Max von Kreyfelt

Column: “Onder de pet” heet nu “datakluis” (met 64 miljoen documenten) met dank aan Pieter Omtzigt

Max von Kreyfelt

Niet ergens in een verlaten archiefkelder achter een kapotte TL-buis, maar gewoon in de eigen organisatie. En laat het nu nét gaan om stukken die relevant zijn voor het toeslagenschandaal, zwarte lijsten en twee parlementaire enquêtes. Toeval bestaat nog.

Jarenlang kreeg Nederland te horen dat documenten niet vindbaar waren, niet bestonden, niet beschikbaar waren of simpelweg nergens opdoken. Een wonderlijke situatie, want nu blijken er 64 miljoen bestanden op voorraad te hebben gelegen. De waarheid was dus zorgvuldig opgeborgen.

Dat roept een eenvoudige vraag op: wie wist dit? Een datakluis met 64 miljoen documenten verschijnt niet spontaan tussen de koffieautomaat en de printer. Daar zijn systemen voor nodig, beheerders, verantwoordelijken, leidinggevenden. Kortom: kennis. En waar kennis is, bestaat ook de keuze om te spreken of te zwijgen. Er is duidelijk voor het tweede gekozen.

Ondertussen werd de Belastingdienst onderzocht door de Rijksrecherche, de Tweede Kamer, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Ombudsman en interne toezichthouders. Allemaal instanties die geacht worden de waarheid boven tafel te krijgen. Maar deze digitale berg bleef keurig buiten zicht. Dat vergt vakmanschap.

Vergelijk dat met de burger. Wie één bonnetje mist, één formulier te laat indient of één bijlage vergeet, leert de volle kracht van de overheid kennen. Dan is er geen ruimte voor nuance. Geen coulance. Geen begrip voor menselijke fouten. Regels zijn regels. Tenzij de regels hinderlijk worden voor de instantie die ze oplegt.

Want wanneer de Belastingdienst zelf zeven jaar lang miljoenen documenten niet verstrekt, spreken we ineens over processen, verbeterpunten en complexe informatiestromen. Nooit over schuld. Nooit over consequenties. Nooit over persoonlijke verantwoordelijkheid.

En uiteraard volgt er weer onderzoek. Door: de Belastingdienst, naar de Belastingdienst, met grote ernst namens de Belastingdienst. Het vertrouwde ritueel: geschokte blikken, ferme taal, een rapport, nieuwe aanbevelingen en daarna bestuurlijke mist.

Het werkelijke schandaal is niet alleen die kluis, maar het systeem eromheen. Een systeem waarin informatie kan verdwijnen zodra dat handig is, waarin toezicht blind blijkt en waarin burgers tot op de komma worden afgerekend, terwijl instellingen wegkomen met megafouten zonder merkbare gevolgen.

Gezinnen verloren huizen, banen, gezondheid en toekomst. De overheid verloor vooral documenten. Tot nu dan.

Het wachten is op de volgende vondst: verantwoordelijkheid. Die schijnt al jaren spoorloos.


 
Column: De overheid rijdt voortaan, op uw kosten, gezellig met u mee
Max von Kreyfelt

Gefeliciteerd automobilist. U dacht jarenlang dat u een auto bezat. Wat naïef. Het blijkt een rijdende observatiecapsule te zijn waar u tijdelijk in mag zitten zolang Brussel, Den Haag en een leger veiligheidscommissies dat verantwoord vinden.

Vanaf 2026 krijgt uw auto een zwart doosje, camera’s die uw gezicht bestuderen alsof u auditie doet voor Big Brother: Verkeerseditie, en systemen die beoordelen of u nog wel fris genoeg kijkt om van A naar B te rijden. De overheid noemt het veiligheid. Zoals de belastingdienst “dienstverlening” noemt en oorlog tegenwoordig “vredesmissie” heet.

Uw auto gaat u observeren. Niet omdat u iets verkeerd deed, maar omdat u iets verkeerd zou kúnnen doen. Dat is de nieuwe bestuursfilosofie: iedereen is een potentieel risico dat preventief gemonitord moet worden. De brave burger wordt behandeld als een dronken peuter met autosleutels.

U remt hard? Het systeem noteert het.
U kijkt even opzij? Het systeem ziet het.
U geeuwt? Het systeem denkt mee.
Nog even en de boordcomputer vraagt: “Weet u zeker dat u emotioneel stabiel genoeg bent om vandaag naar uw werk te rijden?”

En natuurlijk heet alles “anoniem”. Dat woord moet tegenwoordig hetzelfde geruststellende effect hebben als een kopje kamillethee. Zodra de overheid zegt dat data veilig, tijdelijk en geanonimiseerd zijn, weet u één ding zeker: binnen vijf jaar wil een ministerie er méér mee doen.

Want data die bestaan, worden gebruikt. Altijd.

Eerst alleen bij ongelukken. Daarna bij verzekeringsclaims. Vervolgens bij politieonderzoek. Dan voor verkeersveiligheidsanalyses. En voor u het weet krijgt u een brief:

“Beste burger, op basis van voertuigdata zagen wij dat u op 14 februari om 08:13 vermoeid oogde en abrupt remde. Uw premie stijgt met €38 per maand.”

Maar maak u geen zorgen: het gebeurt allemaal voor uw veiligheid. Dat is de magische spreuk waarmee iedere vorm van controle wordt verkocht. Cameratoezicht? Veiligheid. Digitale surveillance? Veiligheid. Gedragsmonitoring? Veiligheid. Vrijheid is blijkbaar levensgevaarlijk geworden.

