouden niet alleen geschikt zijn voor menselijke consumptie, maar ook als duurzaam veevoer. Investeerders en overheden stapten massaal in: wereldwijd vloeide er zo’n 2 miljard dollar naar insectenkweekbedrijven.
Toch is het enthousiasme inmiddels flink bekoeld. Een aanzienlijk deel van de sector verkeert in zwaar weer. Ongeveer een kwart van de grootste insectenkweekbedrijven is failliet gegaan, en bijna de helft van alle investeringen is verloren gegaan. Grote projecten worden stilgelegd of uitgesteld, zoals een geplande insectenfabriek in de Amerikaanse staat Nebraska van vleesgigant Tyson Foods en het Nederlandse Protix.
Eén van de belangrijkste problemen is dat de vraag naar insecten als voedsel nauwelijks van de grond komt. Hoewel insecten in sommige delen van de wereld al eeuwenlang worden gegeten, blijven ze in Europa en de Verenigde Staten een nicheproduct. Consumenten staan er vaak wel open voor in theorie, maar in de praktijk belanden insecten zelden op het bord. De markt voor menselijke consumptie is daardoor klein gebleven.
Veel bedrijven probeerden daarom een andere strategie: insecten verwerken tot veevoer. Dat zou een duurzaam alternatief kunnen zijn voor soja en vismeel, die beide gepaard gaan met problemen zoals ontbossing en overbevissing. Maar ook dit model blijkt moeilijk levensvatbaar. De kosten van insectenmeel liggen momenteel ongeveer tien keer hoger dan die van soja en ruim drie keer hoger dan vismeel. Dat prijsverschil maakt grootschalige toepassing onaantrekkelijk.
Een belangrijke oorzaak van die hoge kosten is het voer dat insecten zelf nodig hebben. In tegenstelling tot het beeld dat ze vooral leven van afval, krijgen veel gekweekte insecten hoogwaardige landbouwproducten zoals granen en bijproducten daarvan. Daarmee concurreren insectenkwekers direct met traditionele veehouderij om dezelfde grondstoffen. Het idee van een volledig circulair systeem blijkt in de praktijk vaak niet op te gaan.
Daarnaast spelen energiekosten een grote rol. Insecten groeien het best in warme omstandigheden, waardoor kwekerijen – vooral in Europa – veel energie verbruiken. Pogingen om insecten te voeden met voedselafval stuiten op strenge regelgeving.
Ook de vermeende duurzaamheid van insectenkweek blijkt minder vanzelfsprekend dan vaak wordt aangenomen. De milieu-impact hangt sterk af van factoren zoals het gebruikte voer en de energiebron. In sommige gevallen is het voordeel ten opzichte van bestaande alternatieven beperkt of onzeker.
Naast economische en ecologische vragen groeit ook de ethische discussie. Steeds meer onderzoek wijst erop dat insecten een vorm van bewustzijn hebben en pijn kunnen ervaren. Dat roept vragen op over het grootschalig kweken en doden van enorme aantallen dieren – naar schatting al zo’n biljoen insecten per jaar. De gebruikte dodingsmethoden, variërend van invriezen tot verhitting en vermalen, versterken die zorgen.
De problemen worden geïllustreerd door recente ontwikkelingen in de sector. Het Franse bedrijf Ÿnsect, ooit de grootste speler met honderden miljoenen aan investeringen, ging ten onder na financiële en operationele problemen. In de Verenigde Staten zette Innovafeed een fabriek stil ondanks overheidssubsidies. En het veelbesproken project van Tyson Foods en Protix werd voorlopig in de ijskast gezet.
In reactie op de tegenvallende markt pleiten brancheorganisaties inmiddels zelfs voor overheidsingrijpen, zoals verplichtingen voor publieke instellingen om insectenproducten af te nemen. Tegelijkertijd zoeken bedrijven naar nieuwe strategieën, zoals het combineren van insectenkweek met afvalverwerking of het verplaatsen van productie naar warmere regio’s met lagere kosten.
Volgens experts past deze ontwikkeling in een breder patroon binnen de landbouwtechnologie: veelbelovende innovaties blijken in de praktijk moeilijk rendabel te maken. Eerder onderging bijvoorbeeld ook vertical farming een vergelijkbare cyclus van hype en teleurstelling.
De conclusie lijkt dan ook dat insecten als grootschalige oplossing voor het wereldvoedselprobleem voorlopig uit zicht zijn. Wat ooit werd gepresenteerd als een “revolutionair alternatief” voor vlees, blijkt in de praktijk vooral een industrie die worstelt om economisch en maatschappelijk voet aan de grond te krijgen.
