Max von Kreyfelt

Column: De politicus met een oortje

Max von Kreyfelt

Iedere politicus die zich achter de schermen door de AIVD of NCTV laat sturen, verraadt zijn democratische opdracht.

Juridisch zal dat niet onmiddellijk landverraad heten. Daarvoor bestaan wetsartikelen en juristen die zelfs een staatsgreep nog kunnen omschrijven als onzorgvuldig bestuurlijk overleg. Politiek en moreel ligt het eenvoudiger.

Een volksvertegenwoordiger vertegenwoordigt het volk. Niet een veiligheidsdienst. Niet een dreigingsanalist, of een anonieme ambtenaar die in een besloten briefing uitlegt welke partij, journalist of burger als “risico” moet worden beschouwd.

Politici mogen worden geïnformeerd over concrete bedreigingen. Daarvoor bestaan inlichtingendiensten. Maar informeren is iets anders dan dirigeren. Zodra een politicus zijn koers of tegenstanders laat bepalen door diensten buiten het zicht van de kiezer, verandert hij van volksvertegenwoordiger in buikspreekpop.

De kiezer ziet een Kamerlid. Achter het gordijn zit de hand.

Het begint beschaafd. Een vertrouwelijk gesprek. Een zorgelijke analyse. Een map met rode markeringen. Daarna wordt een partij niet meer als politieke concurrent behandeld, maar als veiligheidsprobleem. Kritische burgers worden mogelijke radicalen. Onafhankelijke media veranderen in verspreiders van desinformatie.

De politicus helpt graag mee. Omdat een etiket van de veiligheidsdiensten politiek praktisch is, niet omdat het gevaar bewezen is, Tegen een tegenstander moet je debatteren. Een staatsgevaarlijke extremist hoef je alleen nog uit te sluiten.

Zo wordt politieke concurrentie administratief ontsmet.

De AIVD en NCTV behoren de democratische rechtsorde te beschermen. Niet te bepalen welke democratische uitkomst wenselijk is. Zodra veiligheidsdenken wordt gebruikt om verkiezingen, partijvorming of het publieke debat heimelijk te beïnvloeden, beschermen de diensten de democratie niet meer. Dan wordt hun optreden zelf ondermijning.

Een politicus die daaraan meewerkt, kan zich niet verschuilen achter “nationale veiligheid”.

De loyaliteit van een gekozen politicus hoort zichtbaar en controleerbaar te zijn. Zijn argumenten moeten openbaar kunnen worden bestreden. Zodra zijn werkelijke instructies uit vertrouwelijke kamers komen, wordt het parlement decor en de verkiezing een castingronde voor goedgekeurde figuranten.

Dan regeert niet het volk, maar het dossier.

Noem het beïnvloeding, samenwerking of bestuurlijke weerbaarheid. Noem het een strategische dialoog met koffie en beveiligde notulen. Wanneer een politicus zich laat inzetten om ongewenste partijen of burgers buiten het democratische speelveld te drukken, pleegt hij verraad aan zijn mandaat.

Niet ieder gesprek met een veiligheidsdienst is landverraad.

Maar iedere politicus die zijn kiezer inruilt voor een onzichtbare opdrachtgever, heeft het land al verraden voordat een rechter er een wetsartikel bij vindt.
 
Column: De oorlog voor de vrede

Max von Kreyfelt

Gerhard Schröder heeft hardop gezegd wat in Brussel alleen fluisterend mag worden gedacht: in Oekraïne gaat het om geopolitieke macht, de verzwakking van Rusland en een wapenindustrie die iedere dode verwerkt in de kwartaalcijfers.

Europa heeft besloten dat vrede pas mag worden besproken nadat de oorlog gewonnen is. Wanneer dat zal zijn, weet niemand. Wie er dan nog leeft evenmin. Maar in Brussel staat altijd een ambtenaar klaar om de overwinning alvast in PowerPoint te zetten.

De formule is eenvoudig. Meer wapens leiden tot meer oorlog. Meer oorlog leidt tot meer behoefte aan wapens. Die behoefte bewijst vervolgens dat alle eerdere leveranties noodzakelijk waren.

Dat heet solidariteit.

Schröder spreekt over oorlogsverlenging. Wij noemen het liever: “Oekraïne steunen zolang dat nodig is.” Een prachtige formulering, omdat wordt verzwegen waarvoor, tot wanneer en hoeveel Oekraïners ervoor moeten sterven.

Zolang nodig betekent: zolang Washington levert, Brussel betaalt en Kiev begraaft.

Wie “wapenstilstand” zegt, krijgt een ideologisch douaneonderzoek. Heeft deze persoon Russische sympathieën? Vindt hij vrede belangrijker dan de NAVO? Voor je het weet ben je geen burger met een afwijkende mening, maar een desinformatiecampagne met schoenen aan.

De media bewaken de grenzen van het toegestane denken. Aan talkshowtafels leggen generaals uit waarom onderhandelen naïef is. Wapenexperts vertellen welke raket werkelijk vrede brengt. Daarna verschijnt een defensiespecialist die nog nooit een defensiebudget te hoog vond.

ARD, ZDF, Spiegel en Bild hoeven geen opdrachten te ontvangen. Na jaren van dressuur loopt de redactie vanzelf naar dezelfde voederbak. Kritiek wordt verraad, diplomatie capitulatie en twijfel een aandoening voor “Putin-Versteher”.

Het briljante is dat deze propaganda zichzelf presenteert als verdediging van het vrije woord. Iedereen mag alles zeggen, zolang het overeenkomt met de vorige spreker.

Ondertussen liggen Oekraïense steden in puin, worden mannen opgeofferd en betaalt Europa voor zijn gehoorzaamheid. De Amerikaanse wapenindustrie factureert. Europese regeringen lenen. De burger betaalt. Oekraïne levert het bloed.

Wie vraagt of onderhandelingen verstandiger zijn dan nog tien jaar vernietiging, krijgt de morele brandweer over zich heen om dat vredesvuurtje uit te trappen.

Schröders uitweg, directe onderhandelingen, Rusland betrekken bij een veiligheidsorde en de propaganda onderzoeken, zal als onrealistisch worden afgedaan.

Realistisch is immers alleen wat de oorlog verlengt.

Zo werd Europa het eerste continent dat vrede beschouwt als Russische inmenging, diplomatie als extremisme en eindeloze oorlog als verdediging van de democratie.

De kanonnen bulderen. De aandelen stijgen. En in Brussel wordt een minuut stilte gehouden voor slachtoffers die men met de volgende miljardenleverantie gedenkt.
 
Column: De chronische kleuter in het Torentje

Max von Kreyfelt

Rob Jetten is minister-president van Nederland. Alleen die zin heeft al iets van een schooltoneelstuk waarbij de meester ziek is en het brutaalste jongetje zijn stropdas heeft omgedaan.

Daar staat hij dan. Negenendertig jaar, permanent opgewekt en met het gezag van iemand die bij ProRail ooit mocht vertellen dat de trein niet rijdt, maar dat de reiservaring centraal blijft staan. Inmiddels bestuurt hij het land op dezelfde manier: Nederland komt nergens aan, maar de presentatie ziet er verzorgd uit.

Jetten kijkt alsof hij zojuist een compliment van de communicatieafdeling heeft gekregen. Zelfs wanneer hij offers aankondigt, verschijnt het tevreden glimlachje van een leerling die het woord ‘verantwoordelijkheid’ foutloos heeft uitgesproken. Je verwacht ieder moment een sticker op zijn jasje: goed gedaan, Rob.