Het mooiste blijft de hypocrisie. Terwijl burgers permanent gevolgd moeten worden, verdwijnen sms’jes van ministers spontaan uit telefoons en raakt de overheid geregeld haar eigen dossiers kwijt. Daar blijkt technologie ineens wonderbaarlijk beperkt.

De moderne auto verandert langzaam van vervoermiddel in digitale klikspaan op wielen. Niet langer gebouwd om vrijheid te geven, maar om gedrag te registreren, corrigeren en conditioneren.

Henry Ford gaf mensen mobiliteit.
De moderne overheid geeft u een rijdende toezichthouder met gedragsanalyse.

Vrijheid anno 2026:
u mag overal heen rijden, zolang uw auto akkoord gaat.
 
Column: Romeo’s spelen Nazi-cabaret
Max von Kreyfelt

De Romeo’s. Klinkt gezellig. Alsof de politie een romantische verrassing organiseert voor betrokken burgers die een middagje willen demonstreren.

In werkelijkheid gaat het om mannen zonder herkenningstekens die tussen demonstranten lopen, plots iemand uit de menigte trekken, tegen de grond werken en afvoeren in een busje zonder publieke controle. Maar geen zorgen: dit alles gebeurt natuurlijk “ter bescherming van de democratische rechtsstaat”. Dat wordt er snel bij gezegd door mensen die zelf nooit door vier mannen in burger een arrestantenbusje in zijn gewerkt.

Volgens de officiële uitleg dienen Romeo’s om “de motor uit de groep te halen”. Prachtige technocratische taal ook. Alsof burgers geen mensen zijn, maar defecte scooteronderdelen die verwijderd moeten worden voor onderhoud aan de openbare orde.

Maar laten we niet doen alsof dit willekeurig is.

Opvallend genoeg verschijnen deze undercoverbrigades slechts bij demonstraties waar de overheid nerveus van wordt. Protesteer je tegen immigratiebeleid, coronamaatregelen, stikstofbeleid of Europese machtsoverdracht? Dan lopen er ineens types tussen de menigte die eruitzien alsof ze auditie doen voor een Netflix-serie over corrupte havenbeveiligers.

Bezet je een universiteit voor een politiek modieuze zaak of lijm je jezelf vast voor het klimaat, dan verandert de staat in een begripvolle welzijnsinstelling. Dan gaat het over “maatschappelijke emoties” en “ruimte voor activisme”.

Wonderlijk hoe flexibel grondrechten worden wanneer de politieke boodschap overeenkomt met de agenda van bestuurders.

En dan de media.

Die brengen deze acties steevast alsof het gaat om een noodzakelijke ingreep tegen staatsgevaarlijke extremisten. Een vreedzame demonstrant wordt door vijf mannen in burger tegen een muur gedrukt, maar de krant spreekt de volgende ochtend over “spanningen rond het protest”.

De echte spanning zit natuurlijk ergens anders.

Namelijk in het feit dat een overheid undercoverknokploegen inzet tegen eigen burgers en verwacht dat niemand historische parallellen trekt. Want autoritaire systemen beginnen zelden met tanks in de straat, maar met intimidatie. Willekeur. Angst. Met de boodschap dat de staat je overal kan aanraken wanneer je de verkeerde mening ontwikkelt.

En nee, Nederland is geen nazi-Duitsland. Maar het blijft fascinerend hoe snel bestuurders methodes normaliseren die ze op 4 mei zelf nog plechtig zeggen te veroordelen.

“Dit nooit meer,” klinkt het dan.

Behalve wanneer het wordt verpakt in een modern beleidsdocument met Engelse politietermen en een communicatiestrategie van het ministerie.

Dan heet het ineens professioneel optreden.

De ironie is schitterend: een overheid die zichzelf presenteert als tolerant en democratisch, voelt zich zó zeker van haar legitimiteit dat ze anonieme straatintimidatie nodig heeft om critici onder controle te houden.

Dat is geen kracht.

Dat is angst in een maatpak.
 
Het reptielenbrein van Maarten van Rossem

Maarten van Rossem heeft Nederland weer even uitgelegd hoe democratie tegenwoordig werkt.

Als burgers protesteren tegen massa-immigratie, overvolle opvanglocaties, woningtekorten of compleet ontbrekende inspraak, dan zijn het volgens de NPO-historicus eigenlijk gewoon bavianen met een reptielenbrein.

Kijk, dát is de warme verbindende toon.

Van Rossem, huisvlijt deskundige, professioneel brombeer, fulltime wijnglas-analist en parttime nationale chagrijnleverancier, heeft besloten dat honderdduizenden Nederlanders genetisch eigenlijk maar een halve stap verwijderd zijn van een apenkolonie op de savanne.

Want zo werkt de moderne elite:
zodra gewone mensen ergens genoeg van krijgen, worden ze niet gehoord maar bestudeerd. Alsof David Attenborough commentaar geeft bij een natuurdocumentaire.

“Hier zien we de boze autochtoon in zijn natuurlijke habitat. Opgewonden door stijgende huizenprijzen en een AZC naast de basisschool. Fascinerend primitief gedrag.”

Het mooie is dat dezelfde mensen die drie jaar lang riepen dat woorden geweld zijn, nu zonder blikken of blozen complete bevolkingsgroepen vergelijken met dieren.

Maar dat mag.
Want het zijn de juiste mensen die worden ontmenselijkt.

