Max von Kreyfelt

Column: “Onder de pet” heet nu “datakluis” (met 64 miljoen documenten) met dank aan Pieter Omtzigt

Max von Kreyfelt

Niet ergens in een verlaten archiefkelder achter een kapotte TL-buis, maar gewoon in de eigen organisatie. En laat het nu nét gaan om stukken die relevant zijn voor het toeslagenschandaal, zwarte lijsten en twee parlementaire enquêtes. Toeval bestaat nog.

Jarenlang kreeg Nederland te horen dat documenten niet vindbaar waren, niet bestonden, niet beschikbaar waren of simpelweg nergens opdoken. Een wonderlijke situatie, want nu blijken er 64 miljoen bestanden op voorraad te hebben gelegen. De waarheid was dus zorgvuldig opgeborgen.

Dat roept een eenvoudige vraag op: wie wist dit? Een datakluis met 64 miljoen documenten verschijnt niet spontaan tussen de koffieautomaat en de printer. Daar zijn systemen voor nodig, beheerders, verantwoordelijken, leidinggevenden. Kortom: kennis. En waar kennis is, bestaat ook de keuze om te spreken of te zwijgen. Er is duidelijk voor het tweede gekozen.

Ondertussen werd de Belastingdienst onderzocht door de Rijksrecherche, de Tweede Kamer, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Ombudsman en interne toezichthouders. Allemaal instanties die geacht worden de waarheid boven tafel te krijgen. Maar deze digitale berg bleef keurig buiten zicht. Dat vergt vakmanschap.

Vergelijk dat met de burger. Wie één bonnetje mist, één formulier te laat indient of één bijlage vergeet, leert de volle kracht van de overheid kennen. Dan is er geen ruimte voor nuance. Geen coulance. Geen begrip voor menselijke fouten. Regels zijn regels. Tenzij de regels hinderlijk worden voor de instantie die ze oplegt.

Want wanneer de Belastingdienst zelf zeven jaar lang miljoenen documenten niet verstrekt, spreken we ineens over processen, verbeterpunten en complexe informatiestromen. Nooit over schuld. Nooit over consequenties. Nooit over persoonlijke verantwoordelijkheid.

En uiteraard volgt er weer onderzoek. Door: de Belastingdienst, naar de Belastingdienst, met grote ernst namens de Belastingdienst. Het vertrouwde ritueel: geschokte blikken, ferme taal, een rapport, nieuwe aanbevelingen en daarna bestuurlijke mist.

Het werkelijke schandaal is niet alleen die kluis, maar het systeem eromheen. Een systeem waarin informatie kan verdwijnen zodra dat handig is, waarin toezicht blind blijkt en waarin burgers tot op de komma worden afgerekend, terwijl instellingen wegkomen met megafouten zonder merkbare gevolgen.

Gezinnen verloren huizen, banen, gezondheid en toekomst. De overheid verloor vooral documenten. Tot nu dan.

Het wachten is op de volgende vondst: verantwoordelijkheid. Die schijnt al jaren spoorloos.


 
Column: De overheid rijdt voortaan, op uw kosten, gezellig met u mee
Max von Kreyfelt

Gefeliciteerd automobilist. U dacht jarenlang dat u een auto bezat. Wat naïef. Het blijkt een rijdende observatiecapsule te zijn waar u tijdelijk in mag zitten zolang Brussel, Den Haag en een leger veiligheidscommissies dat verantwoord vinden.

Vanaf 2026 krijgt uw auto een zwart doosje, camera’s die uw gezicht bestuderen alsof u auditie doet voor Big Brother: Verkeerseditie, en systemen die beoordelen of u nog wel fris genoeg kijkt om van A naar B te rijden. De overheid noemt het veiligheid. Zoals de belastingdienst “dienstverlening” noemt en oorlog tegenwoordig “vredesmissie” heet.

Uw auto gaat u observeren. Niet omdat u iets verkeerd deed, maar omdat u iets verkeerd zou kúnnen doen. Dat is de nieuwe bestuursfilosofie: iedereen is een potentieel risico dat preventief gemonitord moet worden. De brave burger wordt behandeld als een dronken peuter met autosleutels.

U remt hard? Het systeem noteert het.
U kijkt even opzij? Het systeem ziet het.
U geeuwt? Het systeem denkt mee.
Nog even en de boordcomputer vraagt: “Weet u zeker dat u emotioneel stabiel genoeg bent om vandaag naar uw werk te rijden?”

En natuurlijk heet alles “anoniem”. Dat woord moet tegenwoordig hetzelfde geruststellende effect hebben als een kopje kamillethee. Zodra de overheid zegt dat data veilig, tijdelijk en geanonimiseerd zijn, weet u één ding zeker: binnen vijf jaar wil een ministerie er méér mee doen.

Want data die bestaan, worden gebruikt. Altijd.

Eerst alleen bij ongelukken. Daarna bij verzekeringsclaims. Vervolgens bij politieonderzoek. Dan voor verkeersveiligheidsanalyses. En voor u het weet krijgt u een brief:

“Beste burger, op basis van voertuigdata zagen wij dat u op 14 februari om 08:13 vermoeid oogde en abrupt remde. Uw premie stijgt met €38 per maand.”