Het is niet dat hij jong is. Het probleem is dat hij nooit de indruk wekt volwassen te zijn geworden. Zijn politieke taal bestaat uit kindervoeding. Bezuinigingen worden noodzakelijke keuzes. Machtsoverdracht aan Brussel heet samenwerking. Meer geld naar defensie is investeren in vrede. En wanneer de burger erop achteruitgaat, gebeurt dat om samen vooruit te komen.

Jetten liegt niet eens overtuigend. Hij gelooft zichtbaar in de folder.

Zijn loopbaan is een tocht langs instellingen waar verantwoordelijkheid voortdurend wordt doorgegeven: gemeenteraad, ProRail, Tweede Kamer, klimaatminister en daarna rechtstreeks naar het Torentje. Een bestuurlijke peuterspeelzaal met telkens een groter klimrek. Nergens hoefde hij lang genoeg te blijven om de rommel zelf op te ruimen.

Daarom is hij zo geschikt.

Een premier met levenservaring zou vragen stellen. Wie heeft dit besloten? Waarom moet Nederland betalen? Wat krijgt de burger terug? Kan Brussel ook eens naar ons luisteren? Zulke vragen vertragen de doorstroming en kunnen bovendien zelfstandig denken veroorzaken.

Jetten heeft daar geen last van. Hij ontvangt beleid zoals een kind een kleurplaat ontvangt: enthousiast, zonder naar de herkomst te vragen en vastbesloten binnen de Europese lijntjes te blijven.

Zijn kabinet heeft 66 van de 150 Kamerzetels. Geen meerderheid, nauwelijks draagvlak, maar wel een premier die spreekt alsof het volk hem unaniem heeft aangewezen. Dat is zijn talent: zelfs een politiek tekort presenteert hij als vernieuwend leiderschap.

Het ambt wordt zo ontmanteld. De ideale premier is een vriendelijke presentator die besluiten uitlegt zonder ooit te verraden wie ze werkelijk heeft genomen.

Rutte maakte van het Torentje een verkoopkantoor. Jetten heeft er een kinderopvang van gemaakt.

Hij is geen politieke vergissing, maar het eindproduct van een systeem dat volwassen leiders gevaarlijker vindt dan gehoorzame kleuters.

Nederland heeft nog altijd een minister-president. Alleen moet iemand hem straks wel op tijd komen vervangen.
 
Column: Pas op, de Nederlander denkt

Max von Kreyfelt

De AIVD en MIVD moeten van het kabinet ruim baan krijgen om dreigingen uit Rusland en China te bestrijden.

Ruim baan. Dat klinkt alsof Poetin morgen bij Zevenaar de grens overkomt met een aktetas vol staatsgeheimen en Xi Jinping ondertussen achter een transformatorhuisje onze democratie staat te fotograferen.

Maar “ruim baan” heeft in Den Haag een bijzondere betekenis. Het betekent zelden dat er verderop ook nog een rem staat.

Het mechanisme is bekend. Eerst verschijnt de dreiging. Daarna blijken bestaande bevoegdheden ontoereikend. Vervolgens moet er meer kunnen: meer verzamelen, meer koppelen, meer delen, eerder ingrijpen en vooral minder gezeur over privacy.

Allemaal voor onze veiligheid.

Uiteraard.

Dat Rusland en China spioneren en invloed proberen uit te oefenen, zal niemand verbazen. Daarvoor hebben we AIVD en MIVD. Interessanter wordt het wanneer de buitenlandse vijand langzaam verandert in een Nederlandse burger met de verkeerde mening.

Daar hebben we inmiddels een prachtig bestuurlijk woordenboek voor.

Desinformatie. Ondermijning. Radicalisering. Extremisme. Anti-institutioneel gedachtegoed.

En ergens tussen AIVD, MIVD en NCTV ontstaat zo een wonderlijke bestuurlijke alchemie: politieke onvrede kan worden omgesmolten tot veiligheidsvraagstuk.

Dan hoeft Den Haag zich niet langer af te vragen waarom burgers de overheid wantrouwen. Het wantrouwen zelf kan onderwerp van zorg worden.

Briljant.

Je beschadigt jarenlang het vertrouwen door bestuurlijk falen, verdwenen documenten, dichtgelakte dossiers, gebroken beloften en ministers met een geheugen dat opvallend vaak uitvalt zodra de Kamer vragen stelt.

Vervolgens ontdek je geschrokken dat burgers instituties wantrouwen.

Nog even en wantrouwen in de overheid geldt als bewijs dat de overheid terecht wantrouwig tegenover jou is.

Dat is de perfecte bureaucratische perpetuum mobile.

En daarom gaat het niet alleen om wat veiligheidsdiensten vandaag met nieuwe bevoegdheden doen. Het gaat om wat een volgend kabinet er morgen mee kán doen.

Bevoegdheden hebben namelijk geen geweten. Ze hebben een wettelijke grondslag en wachten geduldig op hun volgende gebruiker.

Vandaag Rusland.

Morgen China.

Daarna desinformatie.

En uiteindelijk misschien Henk uit Almelo die drie verkeerde berichten deelt, Brussel niet vertrouwt en hardnekkig weigert te begrijpen dat zelfstandig nadenken inmiddels een geopolitieke activiteit is.

Bestrijd dus spionage. Pak sabotage aan. Ontmasker buitenlandse beïnvloeding.

Maar geef vooral parlement, rechter, journalistiek en onafhankelijke toezichthouders ruim baan om de veiligheidsdiensten én de NCTV te controleren.

Want een democratie kan worden aangevallen door buitenlandse vijanden.

Maar ze kan ook langzaam worden uitgehold door bestuurders die iedere uitbreiding van hun macht verkopen als bescherming ervan.

En wanneer uiteindelijk de kritische Nederlander zelf als veiligheidsrisico wordt bekeken, hoeft Poetin niets meer te doen.

Dan heeft Den Haag uit voorzorg zijn werk al overgenomen.
 
Column: Als Hugo gaat praten, rollen de koppen:

Max von Kreyfelt

Wanneer Hugo de Jonge werkelijk gaat praten, zou het zomaar kunnen dat ze bij Binnenlandse Zaken alvast verhuisdozen bestellen.

Niet voor Hugo. Voor de mensen die achter de schermen jarenlang deden wat in Den Haag zo elegant communicatie heet, maar wat steeds vaker verdacht veel lijkt op regie van beeldvorming, informatie en politieke schade.

De coronaverhoren zijn daarom interessanter dan de vraag of Hugo zich een appje uit 2020 nog kan herinneren. De echte vraag is: wie organiseerde het systeem rond de minister?

Want een minister verzint niet iedere ochtend zelf welke journalist moet worden bijgepraat, welke Kamervraag gevaarlijk is, welke formulering politiek bruikbaar blijft en welke informatie beter nog even door de bestuurlijke wasstraat kan.

Daar bestaan afdelingen voor.

Communicatieafdelingen, woordvoerders, strategen, beleidsdirecties en ambtenaren die precies weten dat informatie macht is. Geef de Kamer alles en je hebt democratie. Geef haar precies genoeg en je hebt politiek management.

En dáár kan Hugo gevaarlijk worden.

Want De Jonge kent het apparaat. Hij kent de vergaderingen, de telefoontjes, de appgroepen, de ambtelijke lijnen en de mensen die hem adviseerden over wat hij moest zeggen, wanneer hij moest zwijgen en hoe een probleem moest worden verpakt.

Zolang hij zegt: “Dat herinner ik mij niet”, slaapt bestuurlijk Den Haag uitstekend.