Als iemand migranten met bavianen had vergeleken, waren de studio’s van Hilversum veranderd in een nationale rouwbijeenkomst met kaarsjes, hashtags en emotionele dwarsfluitmuziek op NPO2.

Nu blijft het oorverdovend stil.

Sterker nog: waarschijnlijk krijgt Maarten binnenkort weer drie podcasts, een theatertour en een extra eredoctoraat voor zijn “messcherpe maatschappelijke duiding”.

Het meest komische is nog wel dat Van Rossem zelf al twintig jaar exact hetzelfde doet als wat hij anderen verwijt:
angst zaaien,
groepen framen,
tegenstellingen aanwakkeren
en vervolgens quasi-intellectueel achteroverleunen alsof hij boven het volk zweeft.

Hij kijkt niet neer op demonstranten omdat ze ongelijk hebben.

Hij kijkt neer op ze, omdat ze bestaan.

Want in de ratio van het intellectuele huisvlijt geldt inmiddels:
een boze burger is gevaarlijk,
een boze activist is betrokken,
en een boze NPO-historicus is een nationale schat.

En daarna vragen dezelfde mensen zich met oprechte verbazing af waarom steeds meer Nederlanders de publieke omroep zien als een overbetaalde open inrichting voor neerbuigende beroepsmoralisten.

Werkelijk een raadsel.
 
Lieve vrienden en volgers,

Ik merk dat ik het steeds moeilijker verdraag.

Niet alleen de politieke spelletjes. Niet alleen de propaganda, de halve waarheden of de eindeloze theaterstukken die tegenwoordig voor journalistiek en bestuur moeten doorgaan.

Maar vooral het verstikkende gevoel dat werkelijkheid steeds vaker wordt vervangen door een zorgvuldig geregisseerde versie ervan.

Woorden betekenen niets meer.
Beloftes verdampen.
Verantwoordelijkheid bestaat alleen nog voor gewone burgers.
En wie nog vragen stelt, wordt weggezet als lastig, gevaarlijk of “niet constructief”.

Ik heb jarenlang geprobeerd daar woorden aan te geven.
Columns geschreven.
Gesprekken gevoerd.
Mensen geïnterviewd.
Geprobeerd zichtbaar te maken wat zoveel mensen intuïtief allang voelden: dat er iets fundamenteels is verschoven in onze samenleving.

Niet alleen in de politiek.
Maar in waarheid zelf.

Misschien is dat nog wel het zwaarste:
het gevoel dat eerlijkheid langzaam iets rebels is geworden.

Dat je tegenwoordig moed nodig hebt om simpelweg te zeggen:
“Dit klopt niet.”

En ondertussen dendert alles verder.
Alsof niemand nog wil herinneren wat ooit normaal was.
Alsof we collectief geleerd hebben om weg te kijken zolang het eigen comfort niet direct geraakt wordt.

Ik schrijf dit niet uit bitterheid.
Ook niet uit wanhoop.

Maar omdat ik merk dat een mens niet eindeloos tegen de stroom van ontkenning, framing en georganiseerde vergeetachtigheid in kan blijven roeien zonder moe te worden.

Soms verlang ik gewoon naar rust.
Naar oprechtheid.
Naar mensen die nog durven zeggen wat ze werkelijk denken zonder eerst te kijken of het maatschappelijk toegestaan is.

Misschien herkennen velen dit gevoel inmiddels.

Dat je niet moe bent van het leven,
maar moe van het voortdurende toneel eromheen. Die onoprechte oogopslag. Die kwaadaardige gezichtsuitdrukking,

Toch blijf ik geloven dat waarheid hardnekkiger is dan propaganda.
Dat echte gesprekken uiteindelijk sterker zijn dan opgelegde verhalen.
En dat er nog altijd mensen bestaan die weigeren hun geweten uit te besteden.

Voor hen ga ik Europa in en voor alles blijf ik schrijven.

En misschien ook een beetje voor mezelf.


 
Column: Welkom in de Europese Transparantiezone

Europa heeft opnieuw geschiedenis geschreven. Met iets veel moderners dan democratie: voedsel waarvan u officieel niet meer mag weten wat erin zit.

Vooruitgang noemen ze dat in Brussel.

Het Europees Parlement stemde enthousiast vóór het wegnemen van regels rond nieuwe gentechnieken. Een schitterend staaltje hedendaagse politiek: eerst jarenlang roepen dat transparantie heilig is, om daarna precies die transparantie vakkundig door de papierversnipperaar te halen.

Etikettering? Onbelangrijk.
Traceerbaarheid? Ouderwets.
Controle? Ach, wat moet een burger met zoveel informatie?

De moderne consument hoeft immers niet meer na te denken. Die moet vertrouwen. Zoals men tijdens corona ook moest vertrouwen. Op modellen, dashboards, avondklokken, looproutes en ministers die met ernstige blik vertelden dat samen buiten wandelen levensgevaarlijk was.

En nu is er dus de mysterieuze Brusselse tomaat.

U weet niet waar hij vandaan komt.
U weet niet wat ermee gebeurd is.
U weet niet wie eraan verdient.
Maar gelukkig weet Brussel dat allemaal voor u.

Dat scheelt onrust.

De ironie is werkelijk indrukwekkend. Voor een pakje sigaretten bestaan waarschuwingsfoto’s ter grootte van een flatscherm. Maar genetisch aangepast voedsel? Daar moeten vooral niet te veel vragen over worden gesteld. Straks raakt de consument nog geïnteresseerd in wat hij eet. Dat zou het hele systeem ontregelen.

“Wetenschap”, roept men dan plechtig.

