Hugo de Jonge op Katendrecht, met uitzicht op de Wilhelminapier. „Wat Rotterdam volgens mij mist, is het volgende grote verhaal.’’ © Jan de Groen
Hugo de Jonge is weg uit Rotterdam: ‘Ik liep een paar dagen met liefdesverdriet door de stad’
interview
Hij verliet de stad waarvan hij zo graag burgemeester had willen worden. Na dertig jaar is Hugo de Jonge geen Rotterdammer meer. Op papier dan, want de liefde zit diep. „Ik gun Rotterdam een nieuw verhaal.’’
Peter Groenendijk
26 december 2025
Hij zat aan de keukentafel, wachtend op het telefoontje dat zijn leven voor de komende jaren zou bepalen. „Het duurde wel lang, tot na negen uur”, zegt Hugo de Jonge over die zomeravond in 2024. „Toen dacht ik wel: oei. Dit is geen goed teken.”
Dat voorgevoel klopte. De Rotterdamse gemeenteraad koos niet hem, maar Carola Schouten als nieuwe burgemeester. Het was zijn droom, hij had een visie op hoe het verder moest met de stad. Maar het liep anders. De gemeenteraad wilde na vijftien jaar Aboutaleb iemand die vooral luistert, en was huiverig voor de stroom aan negativiteit die sinds corona aan De Jonge kleeft.
Ik kan niet ontkennen dat ik een paar dagen met liefdesverdriet door de stad heb gelopen
En dus werd niet hij, maar Carola Schouten burgemeester van Rotterdam. Over haar geen kwaad woord - maar pijn deed het wel. „Ik kan niet ontkennen dat ik een paar dagen met liefdesverdriet door de stad heb gelopen.”
Op kamers
We zitten in De Ouwehoer, een hippe kroeg op Katendrecht, om de hoek bij het huis waar hij de afgelopen tien jaar woonde. Nu niet meer, want Hugo de Jonge heeft een nieuw leven in Zeeland, als commissaris van de Koning. En dus woont hij na dertig jaar Rotterdam-Zuid nu in wat hij een ‘Hans-en-Grietje-huis’ noemt. In Sluis, bijna letterlijk aan de rand van het land. „Ik woon in een schilderij aan een dijkje in de weidse polder. Het contrast met Rotterdam kan niet groter zijn.”
Het huis op Katendrecht wordt niet verkocht, want de rest van het gezin blijft er gewoon. Vrouw Mireille en hond Bruno komen regelmatig naar Sluis, hij nog geregeld naar Rotterdam. „Ik ben Zeeuw, maar ik kan me onmogelijk niet-Rotterdammer voelen”, zegt hij erover. Maar dat geldt ook voor de rest van het gezin. „De kinderen studeren in Utrecht. ‘Ga lekker op kamers’, zei ik. Maar ze houden van Rotterdam. Ze zeiden: Ga lekker zelf op kamers. Dus dat heb ik maar gedaan.”
Sissen en naroepen
Zijn verhuizing is het slot van drie decennia Rotterdam. Een periode die begon in wat hij ‘de allerslechtste buurt in de allerslechtste tijd’ noemt: de Millinxbuurt, 1996. „Ik ging naar de pabo, mijn vader vond dat ik op kamers moest. Hij had op z’n brommer eens rondgekeken en hij zei: Volgens mij heb ik wat gevonden dat je nog kunt betalen ook. Het was inderdaad buitengewoon goedkoop. Later begreep ik waarom.”

Hugo de Jonge als beginnend wethouder in Rotterdam, 2011. © Foto Marco de Swart
De dorpsjongen van 19 komt terecht in het epicentrum van de Rotterdamse drugsoverlast, in een buurt waar zelfs de politie dan liever niet meer komt. „Er werd ongelofelijk veel drugs gebruikt, het wapenbezit was massaal. Als Mireille naar mij kwam, we waren toen al samen, dan moest ik haar echt op Zuidplein ophalen. En stevig doorlopen, alle sissende en naroepende mannen negeren. Maar weet je: mijn huisgenoot en ik, we waren dorpse jongens - we vonden het fascinerend. Het hoorde bij de
Rotterdam experience.”
Op zijn 21ste komt De Jonge voor de klas te staan in de Millinxbuurt. „Een klas vol leerlingen voor je neus die veel minder hebben meegekregen dan je zou willen. Te weinig liefde, richting, aanmoediging. Te veel armoede, huiselijk geweld. School was de veilige haven, en ik mocht ze de aanmoediging geven die ze thuis misten. Ik besefte toen hoe betekenisvol je in je werk kunt zijn, hoeveel verschil je kunt maken. Ik dacht: dit blijf ik de rest van m’n leven doen.”