Maar stel dat hij zich ineens dingen gaat herinneren.

Wie gaf opdracht? Wie wist ervan? Wie adviseerde wat? Wie hield informatie tegen? Wie bepaalde de communicatiestrategie? Wie besloot dat politieke schade belangrijker was dan maximale openheid?

Dan verandert een verhoor plotseling in een estafette van verantwoordelijkheid.

Hugo wijst naar een directeur-generaal. Die wijst naar een beleidsdirectie. De beleidsdirectie wijst naar communicatie. Communicatie verwijst naar de politieke leiding en voordat de koffie koud is, blijkt iedereen slechts uitgevoerd te hebben wat iemand anders vermoedelijk bedoeld had.

Het bekende Haagse perpetuum mobile: verantwoordelijkheid wordt eindeloos doorgegeven zonder ooit ergens aan te komen.

Daarom zou een werkelijk sprekende Hugo interessanter zijn dan honderd uur parlementaire reconstructie. Niet omdat daarmee automatisch strafbare feiten zijn bewezen. Wel omdat eindelijk zichtbaar kan worden hoe de bestuurlijke machine achter de politieke façade functioneerde.

De minister was het gezicht.

Maar achter ieder gezicht stond een apparaat.

En misschien is dat wel de grootste angst in Den Haag: niet dat Hugo de Jonge wordt ontmaskerd, maar dat hij besluit zichzelf te redden door precies te vertellen wie hem hielpen Hugo de Jonge te zijn.

Dan rollen misschien niet onmiddellijk de koppen.

Maar bij de intrigeafdelingen kunnen ze voor de zekerheid alvast hun appgeschiedenis wissen.

📌
 
Column: Halveer hun salaris

Max von Kreyfelt

Laten we de salarissen van ministers, Kamerleden en hoge ambtenaren halveren. Niet als straf, maar als wetenschappelijk experiment. Dan ontdekken we eindelijk wie werkelijk voor de publieke zaak werkt en wie het publieke belang vooral aantrekkelijk vindt wanneer er maandelijks een vorstelijk bedrag tegenover staat.

Volgens de gebruikelijke verdediging moeten bestuurders goed worden betaald omdat we anders geen kwaliteit aantrekken. Een interessante redenering, gezien de kwaliteit die we mét deze salarissen hebben aangetrokken. Nederland betaalt de hoofdprijs en ontvangt daarvoor toeslagenaffaires, zoekgeraakte bonnetjes, onleesbare wetten, onhaalbare klimaatplannen, ontspoorde ICT-projecten en bewindslieden die na iedere ramp verklaren dat zij “het proces tegen het licht zullen houden”.

Voor minder geld kunnen ze het nauwelijks slechter doen.

De topambtenaar schrijft nota’s waarin gewone mensen “doelgroepen” heten, problemen “uitdagingen” en mislukkingen “leerpunten”. De minister leest die nota voor, het Kamerlid stelt er een ingestudeerde vraag over en vervolgens verschijnt er een extern adviesbureau om uit te zoeken waarom niemand meer vertrouwen heeft in de overheid. Iedereen verdient uitstekend. Behalve de burger die de rekening ontvangt.

Halvering van de salarissen zou bovendien een prachtige bestuurlijke zuivering opleveren. Wie onmiddellijk vertrekt, zat er kennelijk niet uit idealisme. Wie blijft, krijgt eindelijk geloofwaardigheid wanneer hij verpleegkundigen, politieagenten, leraren en gepensioneerden uitlegt dat iedereen een offer moet brengen.

Nu wordt soberheid uitsluitend aanbevolen door mensen die er zelf ruim boven wonen.

Natuurlijk zal men waarschuwen dat talent naar het bedrijfsleven verdwijnt. Laat het gaan. Misschien kan dat talent daar een paar formulieren ontwerpen waarmee het bedrijf zonder jurist een subsidie kan aanvragen. Bovendien blijkt de draaideur tussen overheid, consultancy en lobby nu al uitstekend gesmeerd. Veel bestuurders beginnen hun loopbaan in dienst van het algemeen belang en eindigen toevallig bij een onderneming die bijzonder veel belang had bij hun algemene dienst.

Wie werkelijk capabele mensen wil, moet niet alleen naar salaris kijken, maar naar karakter, kennis en aantoonbare resultaten. Een loodgieter die iedere leiding verkeerd aansluit, wordt niet behouden door zijn tarief te verdubbelen. Alleen in Den Haag heet dat bestuurlijke ervaring.

Dus halveer die salarissen. Koppel de andere helft aan prestaties: uitvoerbare wetten, minder bureaucratie, tijdige openbaarheid, sluitende begrotingen en herstel van gemaakte fouten. Dat wordt lastig, want verantwoordelijkheid is in Den Haag iets wat men collectief draagt, zodat niemand haar persoonlijk hoeft te voelen.

Hopelijk verliezen we dan die blatende carrièrepolitici en beroepsambtenaren.

Dat is geen risico. Dat is rendement.
 
COLUMN: HET POLITIEKE STOCKHOLMSYNDROOM

Max von Kreyfelt

De Nederlandse burger wordt al jaren gegijzeld en verdedigt inmiddels zijn bewakers.

Dat is het politieke stockholmsyndroom: hoe harder de overheid knijpt, hoe dankbaarder een deel van de bevolking reageert wanneer zij even loslaat. De belasting gaat omhoog, maar gelukkig minder dan aangekondigd. De energierekening explodeert, maar er komt misschien compensatie. De woningmarkt stort vast, maar de minister belooft een loket.

Iedere klap wordt gevolgd door een folder over hulp.

De gijzelnemer heet daarom geen gijzelnemer, maar overheid. Het losgeld heet belasting. De bewaking heet veiligheid en het dagelijkse dreigement wordt gebracht door een deskundige die bij de publieke omroep uitlegt dat strengere maatregelen helaas onvermijdelijk zijn.

Veel burgers knikken. De overheid zal het wel weten.

Wanneer een ministerie miljarden verspilt, verdedigen zij de goede bedoelingen. Wanneer een uitvoeringsdienst mensen vermorzelt, wijzen zij op de ingewikkelde regelgeving. Wanneer documenten verdwijnen, herinneren zij eraan dat bestuurders ook maar mensen zijn. De burger toont meer begrip voor de macht dan de macht ooit voor de burger heeft getoond.

Dat is geen vertrouwen meer. Het is emotionele afhankelijkheid.

Men vreest dat zonder de vertrouwde partijen chaos uitbreekt, alsof die chaos niet juist onder hun toezicht is ontstaan. De huizen zijn onbetaalbaar, de zorg loopt vast, het onderwijs zakt weg en de overheid kan haar eigen ICT niet openen zonder drie consultants en een noodkrediet. Toch wordt iedere buitenstaander te riskant genoemd.

De cipier heeft tenminste bestuurlijke ervaring.

De media onderhouden deze merkwaardige verkering. Iedere avond verschijnt dezelfde kring van politici, oud-politici en beleidsvriendelijke duiders om te vertellen dat het systeem onder druk staat door de mensen die er kritiek op hebben. Nooit door degenen die het besturen. De brandweercommandant staat rokend naast het uitgebrande huis en waarschuwt voor burgers met lucifers.

Wie zegt dat de overheid is gegijzeld door partijen, adviesclubs, lobbyisten en gesubsidieerde belangenorganisaties, krijgt te horen dat hij het vertrouwen in de instituties ondermijnt. Alsof vertrouwen een nationale plicht is en geen resultaat van behoorlijk gedrag.