Dat woord werkt tegenwoordig hetzelfde als een rookmachine bij een goochelshow. Zodra het verschijnt, verdwijnen debat, kritiek en gezond wantrouwen langzaam uit beeld.

En ondertussen verdwijnt ook de controle.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit kampt al jaren met tekorten, beperkte capaciteit en afnemend toezicht. Maar dat komt eigenlijk prachtig uit. Want als etiketten verdwijnen én controleurs verdwijnen, ontstaat eindelijk het Europa waar technocraten al jaren van dromen: een samenleving waarin niemand nog precies weet wat er gebeurt, behalve de technocraten.

“Vertrouw op innovatie.”

Nog zo’n heerlijke slogan.

Innovatie betekende ooit vooruitgang voor mensen. Tegenwoordig betekent het meestal dat een multinational een nieuw patent krijgt en burgers een nieuwe reden om vooral hun mond te houden.

Ondertussen mogen boeren, consumenten en critici natuurlijk nog wél inspreken. Brussel noemt dat “stakeholderparticipatie”. Dat betekent in gewone mensentaal: hartelijk dank voor uw mening, de beslissing lag vorige maand al bij de lobbyisten op tafel.

En ergens in een glazen kantoortoren heft een consultant tevreden zijn havercappuccino terwijl een Europarlementariër op LinkedIn schrijft dat dit “een overwinning voor duurzaamheid en innovatie” is.

Europa wordt transparanter dan ooit.

Alleen het eten gevaarlijker.
 
Column: De oorlogstoerist is naar huis
Max von Kreyfelt

Lindsey Graham is dood.

71 jaar oud. Een korte, plotselinge ziekte, meldt zijn kantoor. Kort daarvoor was hij nog in Kyiv.

Je zou bijna denken dat de wereldgeschiedenis gevoel voor zwarte humor heeft.

Graham behoorde tot dat Amerikaanse mensentype dat overal ter wereld oorlog wist te ontdekken, behalve wanneer hij in de spiegel keek. Dan zag hij een staatsman.

Hij was senator en professioneel havik. Bij het woord vrede vermoedde hij onmiddellijk dat iemand in Moskou daar voordeel van zou hebben.

Onderhandelen was gevaarlijk. Escaleren verantwoordelijkheid. Wapens sturen leiderschap. En als het daarna nóg erger werd, bewees dat vooral dat er te weinig wapens waren gestuurd.

Zo eenvoudig kan geopolitiek zijn wanneer je er zelf niet woont.

Graham reisde de wereld rond zoals anderen kastelen bezoeken. Kyiv hier, Israël daar, een dictator verderop die dringend moest worden aangepakt. Altijd dezelfde boodschap: houd vol, wij staan achter jullie.

Ruim achter jullie.

Bij voorkeur een oceaan ertussen.

Dat is het mooie van oorlogstoerisme. Je vliegt naar een conflictgebied, laat je fotograferen met de plaatselijke leider, spreekt over vrijheid en bent weer vertrokken voordat iemand vraagt of je zelf wilt blijven om mee te vechten.

Graham bleef liever senator. Ook een zwaar beroep. Je moet tenslotte voortdurend beslissen waar andere mensen hun zonen naartoe moeten sturen.

Ieder internationaal probleem leek bovendien precies die oplossing nodig te hebben die de Amerikaanse wapenindustrie al in de catalogus had staan.

Rusland? Raketten.

Iran? Raketten.

Midden-Oosten? Meer raketten.

Werken ze niet? Dan waren het er te weinig.

In Washington heet zoiets buitenlandbeleid.

Vrede was ingewikkelder. Daar kwamen gesprekken bij kijken. Compromissen. Misschien zelfs het inzicht dat de tegenstander ook belangen heeft.

Een raket heeft daar geen last van.

Die luistert uitstekend.

Nu is Graham er niet meer.

De necrologieën zullen vriendelijk zijn. Men zal schrijven over zijn lange loopbaan, zijn invloed en misschien zelfs zijn inzet voor de vrede.

Washington kan dat zonder met de ogen te knipperen. Daar werd ooit het Ministerie Defensie omgedoopt tot het Ministerie van Oorlog en sindsdien is iedere bom die elders valt een vorm van zelfverdediging.

Over de doden niets dan goeds.

Jammer dat die regel vooral geldt voor mensen die een necrologie krijgen. De naamloze doden van oorlogen waar grote mannen vanuit veilige kamers over besloten, krijgen geen toespraken.

Zij krijgen statistieken.

Graham krijgt geschiedenis.

En morgen draait Washington weer open. De denktanks zetten koffie. De lobbyisten melden zich. Er wordt een nieuwe dreiging ontdekt waarvoor dringend een miljardenpakket nodig is.

Een nieuwe politicus zal zeggen dat er helaas geen andere keuze is.

Lindsey Graham is dood.

Maar zijn oorlog heeft uitstekende overlevingskansen.
 
Fascinerend. Eerst werden miljoenen Nederlanders onder enorme maatschappelijke druk richting een mRNA-injectie geduwd. Nu het ziekteverzuim oploopt, is de oplossing volgens Jort Kelder (de broekzak van Rutte) niet een onderzoek naar de oorzaken, maar een boete op ziek zijn. Eerst de prik, daarna de straf. De cirkel van de verantwoordelijkheid is daarmee keurig rondgemaakt, behalve voor degenen die het beleid destijds verkochten. Jort begrijpt als geen ander het juiste beleid.
 