Wedergeboorte
Het is 1996, het jaar waarin de Erasmusbrug wordt geopend. Het zal het begin blijken van de wedergeboorte van de stad. De Jonge maakt ’m dertig jaar lang mee, altijd op Zuid: eerst vanuit de Millinxbuurt, later Carnisse, Beverwaard en tenslotte Katendrecht. Terwijl De Jonge carrière maakt - in het onderwijs, op het Binnenhof, als wethouder en minister - ontwikkelt ook de stad zich in razend tempo.
Rotterdam heeft me geleerd dat je je niet hoeft neer te leggen bij de dingen zoals ze zijn
„Ik herinner me nog de kritiek toen de Erasmusbrug kwam. ‘De brug van niks naar nergens’ noemde ze ’m, de lokale politiek vond ’m veel te duur. Kun je nagaan. Het was achteraf natuurlijk de grote interventie, toenmalig burgemeester Bram Peper zag dat toen al. Het ging niet goed met Rotterdam, maar hij had een plan voor hoe het beter moest. En ik heb met die stad mee mogen groeien.”
„Rotterdam heeft me geleerd dat je je niet hoeft neer te leggen bij de dingen zoals ze zijn. Sterker nog: je hebt de opdracht het ten goede te keren met alles wat je in je hebt. En het kán ook. De dertig jaar die ik in Rotterdam heb gewoond, ging het elk jaar een stukje beter.”
Zo voelt het op dit moment niet.
„Die positieve vibe, dat gevoel dat Rotterdam de plek is waar het gebeurt, die is een beetje fletser geworden. Wat Rotterdam volgens mij mist, is het volgende grote verhaal. Een beetje groter nadenken over de toekomst, zoals Peper ooit deed. Ik denk dat er ruimte is voor een nieuw verhaal voor de stad. Waar wil de stad over 25 jaar z’n geld mee verdienen? Hoe groot moet Rotterdam worden? Hoe ziet die haven er dan uit? Het is tijd om die stad van over één generatie te doordenken. Er zit genoeg kracht in die stad, maar die moet wel aangeboord worden. Er is meer ruimte voor visie dan op dit moment wordt benut.”
Volgens mij wilt u meer zeggen dan u nu zegt.
„Dat klopt. Omdat het ook wel makkelijk is om van buitenaf een opvatting te hebben over wat het stadsbestuur moet doen, de beste stuurlui staan aan wal. Maar Rotterdam zat heel erg in de vibe van: hier kan het,
make it happen. Dat mis ik een beetje de laatste tijd. Ik gun Rotterdam een nieuw verhaal. Nederland vergrijst, Rotterdam is jong: dat geeft je een geweldige uitgangspositie. De stad kan een magneet zijn voor de nieuwe economie. Maar dan moet je dat wel willen doordenken. Ik zou Rotterdam een nieuwe toekomstvisie gunnen.”
Tekst gaat verder onder de foto.

Hugo de Jonge: „Natuurlijk was het een droom. Maar het is gebeurd. Das war einmal.’’ © Jan de Groen
U had die visie graag zelf geschreven.
„Ik heb vol overtuiging gesolliciteerd voor het burgemeesterschap, ja. Maar het is anders gelopen. Ik ben het niet geworden, Carola Schouten wel. En ik denk dat de stad bij haar in goede handen is. Ik ben hartstikke gelukkig met de rol die ik in Zeeland heb.”
Waarom denkt u zelf dat u het niet geworden bent?
„Daar moet ik niet naar willen gissen. Of ik iets anders had moeten doen? Je moet jezelf nooit anders willen voordoen dan je bent. Kijk, heel veel mensen zeiden dat het geweldig zou passen, maar dat zegt allemaal niks. Het is nou eenmaal een tombola, je weet nooit wat er uitkomt. Natuurlijk was het een droom. Maar het is gebeurd.
Das war einmal.”
LEES OOK
Hoe Carola Schouten burgemeester van Rotterdam werd
Hugo de Jonge kwam ver, Alexandra van Huffelen nog verder, en er werd flink gelobbyd. Maar het werd Carola Schouten.
Reconstructie van de zoektocht naar de nieuwe burgemeester van Rotterdam.