Het politieke stockholmsyndroom eindigt zodra de burger ophoudt dankbaar te zijn voor kruimels van zijn eigen brood. Zodra hij beseft dat publieke diensten geen gunsten zijn, ministers geen voogden en belastinggeld geen particulier bezit van de staat.

De overheid hoeft niet te worden vernietigd. Zij moet worden bevrijd uit handen van degenen die haar gebruiken als banenmachine, pinautomaat en morele kansel.

De eerste stap is eenvoudig: stop met medelijden hebben met de gijzelnemer.

Hij heeft de sleutel.

U betaalt alleen nog steeds voor de cel.
 
COLUMN: WIE BESTELDE DE HITLERGROET OP HET MALIEVELD?

Max von Kreyfelt

Op het Malieveld hoefde maar één arm omhoog en de hele demonstratie was afgehandeld.

Niet inhoudelijk. Wel televisieklaar.

Duizenden Nederlanders kunnen zich zorgen maken over immigratie, woningnood en een overheid die haar eigen grenzen behandelt als een vrijblijvende suggestie. Maar zodra ergens tussen de vlaggen een idioot de Hitlergroet brengt, verandert iedere demonstrant onmiddellijk in figurant van 1933.

De camera vindt zo iemand feilloos. Alsof er een magneet in zijn gestrekte arm zit.

Daarna begint de vertrouwde voorstelling. De minister walgt. De burgemeester fronst. De NOS monteert. Een deskundige uit de kaartenbak legt uit dat het gevaar van extreemrechts nu toch werkelijk niet meer kan worden onderschat.

Niemand vraagt wie de man is.

Hoort hij bij de organisatie? Is hij een bekende relschopper? Een provocateur? Een beroepshooligan die iedere zaterdag een ander ideologisch jasje aantrekt? Of gewoon een volslagen gek die precies leverde wat politiek en media nodig hadden?

Martin Vrijland noemt de demonstratie georkestreerd. Dat is een zware beschuldiging waarvoor hard bewijs nodig is. Maar zijn achterdocht komt niet uit de lucht vallen. Nederland kent immers Romeo’s, infiltranten en politieagenten in burger. We weten dat zij tussen demonstranten opereren. Alleen zodra de vlam in de pan slaat, worden nieuwsgierige vragen ineens schadelijk voor de democratische rechtsorde.

Wie gooide wat? Wie begon? Wie kende wie?

En waarom verdwijnen juist de beslissende minuten zo vaak achter helmen, rook en haastig geknipte televisiebeelden?

Misschien was er niets georganiseerd. Misschien stonden er werkelijk een paar nationaalsocialistische fossielen hun historische onbenul uit te venten. Arresteer ze dan en publiceer na onderzoek wie zij zijn en wat zij deden.

Maar gebruik hun gedrag niet als een emmer zwarte verf waarmee duizenden andere aanwezigen worden overgoten.

De Hitlergroet is inmiddels het goedkoopste decorstuk van de Nederlandse politiek. Eén gestrekte arm en niemand hoeft nog over asielbeleid, woningtekort of bestuurlijk falen te spreken. Het debat wordt ontbonden, de ME wordt opgetrommeld en de minister mag zichzelf feliciteren met zijn afkeer.

De relschopper krijgt zijn sensatie. De media krijgen hun beelden. De politiek krijgt haar vijand.

Alleen de burger krijgt opnieuw geen antwoord.

Misschien moeten journalisten daarom één keer niet vragen wat een provocateur uitbeeldde, maar wie er dankzij hem buiten beeld bleef.

Want op het Malieveld werd niet alleen met stenen gegooid. Er werd vooral met het nieuws gesmeten.
 
💯
COLUMN: MASSASURVEILLANCE? BEGIN BIJ DE MACHT

Max von Kreyfelt

De overheid wil alles van u weten.

Waar u bent. Wat u koopt. Met wie u praat. Welke websites u bezoekt. Waarom u dinsdag €47,80 contant opnam. Straks registreert men ook waarom u nors keek bij uw belastingaanslag.

Dat heet geen massasurveillance, maar veiligheid.

In Den Haag krijgt ieder digitaal wurgtouw een vriendelijke naam. De controlefuik heet een wallet. Het persoonsdossier heet dienstverlening. De enkelband heet digitale identiteit. Wie bezwaar maakt, heeft iets te verbergen.

Test het systeem eerst waar de macht zit: bij het establisment.

Geef iedere topambtenaar, minister, Kamerlid en ambassadeur een volgapp en camera. Bewaar hun telefoongesprekken, appjes, declaraties, lobbycontacten en besloten diners. Niet uit wantrouwen. Voor hun eigen veiligheid.

Een algoritme onderzoekt waarom kritische rapporten verdwijnen, bevriende adviesbureaus miljoenenopdrachten krijgen en verkiezingsbeloften na de stembus overlijden. Zo zien we welke politicus ’s middags over onafhankelijk beleid spreekt en ’s avonds bij een lobbyist aanschuift.

Ook diplomaten doen mee. Registreer welke ambassadeur aast op een buitenlandse functie. Leg vast welke afspraken achter gesloten deuren worden gemaakt en waarom ongelezen verdragen dringend ondertekend moeten worden.

Voer een sociaal kredietsysteem in.

De Kamer verkeerd informeren: vijftig punten eraf. Geheime appjes wissen: honderd punten. Een verkiezingsbelofte breken: digitaal paspoort geblokkeerd. Een burger vermorzelen in een computermodel en daarna mompelen over “de menselijke maat”: drie maanden geen dienstauto.

Een mislukt ICT-project? Geen bedrijfsrestaurant.

Miljarden kwijt? Geen Promotie,

Gezichtsherkenning lijkt mij nuttig. Zo zien we welke bestuurder na een parlementaire enquête weer door de draaideur komt. Zelfde gezicht. Nieuwe functie. Hoger salaris. Geen actieve herinnering.

Ik hoor de bezwaren al.

Algoritmen maken fouten. Gegevens kunnen worden misbruikt. Permanente controle veroorzaakt angst. Diplomatiek verkeer moet vertrouwelijk blijven. Politici moeten vrij kunnen spreken.

Kijk eens aan.

Zodra het hun eigen telefoon, agenda en bankrekening betreft, ontdekken de beroepscontroleurs de privacy en de rechtsstaat.

De burger is voor Den Haag geen mens, maar een burgerservicenummer met een betaalrekening. Over hem mag alles worden verzameld. Maar rond ambtenaren, politici en diplomaten gaat het gordijn dicht. Daar heet geheimhouding zorgvuldigheid, achterkamertjesoverleg landsbelang en de doofpot bestuurlijke rust.

Dus doe het.

Maak van ministeries, parlement en ambassades tien jaar lang een digitaal aquarium. Camera’s aan. Telefoons open. Lobbyisten registreren. Geldstromen volgen. Memo’s opsporen.

Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen.

En wie binnen de macht daarvan schrikt, begrijpt dan wat hij de burger aandoet.
 
Column: BRUTALE, PROTSERIGE LEEGROOF VAN NEDERLAND

Max von Kreyfelt

Defensie kan bij 3,6 miljard euro aan verplichtingen niet aantonen waarom opdrachten buiten de normale aanbestedingsregels zijn verstrekt. Geen tas met bankbiljetten is zoekgeraakt. Er ontbreekt iets veel belangrijkers: controle op de besteding ervan.