Column: De houdbaarheidsdatum van onze overheid
Max von Kreyfelt

Ik vraag me af waarom de overheid nog bang zou zijn voor haar burgers?

Waar zou die angst toch vandaan moeten komen?

De ondernemer betaalt. De boer gehoorzaamt. De burger vult formulieren in. De gepensioneerde slikt koopkrachtverlies. En iedereen die zich beklaagt over de richting van het land, doet dat bij voorkeur op veilige afstand van een toetsenbord.

Het verzet in Nederland vindt ondanks alles plaats tussen twee emoji’s.

Ondertussen dendert de bestuurlijke trein onverstoorbaar verder. Iedere crisis levert nieuwe regels op. Iedere regel vraagt om een nieuwe toezichthouder. Iedere toezichthouder krijgt een voorzitter. Iedere voorzitter krijgt een communicatieafdeling die vervolgens uitlegt dat de groei van de bureaucratie noodzakelijk is om de gevolgen van de vorige groei te bestrijden.

Het is een bestuurlijk perpetuum mobile. Het produceert geen welvaart, maar wel eindeloze beleidsstukken waarin het woord ‘burger’ steeds vaker voorkomt en de burger zelf steeds minder.

En toch accepteren wij het.

Dat is en blijft het wonder.

Dat Den Haag de macht naar zich toe trekt is normaal, macht doet nu eenmaal wat macht altijd doet: uitbreiden. Zoals onkruid niet vraagt of het welkom is.

Nee, het wonder is dat miljoenen Nederlanders zich gedragen alsof de overheid de werkgever van de samenleving is, terwijl de werkelijkheid precies andersom moet zijn,

De bakker, de loodgieter, de vrachtwagenchauffeur, de winkelier, iedereen die productief is, of consumeert, betaalt de belasting.

En van dat geld worden vervolgens complete legers mensen betaald die hen uitleggen hoe zij hun werk moeten doen.

Je moet maar op het idee komen.

De overheid is inmiddels een parasiet die zichzelf heeft wijsgemaakt dat hij de gastheer is.

Het tragikomische is dat dit systeem alleen blijft bestaan zolang wij, die alles produceren, braaf blijven produceren én braaf blijven gehoorzamen.

Daarom hoor je in Den Haag zo graag woorden als draagvlak, solidariteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat klinkt vriendelijker dan: blijf vooral meewerken aan een systeem dat zonder uw medewerking geen week overeind blijft.

Daar ligt volgens mij de grootste vergissing van onze tijd.

Wij denken dat wij afhankelijk zijn van de overheid.

In werkelijkheid is de overheid volledig afhankelijk van ons.

Dat besef verandert alles.

Ik roep niet op tot chaos. Integendeel. Een vrije samenleving wordt niet sterker door geweld, maar door burgers die zelfstandig leren denken, zich organiseren, elkaar economisch versterken en bestuurders weer behandelen als wat zij in een democratie behoren te zijn: tijdelijke beheerders van publieke macht, niet de eigenaren ervan.

Want een overheid die vergeet wie haar draagt, bouwt uiteindelijk niet aan gezag.

Zij bouwt aan haar eigen houdbaarheidsdatum, die inmiddels verregaand is overschreden.
 
Een korte update: praten is niet meer vanzelfsprekend voor mij.

Na mijn herseninfarct en therapieën ontdekte ik iets merkwaardigs.

Veel mensen denken dat een taalprobleem betekent dat je minder helder denkt. Voor mij is juist het tegenovergestelde waar.

In mijn hoofd zijn de zinnen er nog steeds. Soms zelfs mooier en scherper dan vroeger. Ze zijn vloeiend, ritmisch en precies. Ik hoor ze zoals een componist een muziekstuk hoort voordat het wordt gespeeld.

Maar ergens tussen mijn hoofd en mijn mond lijkt een verkeersregelaar te zijn gaan werken. Woorden die zich in mijn gedachten moeiteloos achter elkaar voegen, besluiten onderweg soms stil te gaan staan. Ze wachten op elkaar, raken elkaar kwijt of nemen een afslag die ik helemaal niet had bedoeld.

Het heeft me geleerd dat denken, formuleren en uitspreken verschillende elementen zijn.

Vroeger nam ik aan dat ze vanzelfsprekend bij elkaar hoorden. Nu weet ik dat spreken een wonderlijk samenspel is van hersenen, zenuwen, spieren en timing. Als ergens in die keten iets verandert, blijft de gedachte vaak volledig intact, terwijl de uitvoering hapert.

Dat heeft me ook milder gemaakt. Niet alleen voor mezelf, maar voor iedereen die moeite heeft zich uit te drukken. Je weet nooit hoe rijk de wereld is die zich achter iemands stilte bevindt.

Ik blijf oefenen. Iedere dag. Omdat mijn gedachten opnieuw een weg naar buiten moeten vinden.

En soms denk ik dat je pas echt leert luisteren wanneer je niet meer als vanzelfsprekend kan spreken.

Alle trainingssuggesties zijn welkom,
 
Herkenbaar dit. In de zomer van 2015 belandde ik in het ziekenhuis met een sab (subarachnoidale bloeding). Ik heb dezelfde voor- en nadelen als die Max beschrijft.

Mike
 
Max von Kreyfelt

Vroeger hadden we cabaretiers nodig om de werkelijkheid belachelijk te maken.

Nu hebben we de ministerraad.

Dat is duurder. En vooral veel absurder.

Satire heeft één fundamenteel probleem gekregen: de politiek is haar voortdurend vóór. Iedere keer dat een columnist denkt: dit kan niemand geloven, verschijnt er een Kamerbrief waarin precies dat wordt aangekondigd als nieuw beleid.