Eat that, Klaus Schwab!
Van schimmel naar snack: Bredase start-up in de race voor nationale ondernemersprijs
De wereld heeft steeds meer eiwit nodig, maar wel duurzamer dan nu. In Breda wordt gewerkt aan een opvallend alternatief. In grote stalen fermentatietanks kweekt start-up The Protein Brewery eiwitten uit schimmels – een technologie die volgens kenners de voedselindustrie ingrijpend kan veranderen.
Peter Ullenbroeck
28 maart 2026, 21:00
De jonge onderneming staat nu ook landelijk in de belangstelling. The Protein Brewery is genomineerd voor De Nationale Ondernemersprijs, een initiatief van het AD, de aangesloten regionale dagbladen, De Ondernemer en RTL.
Voor directeur Thijs Bosch van de Protein Brewery komt de nominatie op een moment dat het bedrijf in een stroomversnelling zit. „We hebben onlangs een positieve opinie gekregen van de Europese voedselautoriteit EFSA”, vertelt hij. „Dat betekent dat ons eiwit veilig is bevonden en dat we ons nu voorbereiden om ook op de Europese markt te gaan verkopen.”
We staan nog maar aan het begin van de eiwitrevolutie
Thijs Bosch,Directeur de Protein Brewery
The Protein Brewery maakt Fermotein, een eiwitpoeder dat wordt geproduceerd met behulp van fermentatie. In grote bioreactoren groeien schimmels op suikerreststromen. Na verwerking blijft een licht, meelachtig poeder over dat rijk is aan eiwitten, vezels en voedingsstoffen.
Het ingrediënt kan worden gebruikt in onder meer koekjes, energierepen, sportvoeding en andere voedingsproducten. Volgens het bedrijf heeft het product eigenschappen die dichter bij dierlijke eiwitten liggen dan veel plantaardige alternatieven.
Het bedrijf telt inmiddels zo’n 35 medewerkers en groeit gestaag door. Vooral in de fabriek komen er de laatste tijd nieuwe mensen bij, omdat de productie wordt voorbereid op een grotere afzetmarkt.
Eerder haalde The Protein Brewery ongeveer dertig miljoen euro op bij internationale investeerders. Dat geld wordt gebruikt om de technologie verder te ontwikkelen en de productie stap voor stap te vergroten, zodat het eiwit straks ook in grotere hoeveelheden geleverd kan worden aan voedselproducenten.
Landelijke aandacht
De nominatie voor de AD-Ondernemersprijs brengt het bedrijf nu ook landelijk onder de aandacht. De concurrentie is stevig: tien veelbelovende bedrijven uit heel Nederland dingen mee naar de prijs. Wie zich uiteindelijk de winnaar mag noemen, wordt op 8 april bekendgemaakt tijdens een bijeenkomst in Amsterdam.
In de fabriek in Breda ligt de focus voorlopig vooral op de volgende stap: verder groeien. Meer fermentatietanks, meer productie en meer producten waarin het eiwit straks verwerkt kan worden. Als de Europese toelating definitief wordt en grote voedselproducenten instappen, kan het volgens Bosch snel gaan.
Dan moet de Bredase ‘eiwitbrouwerij’ laten zien dat de technologie ook op grote schaal werkt. Of, zoals Bosch het zelf zegt: „We staan nog maar aan het begin van de eiwitrevolutie.”
deanderekrant.nl
Berlijn autovrij? Plan voor referendum leidt tot felle weerstand
Chiem Balduk
De Berlijnse deelstaatverkiezingen zijn pas in september, maar nu al hangt de Duitse hoofdstad vol met campagneposters. Het onderwerp is het misschien wel meest radicale verkeersplan ter wereld: een vrijwel autovrij Berlijn. Activisten willen een referendum hierover afdwingen, rechtse partijen voeren actief tegencampagne.
Het is een wetsvoorstel waar een groep juristen, verkeerskundigen en groene activisten jaren aan gewerkt heeft. Het idee is om het autoverkeer flink te beperken binnen de ringspoorlijn, een gebied waar ongeveer 30 procent van de bijna vier miljoen Berlijners woont. Het gebied is met maar liefst 88 vierkante kilometer ongeveer zo groot als Eindhoven.
Alle mensen zouden nog maar twaalf dagen per jaar met een auto in dit gebied mogen rijden. Uitzonderingen komen er voor hulpdiensten, taxi's, mensen met een beperking, goederenverkeer en mensen met cruciale beroepen. De rest is aangewezen op het ov, de fiets of benenwagen.