Toch verschijnt de politieke leiding voor de camera alsof zij zojuist eigenhandig Europa heeft gered. Nieuwe tanks, drones, raketten en miljarden worden aangekondigd met het enthousiasme van kinderen die speelgoed mogen uitzoeken op kosten van hun ouders. De houding kaarsrecht, de vlaggen gestreken en de mond vol nationale veiligheid. Het is een brutale, protserige vertoning terwijl Nederland financieel en moreel wordt leeggeroofd.

De Algemene Rekenkamer constateerde over 2025 voor 4,4 miljard euro aan fouten en onzekerheden. Bij 3,6 miljard daarvan was onvoldoende onderbouwd waarom uitzonderingen op de aanbestedingsregels werden gebruikt. Defensie noemt dat een administratieve onvolledigheid. Natuurlijk. Wanneer een bijstandsmoeder één formulier verkeerd invult, heet dat fraude. Wanneer een ministerie miljarden onvoldoende verantwoordt, ontbreekt er kennelijk slechts een nietje.

Aanbestedingsregels bestaan om vriendjespolitiek, overbetaling en bevoordeling te voorkomen. Wie daarvan afwijkt, moet kunnen uitleggen waarom. Defensie kon dat niet. Tegelijkertijd ontbrak een specifiek beleid tegen fraude en corruptie. Meer geld, minder concurrentie en gebrekkige controle: bij iedere gewone organisatie zouden de alarmbellen afbreken. In Den Haag wordt er een vlaggetjesdag van gemaakt.

Het contrast is stuitend. Burgers betalen steeds meer voor wonen, energie, boodschappen en zorg. Ouderen wachten op ondersteuning. Jongeren kunnen geen huis vinden. Boeren, ondernemers en zelfstandigen worden bedolven onder regels en belastingen. Voor hen is iedere euro schaars en iedere komma verplicht.

Maar zodra het woord ‘veiligheid’ valt, verandert de schatkist in een geldautomaat zonder pincode. Wie vragen stelt, begrijpt de geopolitieke ernst niet. Wie bonnetjes verlangt, helpt vermoedelijk Poetin. En wie wil weten welke bedrijven miljardencontracten kregen en waarom, brengt vanzelfsprekend onze nationale veiligheid in gevaar.

Zo wordt het land niet in één spectaculaire roof leeggehaald. Het gebeurt contract voor contract, uitzondering na uitzondering, verpakt in plechtige verklaringen over verantwoordelijkheid. De burger ontvangt de rekening; de leverancier het geld; de minister een fotomoment.

Nederland wordt niet uitsluitend beroofd van miljarden. Het wordt beroofd van het recht te controleren wat er met die miljarden gebeurt.

En terwijl de politieke pauwen hun defensieveren spreiden, wordt achter het podium de staatskas naar buiten gedragen.

 
COLUMN: DE ZORG IS KASSA

Max von Kreyfelt

In 2006 werd de patiënt officieel een verdienmodel.
In 2026 werd ik voor het eerst in mijn 75 jaar patiënt. Dus ik spreek.

Minister Hans Hoogervorst verkocht het nieuwe zorgstelsel als een wondermiddel. Zorgverzekeraars zouden concurreren, ziekenhuizen efficiënter werken en de patiënt zou als kritische consument de beste zorg uit het rek pakken.

Alsof iemand met een hart- of herseninfarct eerst even prijzen gaat vergelijken.

Twintig jaar later is de patiënt vooral grondstof voor een industrie van verzekeraars, bestuurders, controleurs, consultants, declaratiespecialisten en managers die vergaderen over de mensen waarvoor zij geen tijd meer hebben.

De verpleegkundige rent. Terwijl de manager presenteert en controleert.

De arts behandelt een patiënt, maar moet daarna bewijzen dat hij dat werkelijk heeft gedaan. Het gesprek duurt tien minuten. De registratie twintig. Voor iedere handeling bestaat een code, voor iedere code een tarief en voor ieder tarief een controleur die controleert of de controle correct is gecontroleerd.

Dat heet efficiëntie.

Marktwerking zou de kosten drukken. In werkelijkheid werd rond iedere euro zorggeld een complete bedrijfstak gebouwd die helpt bepalen waar die euro naartoe moet. Vaak nadat er eerst een flink stuk vanaf is geknabbeld.

De zorgverzekeraar behandelt niemand, maar bepaalt wel welke behandeling wordt betaald. De bestuurder wast geen patiënt, maar verdient meer dan degene die dat iedere ochtend doet. De consultant geneest niets, behalve een tekort aan PowerPointpresentaties.

En waar miljarden door een doolhof van contracten, onderaannemers, persoonsgebonden budgetten en zorgcodes worden gejaagd, verschijnen vanzelf de professionele zakkenrollers. Zorgbedrijfje openen. Cliënten inschrijven. Uren declareren. Zorg leveren is optioneel. De overheid noemt dat een incident en richt een nieuw informatieknooppunt op.

Daarna wordt er streng gekeken.

Rutte zette de koers voort. Meer concurrentie, meer prikkels en veel meer administratie. Toen de machine begon vast te lopen, veranderde de reclamefolder. Marktwerking heette ineens “passende zorg” en concurrentie werd “regionale samenwerking”. Dezelfde winkel, een nieuwe sticker op de etalage.

De patiënt merkt vooral dat de premie stijgt, het eigen risico groeit, samen met de wachtlijst terwijl de huisarts geen opvolger kan vinden. Maar ergens in een glazen kantoor is een beleidsmanager bijzonder tevreden over de voortgang van de transformatieagenda.

De zorg is niet alleen bezweken onder weinig geld. Zij wordt voornamelijk verstikt door te veel mensen die eraan verdienen zonder ooit een bed te verschonen.

We hebben van een ziekenhuis een markt gemaakt en zijn nu verbaasd dat er kooplieden rondlopen.

Het Nederlandse zorgstelsel is een chronische aandoening.
 
COLUMN: WIE ZIJN ‘DIE LUI’?

Max von Kreyfelt

Rob Jetten wil „die lui” vol op hun bek slaan. Dat zei hij op het D66-congres, nadat hij had verteld over goed georganiseerde en goed gefinancierde organisaties achter aanvallen op minderheden.

Een ferme uitspraak. Alleen ontbreekt in de kleedkamer nog de namenlijst.

Welke organisaties? Welke aanvallen? Wie betaalde wat? Jetten zegt het er niet bij. Hij beschrijft een netwerk met geld, macht en een strategie, maar houdt de hoofdrolspelers buiten beeld. Dat is een handige manier van politiek bedrijven: iedereen hoort een beschuldiging, niemand kan haar controleren.

Gideon van Meijeren heeft er 26 Kamervragen over ingediend. Sommige lezen alsof de premier na het congres met bokshandschoenen de straat op ging. Zo werkt beeldspraak niet. Wie een tegenstander „onderuit haalt”, hoeft ook geen ambulance te bellen.

Maar tussen de vragen over de denkbeeldige klap zitten vragen waarop Jetten wél antwoord moet geven. Wie zijn „die lui”? Heeft hij aanwijzingen dat zij aanvallen organiseren of financieren? Of heeft hij op een partijcongres zijn vermoedens alvast tot feiten bevorderd?

In augustus waarschuwde hij ook al voor goed georganiseerde, stevig gefinancierde groepen achter de façade van vrijheid van meningsuiting. Opnieuw zonder namen. Het klinkt als een inlichtingenrapport dat per ongeluk is geschreven door de afdeling campagneslogans.