Neem de infrastructuur.

Jarenlang kregen Nederlanders te horen dat bruggen op instorten stonden. Onderhoud was te duur. Viaducten werden afgesloten. Boeren moesten omrijden. Vrachtwagens werden zwaarder belast. Er was geen geld.

En ineens is er wél geld.

Niet omdat de burger veilig over een brug moet, of omdat ambulances sneller bij een patiënt moeten komen. Ook niet omdat ondernemers dagelijks miljoenen verliezen in files.

Nee.

Omdat een tank misschien ooit van Rotterdam naar Litouwen wil.

Je kunt het niet verzinnen.

Sterker nog: je mág het niet verzinnen, want de werkelijkheid dient dan een klacht in wegens plagiaat.

Het mooiste is de snelheid waarmee de logica zich aanpast.

Gisteren was CO₂ de grootste vijand van Europa.

Vandaag moet dezelfde overheid honderden tanks, pantservoertuigen en militaire colonnes dwars door het continent laten razen. Kennelijk stoot een Leopard 2 geen CO₂ uit, maar democratie.

Dat moet wel.

Ook stikstof blijkt een wonderlijk flexibel natuurverschijnsel. Een tractor van een boer was jarenlang een ecologische ramp. Een colonne van zestig tanks heet nu “weerbaarheid”.

Blijkbaar is stikstof ideologisch.

En dan de politici zelf.

Ze kijken met een bloedserieus gezicht de camera in en spreken zinnen uit die vroeger voldoende waren geweest voor een gedwongen observatie. Vervolgens applaudisseren collega’s, schrijven ambtenaren een beleidsnota en nodigen talkshows dezelfde avond drie deskundigen uit om uit te leggen waarom het heel verstandig is.

Dat is het moment waarop humor sterft.

Want hoe overdrijf je mensen die hun eigen absurditeiten al met staatsrechtelijke plechtigheid presenteren?

Hoe parodieer je een werkelijkheid waarin propaganda “communicatiestrategie” heet, censuur “weerbaarheid”, schulden “investeringen”, falend beleid “transitie” en oorlog “vrede door afschrikking”?

De politiek heeft iets unieks gepresteerd.

Ze heeft de clown overbodig gemaakt.

Omdat bestuurders zo incompetent zijn geworden. En omdat ze iedere ochtend vrijwillig diens neus opzetten en vervolgens verwachten dat het publiek ernstig blijft kijken.

Dát is wel de grootste bestuurlijke prestatie van deze eeuw.

Dat miljoenen mensen nog steeds proberen serieus te blijven, terwijl de regering dagelijks een voorstelling opvoert die zelfs Monty Python zou afwijzen wegens te ongeloofwaardig.

De politiek maakt humor niet scherper.

Ze maakt haar onmogelijk.

Want tegen pure idiotie valt niet meer op te schrijven.
 
Column: gehoorzaam naar de ondergang
Max von Kreyfelt

Dat het in Nederland misgaat is duidelijk.

Geen enkel land is immuun voor slecht bestuur. Dat gebeurt.

Het merkwaardige is dat vrijwel iedereen ziet dát het misgaat en vervolgens keurig een nummertje trekt bij hetzelfde loket dat de ellende heeft veroorzaakt.

De winkelstraten lopen leeg. Familiebedrijven verdwijnen. Cafés sluiten. Bakkers stoppen. Slagers leveren de sleutel in. Ondernemers die jarenlang belasting betaalden, werk creëerden en buurten overeind hielden, worden behandeld alsof zij een verdachte organisatie leiden.

Voor iedere vergunning een formulier. Voor ieder formulier een controle. Voor iedere controle een inspectie. Voor iedere inspectie een boete. En als de overheid echt tevreden is, volgt er nog een nieuwe regel om te voorkomen dat je ooit nog aan ondernemen toekomt.

Ondertussen groeit de overheid onverstoorbaar verder.

Meer ministeries. Meer toezichthouders. Meer beleidsadviseurs. Meer communicatieafdelingen die met een ernstige blik uitleggen dat jouw faillissement eigenlijk een veelbelovende stap is binnen een noodzakelijke transitie.

Het is een wonderlijke economie.

De mensen die het geld verdienen worden steeds zwaarder belast, terwijl degenen die het uitgeven zichzelf ieder jaar promotie geven.

En toch is dat niet het meest fascinerende.

Dat zijn wij zelf.

Wij mopperen aan de keukentafel. We zien onze energierekening stijgen, onze boodschappen duurder worden en onze kinderen ontdekken dat een koopwoning inmiddels ongeveer net zo bereikbaar is als een villa op de maan. We zien ondernemers vertrekken, boeren verdwijnen en complete winkelstraten veranderen in een decor van leegstand.

En daarna…

…betalen we gewoon weer.

Alsof gehoorzaamheid een natuurwet is.

Alsof vrijheid een abonnement is dat door de overheid wordt verstrekt.

Een overheid bezit geen eigen geld. Geen eigen economie. Geen eigen welvaart.

Zij leeft uitsluitend van mensen die produceren.

Wanneer die mensen verdwijnen, blijft uiteindelijk alleen een overheid over die belasting wil heffen op een economie die zij zelf heeft uitgehold.