NOSHet gebied waarover het gaat![]()
Het zou leiden tot minder verkeersongelukken, -overlast en -uitstoot. De ruimte die vrijkomt kan worden gebruikt voor fietspaden, groen en zitjes. "Of speeltuintjes... of urban libraries", dagdroomt Marie Wagner, een van de initiatiefnemers. "En eindelijk kunnen kinderen veilig naar school fietsen."
Tegenstanders wijzen op hogere verkeerslast op omliggende wijken en economische schade, doordat bedrijven zouden vertrekken en winkels slechter bereikbaar zijn. Dat wuift Wagner weg. "Slechts 9 procent van inkopen binnen de ring wordt gedaan door mensen die met een auto reizen", zegt ze.
"Bovendien heeft onderzoek uitgewezen dat aantrekkelijkere straten leiden tot meer consumptie, omdat mensen daar langer blijven." Wie wel de auto moet en mag gebruiken, zoals klusjesmannen, kunnen juist makkelijker door de stad bewegen, is het idee.
Collega Gerald Stefani benadrukt dat de activisten niet tegen de auto an sich zijn. "We willen het autogebruik niet afschaffen, maar reguleren. Ook blijft met twaalf autodagen per jaar nog veel mogelijk, zoals grote boodschappen en verhuizingen." Over de uitvoering maakt hij zich geen zorgen. "Voor iedere rit zou je online een QR-code kunnen aanvragen."
Weerstand in autostad
Berlijn is een autostad. In de bloeiperiode rond 1900, de Gründerzeit, werden de kenmerkende Berlijnse huurblokken weids opgezet langs brede straten. Daar viel de auto later eenvoudig in te passen. Verwoesting door de Tweede Wereldoorlog, de bouw van de Berlijnse Muur en sloopdrift van naoorlogse stedenplanners maakten de weg vrij voor brede autowegen.
AFPZicht op het centrum van Berlijn, met op de voorgrond de kenmerkende Berlijnse woningbouw![]()
Het initiatief stuit op felle weerstand van de lokale politiek. Rechtse partijen als CDU, FDP en AfD hebben de stad volgehangen met posters met 'Autofrei? Nein!' en 'Auto verbieten verboten' (autoverbod verbieden). CDU-burgemeester Wegner spreekt van een "goedbedoelde droom van een stedelijke idylle, maar die tot een nachtmerrie zal leiden".
Zijn partij staat op verlies bij de komende deelstaatverkiezing en wordt even groot gepeild als de Groenen en Die Linke, evenals de AfD. Het beeld van 'links' die je auto wil afpakken, is dan een campagnegeschenk. Daarom houden de linkse partijen zich waarschijnlijk afzijdig op dit thema; zij hebben geen posters opgehangen voor het verkeersreferendum.
NOS / Chiem BaldukCampagneposters van de AfD (tegenstander) en de Tierschutzpartei (voorstander)![]()
De anti-campagne is juist behulpzaam, zegt Stefani. Het levert bekendheid op: "Er zijn mensen die vanwege de CDU-posters juist komen ondertekenen". Volgens Wagner willen vrijwel alle partijen het autogebruik terugdringen, maar durven ze geen grote stappen te zetten.
"De auto zit diep in de Duitse psyche", zegt Stefani. "Het is zo belangrijk geweest voor de Duitse economische ontwikkeling, dat veranderingen op autogebied automatisch weerstand oproepen. Dat zien we ook met de discussie over een maximumsnelheid."
Het is spannender dan een krimi.
Actievoerder Marie Wagner
De actievoerders verkeren in het laatste stadium om een referendum in september af te dwingen: het ophalen van 174.000 handtekeningen. Dat ging in de wintermaanden moeizaam, maar nu is er een inhaalspurt. Met nog één dag te gaan lijkt het erop of eronder, zegt Marie Wagner. "Het is spannender dan een krimi."
Op het Alexanderplatz vragen de actievoerders Berlijners om hun handtekening. De één tekent direct ("Het is zeker niet radicaal, de huidige vervuiling is radicaal!"), de ander wuift het voorstel weg ("Minder auto's prima, maar niet de mijne").
Een vrouw twijfelt. Ze woont binnen de ring en heeft een auto. "Voor boodschappen is het wel handig." Toch vindt ze het idee wel spannend. Na wat overtuigingskracht van de actievoerders tekent ze. "Misschien goed, dan word ik eens gedwongen te fietsen."