Maar maak u geen zorgen: het gebeurt allemaal voor uw veiligheid. Dat is de magische spreuk waarmee iedere vorm van controle wordt verkocht. Cameratoezicht? Veiligheid. Digitale surveillance? Veiligheid. Gedragsmonitoring? Veiligheid. Vrijheid is blijkbaar levensgevaarlijk geworden.

Het mooiste blijft de hypocrisie. Terwijl burgers permanent gevolgd moeten worden, verdwijnen sms’jes van ministers spontaan uit telefoons en raakt de overheid geregeld haar eigen dossiers kwijt. Daar blijkt technologie ineens wonderbaarlijk beperkt.

De moderne auto verandert langzaam van vervoermiddel in digitale klikspaan op wielen. Niet langer gebouwd om vrijheid te geven, maar om gedrag te registreren, corrigeren en conditioneren.

Henry Ford gaf mensen mobiliteit.
De moderne overheid geeft u een rijdende toezichthouder met gedragsanalyse.

Vrijheid anno 2026:
u mag overal heen rijden, zolang uw auto akkoord gaat.
 
Column: Romeo’s spelen Nazi-cabaret
Max von Kreyfelt

De Romeo’s. Klinkt gezellig. Alsof de politie een romantische verrassing organiseert voor betrokken burgers die een middagje willen demonstreren.

In werkelijkheid gaat het om mannen zonder herkenningstekens die tussen demonstranten lopen, plots iemand uit de menigte trekken, tegen de grond werken en afvoeren in een busje zonder publieke controle. Maar geen zorgen: dit alles gebeurt natuurlijk “ter bescherming van de democratische rechtsstaat”. Dat wordt er snel bij gezegd door mensen die zelf nooit door vier mannen in burger een arrestantenbusje in zijn gewerkt.

Volgens de officiële uitleg dienen Romeo’s om “de motor uit de groep te halen”. Prachtige technocratische taal ook. Alsof burgers geen mensen zijn, maar defecte scooteronderdelen die verwijderd moeten worden voor onderhoud aan de openbare orde.

Maar laten we niet doen alsof dit willekeurig is.

Opvallend genoeg verschijnen deze undercoverbrigades slechts bij demonstraties waar de overheid nerveus van wordt. Protesteer je tegen immigratiebeleid, coronamaatregelen, stikstofbeleid of Europese machtsoverdracht? Dan lopen er ineens types tussen de menigte die eruitzien alsof ze auditie doen voor een Netflix-serie over corrupte havenbeveiligers.

Bezet je een universiteit voor een politiek modieuze zaak of lijm je jezelf vast voor het klimaat, dan verandert de staat in een begripvolle welzijnsinstelling. Dan gaat het over “maatschappelijke emoties” en “ruimte voor activisme”.

Wonderlijk hoe flexibel grondrechten worden wanneer de politieke boodschap overeenkomt met de agenda van bestuurders.

En dan de media.

Die brengen deze acties steevast alsof het gaat om een noodzakelijke ingreep tegen staatsgevaarlijke extremisten. Een vreedzame demonstrant wordt door vijf mannen in burger tegen een muur gedrukt, maar de krant spreekt de volgende ochtend over “spanningen rond het protest”.

De echte spanning zit natuurlijk ergens anders.

Namelijk in het feit dat een overheid undercoverknokploegen inzet tegen eigen burgers en verwacht dat niemand historische parallellen trekt. Want autoritaire systemen beginnen zelden met tanks in de straat, maar met intimidatie. Willekeur. Angst. Met de boodschap dat de staat je overal kan aanraken wanneer je de verkeerde mening ontwikkelt.

En nee, Nederland is geen nazi-Duitsland. Maar het blijft fascinerend hoe snel bestuurders methodes normaliseren die ze op 4 mei zelf nog plechtig zeggen te veroordelen.

“Dit nooit meer,” klinkt het dan.

Behalve wanneer het wordt verpakt in een modern beleidsdocument met Engelse politietermen en een communicatiestrategie van het ministerie.

Dan heet het ineens professioneel optreden.

De ironie is schitterend: een overheid die zichzelf presenteert als tolerant en democratisch, voelt zich zó zeker van haar legitimiteit dat ze anonieme straatintimidatie nodig heeft om critici onder controle te houden.

Dat is geen kracht.

Dat is angst in een maatpak.
 
Het reptielenbrein van Maarten van Rossem

Maarten van Rossem heeft Nederland weer even uitgelegd hoe democratie tegenwoordig werkt.

Als burgers protesteren tegen massa-immigratie, overvolle opvanglocaties, woningtekorten of compleet ontbrekende inspraak, dan zijn het volgens de NPO-historicus eigenlijk gewoon bavianen met een reptielenbrein.

Kijk, dát is de warme verbindende toon.