Misschien is dat wel de reden waarom steeds meer ondernemers hun toekomst elders zoeken. En misschien zegt het iets dat ook prins Bernhard inmiddels al zijn Nederlandse bezittingen en ondernemingen heeft verkocht. Je kunt daar van alles van vinden, maar het blijft een opvallend signaal wanneer zelfs mensen met alle mogelijkheden hun kapitaal liever buiten Nederland laten renderen.

De vraag is dus niet hoe lang ondernemers dit nog volhouden.

De vraag is waarom zij het überhaupt nog accepteren.

Waarom organiseert het midden- en kleinbedrijf zich niet massaal? Waarom gaan niet honderdduizenden ondernemers één dag op slot? Niet om het land plat te leggen, maar om duidelijk te maken wie het land daadwerkelijk draaiende houdt.

Niet uit woede.

Maar uit zelfrespect.

Want een overheid die haar ondernemers behandelt als verdachten, haar boeren als vervuilers, haar burgers als risicofactoren en haar belastingbetalers als een onuitputtelijke pinautomaat, is vergeten waarvoor zij ooit is opgericht.

Dat is wel de grootste illusie van onze tijd.

Dat de overheid denkt dat zij de samenleving draagt.

Terwijl het altijd precies andersom is geweest.

En zodra voldoende mensen zich dat weer herinneren, verandert de geschiedenis meestal sneller dan een ministerie een commissie kan instellen.
📌
 
Zo herkenbaar! In het verleden had ik ook echt geen tijd om 'wakker' te worden. Druk met werk, hondentraining geven, vergaderingen dorp, huis, tuin, hond en zo meer.
Pas toen ik na (mislukte) operatie aan voet (2008) gedwongen in de stilstand kwam had ik tijd om dingen te onderzoeken. Wat heb ik sinds die tijd (mede dankzij dit forum) veel geleerd! Meer dan mijn hele leven ervoor.
Soms kan ziekte dus een zegen zijn.

Ik vraag me af of een samenleving ook in coma kan liggen.

Niet letterlijk. We staan op, brengen de kinderen naar school, drinken een cappuccino van zes euro, vloeken op de belasting, kijken naar het journaal, scrollen nog een uur door onze telefoon en noemen dat een productieve dag.

Maar wakker?

Dat weet ik niet.

Een slapende samenleving herken je niet aan gesloten ogen, maar aan mensen die overal een mening over hebben, behalve over de dingen die werkelijk hun vrijheid bepalen.

Neem Nederland.

Vrijwel iedereen weet welke influencer vreemd is gegaan, welke voetbaltrainer moet vertrekken en welk televisieprogramma ‘grensoverschrijdend’ is.

Maar vraag wie er over 1.600 miljard euro pensioenvermogen beslist, wie steeds meer bevoegdheden naar zich toetrekt of waarom de overheid elk jaar weer een stukje verder uw leven binnenwandelt en het blijft akelig stil.

Dat is geen toeval.

Een bevolking die zich voortdurend bezighoudt met de waan van de dag, heeft geen tijd over om de toekomst te bewaken.

De media spelen daarin een glansvolle rol. Zonder alles te verzinnen, bepalen zij vooral waar u níét naar kijkt. Dat is veel effectiever. Geef mensen iedere dag duizend prikkels en ze zien niets meer.

Ondertussen groeit de overheid gestaag verder.

Nog een regel, een loket en een formulier.

Nog een databestand en een camera.

Altijd voor uw eigen veiligheid natuurlijk. De geschiedenis kent geen enkele machthebber die zei: “Ik wil wat minder vrijheid voor u.” Vrijwel allemaal zeiden ze: “Wij doen dit voor uw eigen bestwil.”

En telkens werkte het.

Mensen zijn niet dom.

Integendeel.

Ze hebben een gezin, een bedrijf, mantelzorg, een hypotheek, stijgende boodschappen en zorgen over hun gezondheid. Ze verlangen vooral rust. Juist daarom leveren ze ongemerkt meer verantwoordelijkheid in bij mensen die beloven alles voor hen te regelen.

Dat is wel de grootste politieke uitvinding van deze tijd: maak burgers zo druk met overleven dat ze geen tijd meer hebben om zelf na te denken.

Ik hoor vaak: “Het zal mijn tijd wel duren.”

Dat is een merkwaardige gedachte.

Alsof vrijheid een abonnement is dat automatisch wordt verlengd.

Vrijheid is een spier.

Wie haar niet gebruikt, raakt haar kwijt.

Wakker worden betekent niet dat je overal een complot achter ziet. Dat is net zo vermoeiend als overal de overheid de schuld van geven.

Het betekent iets veel eenvoudigers.

Stel vragen.

Lees ook mensen met wie je het oneens bent.

Durf van mening te veranderen wanneer de feiten daarom vragen.

Een vrije samenleving gaat niet ten onder omdat er te weinig goede mensen zijn.

Ze gaat ten onder wanneer te veel goede mensen het denken uitbesteden.

Misschien is dat wel de belangrijkste verantwoordelijkheid die we hebben, tegenover onze kinderen en kleinkinderen.

Zij erven de wereld die wij hebben laten gebeuren.
 
Column: Wanneer wordt een land gevaarlijk voor zijn eigen burgers?
Max von Kreyfelt

Een land wordt niet gevaarlijk omdat er veel criminaliteit is.

Een land wordt gevaarlijk wanneer burgers hun eigen overheid steeds minder kunnen vertrouwen.

Nederland was ooit een land waarin de overheid geacht werd de burger te beschermen. Tegenwoordig vragen we ons af wie ons beschermt tégen de overheid.

Vraag het de ouders uit de toeslagenaffaire, die ten onrechte als fraudeurs werden behandeld.