Misschien heeft Jetten bewijs. Dan kan hij het, voor zover mogelijk, laten zien. Misschien bedoelt hij concrete strafbare bedreigingen en geweld. Zeg dat dan. Maar als hij ook legale politieke organisaties en hun opvattingen op het oog heeft, wordt het een ander verhaal. Een premier kan een mening bestrijden. Hij kan haar niet eerst tot een heimelijke aanval verklaren en daarna weigeren te vertellen over wie hij spreekt.

Jetten mag zich opwinden over de veiligheid van minderheden. Daar is alle reden toe wanneer mensen worden bedreigd of mishandeld. Juist daarom verdienen zulke ernstige beschuldigingen meer dan een dreigende volzin voor een juichende congreszaal.

De minister-president hoeft zijn bokshandschoenen niet in te leveren. Hij moet alleen, voordat hij de volgende ronde aankondigt, vertellen wie er eigenlijk in de andere hoek staat.
 
VACATURE D66

ParaMilitair Commando: Anti-Anti-Anti-Haters (m/v/x)

Standplaats: Den Haag, met regelmatige oefeningen in congreszalen
Dienstverband: Tijdelijk, totdat iemand de volledige opname terugvindt
Salaris: Marktconform optimisme

D66 zoekt strijdvaardige verbinders voor haar nieuwe commando-eenheid. De premier heeft het startsein gegeven: “We gaan die lui niet laten winnen, maar we gaan ze vol op hun bek slaan.” Aan ons de taak om daar een zorgvuldig, inclusief en bovenal figuurlijk uitvoeringsplan bij te schrijven.

Wat ga je doen?

Je legt politieke tegenstanders het vuur aan de schenen en controleert daarna of ze begrijpen dat er geen brand is. Je deelt metaforische klappen uit, organiseert verbindingssessies en spreekt iedereen aan die de woorden van de premier letterlijk herhaalt.

Je werkt in wisselende diensten. Soms identificeer je “die lui”. Vaker leg je uit waarom dat voorlopig niet nodig is.

Wat breng je mee?

Je kunt met een ernstig gezicht zeggen dat woorden ertoe doen, behalve wanneer de premier ze gebruikt. Je vindt agressieve taal verwerpelijk en strijdlustige taal inspirerend. Het verschil herken je aan het partijlidmaatschap van de spreker.

Ervaring met crisiscommunicatie is welkom. Kun je een ontbrekende passage in een gepubliceerde speech beschrijven als “ruimte voor interpretatie”? Dan kun je direct beginnen.

Wat bieden wij?

Een intensieve opleiding met de modules Vijandherkenning zonder namen, De-escaleren met gebalde vuist en Wat Rob eigenlijk bedoelde. Na succesvolle afronding ontvang je een certificaat Verbindend Commando en een pasje waarmee je achteraf elke uitspraak tot beeldtaal kunt verklaren.

Solliciteren kan met een motivatiebrief. Beschrijf daarin iemand met wie je het grondig oneens bent en leg uit hoe je die persoon eerst op zijn bek slaat en vervolgens uitnodigt voor een goed gesprek.

D66 is een werkgever die gelijke kansen biedt. Iedereen mag solliciteren. Wie lastige vragen stelt, krijgt zelfs een tweede gesprek. Met de woordvoerder.
 
COLUMN: 517 MILJARD VOOR ‘WE ZIEN WEL’

Max von Kreyfelt

Het kabinet-Jetten wil volgend jaar 516,8 miljard euro uitgeven. De Algemene Rekenkamer stelde de vraag die in Den Haag kennelijk als onfatsoenlijk geldt: wat levert dat op?

Bij veel geld is dat onvoldoende duidelijk. Slechts enkele ministers hebben concrete, meetbare hoofddoelen in hun begroting gezet. De anderen hebben vooral een bedrag. En vertrouwen. Vooral in het geduld van degene die betaalt.

D66 noemt zichzelf graag de onderwijspartij. Dat is handig, want bij Onderwijs ontbreekt zo’n controleerbaar hoofddoel. Een leerling die zijn werkstuk inlevert met alleen de kosten van het papier krijgt een onvoldoende. Een minister krijgt zestig miljard.

Bij Infrastructuur is minder geld voor onderhoud beschikbaar dan nodig. Een brug houdt het nog even vol op goede bedoelingen, tot er een vrachtauto overheen moet. Dan blijkt ‘we kijken ernaar’ geen dragende constructie.

Ook de belastingregels bieden een inkijkje in het Haagse huishouden. De Rekenkamer wijst op 53 geëvalueerde fiscale regelingen die niet doelmatig of doeltreffend zijn. Schrappen of aanpassen zou volgens ambtelijk advies tot 35 miljard euro kunnen besparen. Het kabinet haalt er voorlopig ongeveer één miljard uit. De kraan staat open, maar gelukkig is iemand bezig een zuiniger sponsje te bestellen.

En dan de EU-afdracht. Die kan vanaf 2028 jaarlijks zo’n 3,7 miljard euro hoger uitvallen dan nu in beeld is. Een fors risico. In gewone huishoudens heet dat: even gaan zitten. In Den Haag heet het: door naar de volgende dia.

Natuurlijk betekent dit niet dat 517 miljard euro zoek is. Het betekent dat de regering bij een groot deel van haar plannen onvoldoende laat zien welk resultaat de burger voor zijn geld mag verwachten. Dat is misschien nog knapper. Je kunt de miljarden aanwijzen, maar zodra iemand vraagt wat ze moeten doen, worden ze verlegen.

Jetten bestuurt het land als een verbouwing zonder bouwtekening. De rekening ligt al op de mat. De aannemers zijn aangesteld. De bewoners mogen straks enthousiast zijn over het resultaat.

Als het dak ontbreekt, komt er een taskforce voor droog wonen.
 
COLUMN: NIET MEER AFTREDEN, MAAR TERECHT STAAN

Max von Kreyfelt

In Nederland treedt een minister af wanneer zijn positie onhoudbaar is. Daarna krijgt hij wachtgeld, een commissariaat of een internationale topfunctie. Zo verandert verantwoordelijkheid in een carrièrestap en wordt falen beloond met een grotere auto. Zie Hugo de Jonge.

Misschien moeten we ophouden uitsluitend te vragen wie moet aftreden. De ernstiger vraag luidt: wie moet terechtstaan?

Niet ieder slecht besluit is een misdrijf. Politici mogen onbekwaam zijn en fouten maken. Daarvoor bestaan verkiezingen. Maar zodra bestuurders bewust liegen onder ede, documenten vernietigen, gegevens vervalsen, corrupt handelen of burgers doelbewust onrechtmatig behandelen, verlaten zij de politiek. Dan betreden zij het terrein van de strafrechter.

Nederland lijkt nu twee rechtsstaten te hebben. Eén voor de burger, die een verkeerd formulier jaren kan achtervolgen. En één voor de bestuurder, die duizenden burgers kan vermalen en daarna verklaart dat ‘het systeem’ onvoldoende signalen doorgaf.

Neem de toeslagenaffaire. Ouders werden gebroken door een overheid die hen als fraudeurs behandelde. Er kwamen rapporten, verhoren en plechtige woorden. Het kabinet trad af en regeerde demissionair verder. De slachtoffers kregen formulieren; de verantwoordelijken begrip voor de complexiteit.

In Groningen scheurden huizen en veel beloften. Daarna kwam een enquête. En opnieuw beloften. Verantwoordelijkheid bleef uit.