Van Rossem, huisvlijt deskundige, professioneel brombeer, fulltime wijnglas-analist en parttime nationale chagrijnleverancier, heeft besloten dat honderdduizenden Nederlanders genetisch eigenlijk maar een halve stap verwijderd zijn van een apenkolonie op de savanne.

Want zo werkt de moderne elite:
zodra gewone mensen ergens genoeg van krijgen, worden ze niet gehoord maar bestudeerd. Alsof David Attenborough commentaar geeft bij een natuurdocumentaire.

“Hier zien we de boze autochtoon in zijn natuurlijke habitat. Opgewonden door stijgende huizenprijzen en een AZC naast de basisschool. Fascinerend primitief gedrag.”

Het mooie is dat dezelfde mensen die drie jaar lang riepen dat woorden geweld zijn, nu zonder blikken of blozen complete bevolkingsgroepen vergelijken met dieren.

Maar dat mag.
Want het zijn de juiste mensen die worden ontmenselijkt.

Als iemand migranten met bavianen had vergeleken, waren de studio’s van Hilversum veranderd in een nationale rouwbijeenkomst met kaarsjes, hashtags en emotionele dwarsfluitmuziek op NPO2.

Nu blijft het oorverdovend stil.

Sterker nog: waarschijnlijk krijgt Maarten binnenkort weer drie podcasts, een theatertour en een extra eredoctoraat voor zijn “messcherpe maatschappelijke duiding”.

Het meest komische is nog wel dat Van Rossem zelf al twintig jaar exact hetzelfde doet als wat hij anderen verwijt:
angst zaaien,
groepen framen,
tegenstellingen aanwakkeren
en vervolgens quasi-intellectueel achteroverleunen alsof hij boven het volk zweeft.

Hij kijkt niet neer op demonstranten omdat ze ongelijk hebben.

Hij kijkt neer op ze, omdat ze bestaan.

Want in de ratio van het intellectuele huisvlijt geldt inmiddels:
een boze burger is gevaarlijk,
een boze activist is betrokken,
en een boze NPO-historicus is een nationale schat.

En daarna vragen dezelfde mensen zich met oprechte verbazing af waarom steeds meer Nederlanders de publieke omroep zien als een overbetaalde open inrichting voor neerbuigende beroepsmoralisten.

Werkelijk een raadsel.
 
Lieve vrienden en volgers,

Ik merk dat ik het steeds moeilijker verdraag.

Niet alleen de politieke spelletjes. Niet alleen de propaganda, de halve waarheden of de eindeloze theaterstukken die tegenwoordig voor journalistiek en bestuur moeten doorgaan.

Maar vooral het verstikkende gevoel dat werkelijkheid steeds vaker wordt vervangen door een zorgvuldig geregisseerde versie ervan.

Woorden betekenen niets meer.
Beloftes verdampen.
Verantwoordelijkheid bestaat alleen nog voor gewone burgers.
En wie nog vragen stelt, wordt weggezet als lastig, gevaarlijk of “niet constructief”.

Ik heb jarenlang geprobeerd daar woorden aan te geven.
Columns geschreven.
Gesprekken gevoerd.
Mensen geïnterviewd.
Geprobeerd zichtbaar te maken wat zoveel mensen intuïtief allang voelden: dat er iets fundamenteels is verschoven in onze samenleving.

Niet alleen in de politiek.
Maar in waarheid zelf.

Misschien is dat nog wel het zwaarste:
het gevoel dat eerlijkheid langzaam iets rebels is geworden.

Dat je tegenwoordig moed nodig hebt om simpelweg te zeggen:
“Dit klopt niet.”

En ondertussen dendert alles verder.
Alsof niemand nog wil herinneren wat ooit normaal was.
Alsof we collectief geleerd hebben om weg te kijken zolang het eigen comfort niet direct geraakt wordt.

Ik schrijf dit niet uit bitterheid.
Ook niet uit wanhoop.

Maar omdat ik merk dat een mens niet eindeloos tegen de stroom van ontkenning, framing en georganiseerde vergeetachtigheid in kan blijven roeien zonder moe te worden.

Soms verlang ik gewoon naar rust.
Naar oprechtheid.
Naar mensen die nog durven zeggen wat ze werkelijk denken zonder eerst te kijken of het maatschappelijk toegestaan is.

Misschien herkennen velen dit gevoel inmiddels.

Dat je niet moe bent van het leven,
maar moe van het voortdurende toneel eromheen. Die onoprechte oogopslag. Die kwaadaardige gezichtsuitdrukking,

Toch blijf ik geloven dat waarheid hardnekkiger is dan propaganda.
Dat echte gesprekken uiteindelijk sterker zijn dan opgelegde verhalen.
En dat er nog altijd mensen bestaan die weigeren hun geweten uit te besteden.

Voor hen ga ik Europa in en voor alles blijf ik schrijven.

En misschien ook een beetje voor mezelf.


 

Forum statistieken

Onderwerpen
4.696
Berichten
630.620
Leden
8.704
Nieuwste lid
Freedomfighter2
Word vaste donateur van dit forum
Terug
Bovenaan