Vraag het de Groningers, die jarenlang moesten wachten voordat de schade aan hun huizen serieus werd genomen.

Vraag het de boeren, die zich van voedselproducent ineens tot milieuprobleem zagen verklaard.

Vraag het de duizenden mensen die jarenlang op een WIA-, UWV- of jeugdzorgbesluit moesten wachten, terwijl hun leven ondertussen stil kwam te staan.

Vraag het de ondernemers die verdwalen in een wirwar van regels, vergunningen en veranderende wetgeving.

Vraag het de bewoners van Ter Apel of Budel, die keer op keer horen dat de situatie onhoudbaar is, maar nauwelijks verbetering zien.

Vraag het de slachtoffers van geweld of georganiseerde misdaad die ervaren dat rechtszaken jaren duren, terwijl de capaciteit bij politie en justitie onder druk staat.

Vraag het de mensen die tijdens corona hun bedrijf moesten sluiten, hun baan verloren of familieleden niet mochten bezoeken. Of je het beleid nu goed of fout vond, het liet zien hoe diep de overheid kan ingrijpen in het dagelijks leven.

En vraag het ten slotte aan de belastingbetaler.

Die ziet hoe miljarden verdwijnen in mislukte ICT-projecten, weggeefacties naar criminele regeringen, ontspoorde subsidies, hersteloperaties en beleidsfouten, terwijl voor een vergeten formulier of een kleine belastingschuld de overheid vaak geen millimeter toegeeft.

Dat is misschien wel de grootste verandering.

Een overheid die fouten maakt
moet dat in openheid erkennen.
Want iedere overheid maakt fouten.

Maar dat fouten aan de top geen persoonlijke gevolgen hebben, terwijl fouten van burgers direct voelbaar zijn.

Dat betekend het einde van een rechtsstaat, die wordt afgemeten aan de manier waarop de zwakste burger wordt behandeld.

Dat is het eindvonnis van de beschaving. En daarmee van diezelfde overheid.
 
Column: De prijs van gelijk krijgen
Max von Kreyfelt

Nederland is een rechtsstaat. Dat merk je wanneer je na dertig jaar procederen eindelijk een brief krijgt waarin staat dat je al die tijd gelijk had.

Vraag het Willem Oltmans. Vraag het Fred Spijkers.

Oltmans werd decennialang tegengewerkt door de Nederlandse staat vanwege zijn journalistieke werk rond Nieuw-Guinea. Spijkers raakte verstrikt in een slepende strijd met Defensie nadat hij weigerde de weduwe van een omgekomen militair een verhaal te vertellen waarvan hij wist dat het niet klopte.

Beiden kregen uiteindelijk erkenning.

Dat is het goede nieuws.

Het slechte nieuws is dat de Nederlandse overheid ongeveer een mensenleven nodig heeft om tot de conclusie te komen dat de burger gelijk had.

Daar hebben we procedures voor.

Eerst bestaat het probleem niet. Daarna ligt het genuanceerder. Vervolgens kan men vanwege privacy niet op individuele gevallen ingaan. Dan komt er een onderzoek. Op dat onderzoek volgt een commissie die onderzoekt waarom het eerdere onderzoek onvoldoende onderzocht heeft wat onderzocht had moeten worden.

Voor je het weet ben je twintig jaar verder en heet tegenwerking ineens voortschrijdend inzicht.

Dat is het wonderlijke aan de Nederlandse bestuurscultuur. Zij hoeft lastige burgers niet op te sluiten. Dat geeft maar gedoe met Amnesty International.

Wij hebben formulieren.

Een bureaucratie schiet niet. Zij schrijft terug.

Ze breekt geen deur open, maar laat zes maanden niets horen. Ze martelt niet, maar nodigt u uit voor een hoorzitting op dinsdagmorgen om 09.15 uur in een gebouw waar parkeren niet mogelijk is.

En vooral: niemand heeft het gedaan.

De minister was nog niet aangetreden. De vorige minister is inmiddels burgemeester. De ambtenaar handelde binnen zijn mandaat. Het departement betreurt de ontstane indruk. Het dossier is wegens een verhuizing niet volledig beschikbaar.

Nederland heeft daarmee iets schitterends uitgevonden: verantwoordelijkheid zonder verantwoordelijke.

Misschien is dát onze Deep State. Geen geheim genootschap in een kelder onder het Binnenhof. Veel te omslachtig. Gewoon keurige mensen met toegangspasjes, pensioenopbouw en een agenda vol integriteitsoverleggen.

Niemand hoeft kwaad te zijn. Dat is het vernuftige.

Het systeem doet het werk.

Oltmans en Spijkers laten daarom iets ongemakkelijks zien. In Nederland is de belangrijkste vraag soms niet óf je gelijk hebt.

Maar hoeveel leven je ervoor over hebt om het te krijgen.

En mocht je lang genoeg leven, dan komt uiteindelijk de mooiste dag.

Een bewindspersoon ontvangt je. Er is koffie, zelfs een fotograaf. Er volgt erkenning, een regeling en die prachtige bestuurlijke formulering dat men met de kennis van nu anders zou hebben gehandeld.

Met de kennis van nu.

Alsof de waarheid nog al die jaren onderweg was met PostNL.

Daarna krijg je een hand.

En geeft de staat het restant van jouw leven terug.
 

Forum statistieken

Onderwerpen
4.712
Berichten
635.726
Leden
8.708
Nieuwste lid
KevinArgus
Word vaste donateur van dit forum
Terug
Bovenaan