Column: Oorlog als netwerk-verdienmodel
Max von Kreyfelt
Sinds de jaren zeventig heeft de corruptie in Nederland zich ontwikkeld als netwerksysteem. Niet zichtbaar, niet strafbaar in klassieke zin, maar perfect legaal verpakt in commissies, adviesraden, lobbycircuits en politieke draaideuren. Wat ooit belangenverstrengeling heette, werd “governance”. Wat ooit corruptie was, werd “netwerk”.
In tegenstelling tot landen als België en Italië waar corruptie zich als nationaal erfgoed heeft ontwikkeld en iedere burger openlijk gebruik van maakt, heeft Nederland gebouwd aan een corruptiesysteem voor een kleine bestuurlijke elite.
Dat systeem heeft zich inmiddels ten volle verfijnd.
Vanaf de jaren zeventig verschoof macht langzaam van parlementen naar structuren zonder kiezer: supranationale organen, onafhankelijke toezichthouders, private publiekspartnerschappen. Verantwoordelijkheid werd diffuus, besluitvorming ondoorzichtig en belangen structureel verweven. Niemand was nog eindverantwoordelijk, dus iedereen bleef zitten.
Decennialang functioneerde dit netwerk op lage intensiteit. Subsidies hier, consultancy daar, beleid dat toevallig altijd gunstig uitpakte voor dezelfde spelers. Geen schandalen, geen schokken, te klein om te vallen, te goed geïntegreerd om aan te pakken. Totdat oorlogsdreiging zijn intrede deed.
Oorlog blijkt geen breuk met dit systeem. Oorlog blijkt het verzilveren ervan.
Waar netwerkcorruptie vroeger draaide om invloed, draait zij nu om miljarden. Oorlog versnelt alles: geldstromen, besluitvorming, geheimhouding. Aanbestedingen worden noodprocedures. Controle wordt risico. Transparantie wordt onverantwoord. Het netwerk krijgt eindelijk waar het al jaren op was ingericht: permanente urgentie.
Defensie, energie, infrastructuur, digitalisering, overal dezelfde patronen, dezelfde tussenlagen, dezelfde namen die van publieke functie naar private positie glijden en weer terug. Oorlog maakt het niet alleen acceptabel, maar noodzakelijk. Wie controle eist, schaadt de veiligheid. Wie vragen stelt, helpt de vijand.
Zo wordt een netwerksysteem dat sinds de jaren zeventig buiten het zicht groeide, eindelijk maximaal te gelde gemaakt. Dankzij oorlog. Het morele frame levert legitimiteit, de noodtoestand levert snelheid en de angst levert stilte.
Vrede zou dit alles stoppen. Vrede zou audits afdwingen, evaluaties, parlementaire vragen. Vrede zou zichtbaar maken dat veel “noodzakelijke” beslissingen vooral lucratief waren. Dat netwerken geen bijeffect zijn, maar het fundament.
Daarom wil Nederland oorlog. Dat de burger verarmd is gecalculeerd.
De bestuurselite verdient grof en omzeilt behendig de fiscus.
En een systeem dat vijftig jaar is gebouwd om zonder verantwoordelijkheid te functioneren, kan zich geen betere omstandigheid veroorloven dan oorlog