En neem corona. Rutte, De Jonge en Grapperhaus presenteerden politieke keuzes als natuurwetten. Kritiek werd weggezet, grondrechten werden opgerekt en schade verdween achter modellen. Nu verklaren de hoofdrolspelers dat zij weinig anders zouden doen. Zelfonderzoek voltooid, patiënt overleden.

Daarmee staat niet vast dat zij strafbare feiten hebben gepleegd. Dat moet onafhankelijk worden onderzocht. Zo’n onderzoek mag niet stranden op functie, partijbelang of bestuurlijke kameraadschap. Een ministerstitel is geen kogelvrij vest tegen het Wetboek van Strafrecht.

Wie onder ede liegt, moet op meineed worden onderzocht. Wie stukken vervalst of vernietigt, op valsheid of bewijsvernietiging. Wie zich laat omkopen, op corruptie. Niet alleen een pittig debat, maar zo nodig een officier van justitie, met een politiek onafhankelijke rechter.

De rechtsstaat bewijst zich door de machtigen geen achterdeur te geven. Politieke verantwoordelijkheid zonder consequenties is theater met interruptiemicrofoons.

Nederland heeft genoeg van enquêtes. Rapporten verdwijnen in laden, hoofdrolspelers naar betere banen en slachtoffers raken uit beeld.

Een bestuurder die de wet overtreedt, de samenleving bewust schade berokkend, hoort terecht te staan, precies zoals iedere burger die hij jarenlang de maat heeft genomen.
 
COLUMN: DAVID VAN WEEL, HUISMEESTER VAN UW BOVENKAMER

Max von Kreyfelt

Justitieminister David van Weel wil het verheerlijken van terrorisme en het openlijk steunen van verboden terroristische organisaties strafbaar stellen.

“Hoe haal je het in je hoofd?”, vraagt Van Weel zich af over mensen die Hamas verheerlijken.

Kijk aan. Nederland heeft niet alleen een minister van Justitie, maar inmiddels ook een huismeester voor onze bovenkamer. David loopt straks langs de schedels om te controleren of daar gedachten wonen die hem niet bevallen.

Hamas is een terroristische organisatie. De massaslachting van 7 oktober verheerlijken is weerzinwekkend. Wie geweld pleegt, voorbereidt, financiert of ertoe oproept, hoort voor de rechter.

Maar Van Weel wil ook “steunbetuigingen”, symbolen en “verregaande lof” strafbaar maken. Dat klinkt daadkrachtig zolang niemand vraagt wat die woorden juridisch betekenen.

Hoeveel lof is verregaand? Twee keer “Hup Hamas” is misschien een mening, maar bij de derde keer komt de arrestatie-eenheid? Mag een idioot met een vlag wel worden uitgelachen, of wordt het lachen dan verspreiding? En wie bepaalt of een Palestijnse vlag solidariteit uitdrukt, provocatie betekent of door een overijverige ambtenaar in het verkeerde digitale mapje wordt gestopt?

Geen nood. De context telt.

Van Weel presenteert zich als een kordate sheriff die de democratie komt beschermen. Alleen richt hij zijn revolver niet op terroristen, maar op woorden waarvan hij bang is dat ze mogelijk ooit iemand ideologisch rijp maken. Hier geen terrorismebestrijding, maar tuinieren in andermans hoofd.

De Raad van State vroeg niet voor niets om strengere eisen aan het opzet van de verdachte en betere proportionaliteit. Zelfs de hoogste juridische adviseur zag dat Van Weel met een bulldozer een gebied betreedt waar iedere democratische bestuurder op vilten pantoffels hoort te lopen.

Maar Domme David houdt van stevig schoeisel.

Hij wil voorkomen dat terroristische boodschappen worden “genormaliseerd”. Een prachtig woord. Want zodra de overheid gaat bepalen welke meningen normaal mogen worden, is niet alleen de terrorist verdacht. Dan wordt ook de historicus, demonstrant, columnist, journalist en dwarsdenker afhankelijk van de interpretatie van het Openbaar Ministerie.

Vandaag beschermt Van Weel ons tegen Hamasverheerlijking. Morgen beschermt een andere minister ons tegen “anti-institutionele” taal. Daarna komt er een brochure waarin staat welke gedachten veilig door uw hoofd mogen wandelen.

Zo arriveert de gedachtenpolitie in Nederland: met een VVD-das, een memorie van toelichting en de geruststellende mededeling dat alleen verkeerde mensen iets te vrezen hebben.

“Hoe haal je het in je hoofd?”, vraagt Domme David van Weel.

Heel eenvoudig, minister.

Dat hoofd is van ons.

Hoe haalt ú het in uw domme hoofd daar zonder huiszoekingsbevel binnen te stappen?
 
Hamas is GEEN terroristische organisatie, Max. En ook Hamas 'verheerlijken' is NIET strafbaar - en al helemaal niet in de context van 7 okt. 2023. Als dit 'terrorisme' was, dan was de Nederlandse verzetsbeweging tegen de nazibezetting ook een 'terroristische organisatie'.

Mike
 
COLUMN: JETTEN KOMT JE WERVEN

Max von Kreyfelt

De bel gaat. Mijn moeder doet open. Op de stoep staat Rob Jetten, naast een fotograaf en een vlag die iemand zorgvuldig uit het beeld van de buren houdt.

„Is uw zoon thuis?”

„Hij is dertig”, zegt mijn moeder.

„Geweldig. Precies de leeftijd waarop Nederland op hem kan rekenen.”

„Hij woont nog bij mij.”

Jetten kijkt even naar de fotograaf. Die laat zijn camera zakken.

Ik kom de trap af. De premier schudt mijn hand alsof hij hem alvast aan Nederland overdraagt. „Ons land heeft jonge mensen nodig die verantwoordelijkheid nemen.”

„Ik werk vijf dagen per week.”

„Nog meer verantwoordelijkheid.”

„Ik betaal belasting.”

„Prachtig.”

„En iedere maand mijn studieschuld.”

„Dat noemen wij investeren in de toekomst.”

„Welke toekomst?”

Jetten wijst naar buiten. Het is een mistige dinsdagochtend. De fotograaf vindt het prachtig licht.

De premier vertelt over veiligheid, dienstbaarheid en alles wat wij samen moeten beschermen. Ik vraag of ik met mijn salaris ergens in die gezamenlijke toekomst kan wonen. Hij zegt dat woningbouw ingewikkeld is. Veel partijen. Veel procedures. Veel uitdagingen.

„En de krijgsmacht?”

„Daar kun je je meteen aanmelden.”

Mijn moeder komt uit de keuken. „Moet ik zijn uniform ook wassen?”

De premier lacht. De fotograaf is gelukkig weer begonnen.

„Kijk,” zeg ik, „ik stel een deal voor. Een betaalbaar huis en kwijtschelding van mijn studieschuld. Dan kom ik luisteren naar uw verhaal over offers.”

Jettens glimlach wordt kleiner. Nederland moet wel realistisch blijven, zegt hij. Een huis kun je niet zomaar regelen. Een studieschuld verdwijnt niet vanzelf.

„Mijn leven ook niet”, zeg ik.

Even is het stil. Dan vraagt hij of hij misschien toch een foto mag maken. Desnoods hier op de trap. Moeder tussen ons in. Het zou mooi laten zien hoe verschillende generaties samen verantwoordelijkheid dragen.

„Prima”, zegt mijn moeder. „Maar dan schrijft u onder die foto dat mijn zoon nog bij mij woont omdat hij geen huis kan betalen.”

De fotograaf laat zijn camera weer zakken.

Jetten bedankt ons voor het open gesprek. Op de stoep draait hij zich nog één keer om. „We moeten wel met elkaar blijven praten.”