Geboortegrond
Op een terras in Frankrijk, een paar weken na het slechte nieuws, krijgt hij opnieuw een belangrijk telefoontje. Of hij tijdelijk commissaris van de Koning in Zeeland wil worden. Terug naar zijn geboortegrond. „Ik was vol voor Rotterdam gegaan, was dit totaal niet van plan. Pas toen ik een tijdje waarnemer was, kwam het idee om te solliciteren. Ik voelde me snel weer thuis, kwam op plekken waar ik had gewoond. Dat gemoedelijke van het dorpsleven waarin ik ben opgegroeid, dat voelde als thuiskomen. En ik werd gegrepen door de potentie die Zeeland heeft.”
Het alcoholvrije biertje wordt opzijgeschoven. Wat volgt is een lange uiteenzetting van de reusachtige mogelijkheden van Zeeland, de provincie waarvan hij inmiddels definitief is benoemd tot commissaris. Zeeland, zegt De Jonge vol geestdrift, moet een plek worden waar mensen naartoe gaan om hun dromen na te jagen. „Zoals Rotterdam dat is. Nu is het omgekeerd. De helft van onze jongeren vertrekt. Dat gaat al decennia zo. Ik dacht: hoe kunnen we dat nou omdraaien?”
Het is heel heftig geweest. Al die bagger, al die bedreigingen: het gaat onder je huid zitten
Rotterdam-vibe
Amper een jaar na zijn benoeming verschijnt ‘Zeeland 2050’, een visie op de toekomst van de provincie. Precies zo’n visie die hij Rotterdam zo zegt te gunnen. Dolenthousiast: „Ken je Vlissingen een beetje? Havenstad, rauw, er hangt daar een soort Rotterdam-vibe. Heel pril, je moet je best doen om het te zien. Maar het is er.”
Het is de geestdrift die ervoor zorgt dat Zeeland inmiddels vaker dan ooit onderwerp van gesprek is aan de nationale talkshowtafels, met De Jonge als grote ambassadeur. Vol vuur: „Er zouden meer Zeeuwen moeten zijn. Om die zee aan Zeeuwse kansen te verzilveren. En om de spiraal van verschraling van voorzieningen tegen te gaan.”
Al zorgen zijn ambities ook voor weerstand. „Sommige mensen zijn bang om het Zeeland te verliezen dat ze kennen, de plek van rust en ruimte. Maar ik denk dat Zeeland meer gaat veranderen als we niks doen, dan wanneer we de Zeeuwse steden laten groeien. We moeten groter denken.”

Hugo de Jonge: „Ik ben natuurlijk geen bestuurder die opgaat in het behang.’’ © Jan de Groen
Bedreigingen
De weerstand gaat verder dan opbouwende kritiek. De aanwezigheid van De Jonge zorgt ook in Zeeland nog voor een stroom van beledigingen en bedreigingen. De regionale krant zet bij artikelen over hem de reactiemogelijkheid maar uit als het te ver gaat.
„Ik weet niet hoe lang dit me nog blijft achtervolgen. Ik denk dat het nog jaren gaat duren voor het slijt,
if überhaupt. In de coronatijd konden we dat virus niet zien, maar mij wel: elke dag stond ik te vertellen wat je nou weer niet mag. Voor mensen bij wie het leven toch al teleurstellingen had gebracht, werd ik degene op wie ze die frustratie afreageerden.”
Het gros van de mensen is van goede wil. En dat geloof wil ik nooit verliezen
„Ik ben natuurlijk geen bestuurder die opgaat in het behang. Ik vind het mijn taak om richting te wijzen. En een naar trekje van deze tijd is dat dat niet meer kan zonder haat en bedreigingen. Gelukkig is de dreiging veel minder geworden, maar af en toe steekt het op een hele nare manier nog steeds de kop op. Ik heb er mee leren leven.”
Heeft u overwogen het bedrijfsleven in te gaan, weg uit het openbaar bestuur?
„Nee. Toen ik dertig jaar geleden voor de klas stond, zag ik hoe mooi het is om iets te betekenen voor mensen. Ik wil een taak waarbij je iets kunt doen voor mensen die op je rekenen. Dan ligt je kop soms op het hakblok. Maar als je dat doet met doorzettingsvermogen en lef, dan kun je dat te boven komen.”
„Het is heel heftig geweest. Al die bagger, al die bedreigingen: het gaat onder je huid zitten. Maar daar tegenover staan ook heel veel lieve mensen. Het gros van de mensen is van goede wil. En dat geloof wil ik nooit verliezen. Eraan toegeven voelt ook als de handdoek in de ring gooien. Dat ga ik nooit doen.”