„Graag”, zeg ik. „Bel maar aan als u een sleutel heeft.”

Jongens, ga niet in dienst. Eis eerst een huis en een streep door die studieschuld. Eis bovendien de kinderen van politici en koninklijke familie als je “slapies”.
 
COLUMN: D66 SLOOPT NU HET VRIJE ONDERWIJS
Max von Kreyfelt

D66 heeft de aan FvD gelieerde Renaissanceschool al op de korrel. Paternotte haalde haar in de Kamer aan, onder meer vanwege aangekondigde aparte lesprogramma’s voor jongens en meisjes, en vroeg naar aanscherping van de regels voor nieuwe scholen. Jetten wilde een snelle evaluatie, opvolging en mogelijke wetswijzigingen.

Op 9 oktober kondigde Jetten bovendien aan te bekijken hoe harder kan worden opgetreden tegen bepaalde scholen, weekendscholen en online kanalen waar jongeren volgens hem verkeerde dingen leren over gelijke rechten.

Hij noemde de FvD-school daarbij niet. We hoeven zijn gedachten dus niet in te vullen.

Daar staat de onderwijspartij. Met een liniaal in de ene hand en haar eigen gelijk in de andere.

D66 wil kinderen zelfstandig leren denken. Maar stel je voor dat ze daar een school voor kiezen waar D66 het niet mee eens is. Dan wordt zelfstandigheid ineens een zorgelijke ontwikkeling.

Ik zie de nieuwe toelatingsprocedure al voor me. Is er belangstelling? Zijn de leraren bevoegd? En, voor de zekerheid: heeft iemand hier een verkeerd boek van Thierry Baudet gelezen?

Bij twijfel graag opnieuw beginnen. Met een andere overtuiging.

Natuurlijk moet ook de Renaissanceschool aan wettelijke eisen voldoen. Jongens en meisjes moeten gelijke kansen krijgen, leerlingen moeten veilig zijn. Onderwijsvrijheid geeft niemand een vrijbrief voor discriminatie.

Laat de inspectie dus onderzoeken wat er werkelijk gebeurt. Toets lessen, schoolpraktijk en leerdoelen. Een partijlogo op de politieke achtergrond is op zichzelf nog geen inspectierapport.

Dat onderscheid moet ook D66 kunnen leren. Desnoods in een kleine klas.

Paternotte zei dat artikel 23 behouden blijft. Geruststellend. Het bordje ‘vrijheid van onderwijs’ blijft aan de gevel. Nu alleen nog kijken wie er daadwerkelijk door de deur mag.

Want als de wet ruimte biedt aan een school die je politiek onwelgevallig is, kun je twee dingen doen. Verdragen dat vrijheid ook anderen toekomt. Of onmiddellijk vragen of die ruimte niet wat kleiner kan.

Een liberaal dilemma. Gelukkig is er altijd een beleidsmedewerker met een meetlint.

Dat is de vraag die Jetten moet beantwoorden: bestrijdt hij aantoonbare overtredingen, of worden algemene regels aangescherpt omdat een politieke concurrent er gebruik van maakt?

Een wet mag best worden verbeterd. Maar schrijf er dan eerlijk bij welk probleem je oplost. Slecht onderwijs? Ongelijke behandeling? Of buikpijn op het D66-partijbureau?

Vrijheid bewijst haar waarde juist wanneer iemand er iets mee doet waarvan de regering geen enthousiaste schoolfoto wil.

Ook als die iemand FvD heet.

D66 zou dat moeten begrijpen. De partij heeft immers onderwijs hoog in het vaandel.

Misschien kunnen ze op de Renaissanceschool nog een bijles verzorgen.

Voor volwassenen die vrijheid alleen beheersen als keuzevak voor zichzelf.
 
AYN RAND INTERVIEWT BOEKHOLT-O’SULLIVAN OVER WARMTEPOMPEN: ‘UW HUIS, ONS BESLUIT’
Max von Kreyfelt

Het kabinet wil vanaf 2029 bij vervanging van een cv-ketel in veel gevallen minimaal een slimme hybride warmtepomp verplicht stellen. De precieze regeling en uitzonderingen worden nog uitgewerkt.

Fictieve satire. Alle onderstaande uitspraken zijn verzonnen.

Rand: Van wie is een eigen huis?

Boekholt: Van de eigenaar. Daarover bestaat geen misverstand.

Rand: Dan mag hij zelf zijn verwarming kiezen?

Boekholt: Binnen de normen die wij stellen.

Rand: Dus over het eigendom zijn we het eens. Over het woord ‘zelf’ nog niet.

Boekholt: We moeten samen verduurzamen.

Rand: Krijgt de rekening ook twee namen?

Boekholt: U maakt het onnodig persoonlijk.

Rand: Dat doet u zodra u iemand verplicht zijn spaargeld uit te geven.

Boekholt: Een warmtepomp kan zich terugverdienen.

Rand: Dan kunt u hem aanbevelen.

Boekholt: Met aanbevelen gaat het niet snel genoeg.

Rand: Uw argument overtuigt onvoldoende mensen. Daarom maakt u instemming overbodig?

Boekholt: Wij geven richting.

Rand: Mag de eigenaar de andere kant op?

Boekholt: Dan voldoet hij niet aan de norm.

Rand: U hebt het woord dwang bijzonder omslachtig uitgesproken.

Boekholt: We begrijpen de zorgen over de kosten.

Rand: Wat verandert dat aan de rekening?

Boekholt: Mensen krijgen tijd om zich voor te bereiden.

Rand: U kondigt dus tijdig aan wanneer hun eigen oordeel niet meer telt.

Boekholt: Er zijn subsidies.

Rand: Van wie komt dat geld?

Boekholt: Uit publieke middelen.

Rand: Geld van mensen die óók hun eigen huis moeten verwarmen?

Boekholt: We helpen bovendien met financiering.

Rand: U helpt hen lenen voor uw besluit?

Boekholt: Zo kunnen mensen de investering dragen.

Rand: U maakt hun draagkracht groter door er een schuld bovenop te leggen?

Boekholt: Ze gaan besparen op energie.

Rand: Wie betaalt het verschil als de besparing tegenvalt?

Boekholt: De regeling wordt zorgvuldig uitgewerkt.

Rand: Krijgt de burger een garantie?

Boekholt: Daar lopen we nu op vooruit.

Rand: Op zijn verplichting loopt u ook vooruit. Alleen die heeft al een jaartal.

Boekholt: De sector heeft zekerheid nodig om te investeren.

Rand: Voor de fabrikant wilt u zekerheid. Voor de koper hebt u vertrouwen.

Boekholt: De overheid kan niet ieder individueel risico overnemen.

Rand: Maar wel iedere individuele beslissing?

Boekholt: Wij schrijven niet voor hoe mensen hun leven moeten leiden.

Rand: Alleen wat zij moeten kopen.

Boekholt: Voor hun eigen bestwil.

Rand: En als zij dat bestwil liever zelf beoordelen?

Boekholt: Dan blijft de norm gelden.

Rand: Wie beslist?

Boekholt: Wij.

Rand: Wie betaalt?

Boekholt: U.

Rand: Dan blijft er toch nog keuzevrijheid over.

Hij mag zelf kiezen met welke pen hij de lening tekent.
 

Forum statistieken

Onderwerpen
4.737
Berichten
644.910
Leden
8.712
Nieuwste lid
Suzanne1972
Word vaste donateur van dit forum
Terug
Bovenaan