Max von Kreyfelt

Column: Kerstgroet aan Dick Schoof
Max von Kreyfelt

In de geest van vrede, bezinning en nederigheid, waarden die bij kerst horen, is het passend om Dick Schoof hartelijk te danken voor zijn leiderschap. Of beter gezegd: voor zijn beheer. Want leiden zou suggereren dat er visionair richting is en dat zou een overschatting zijn.

Het afgelopen jaar heeft Schoof ons iets waardevols geleerd: dat vrijwel alles complex is. Te complex om op te lossen, te complex om te kiezen, te complex om verantwoordelijkheid voor te nemen. Migratie, wonen, stikstof, koopkracht, allemaal labyrinths waar men beter niet aan begint. Rustgevend, eigenlijk. Niets doen, maar het professioneel laten klinken.

Tegelijkertijd was er één verademing: Oekraïne. Niet complex. Geen twijfel. Geen nuance. Geen debat. Daar wist de regering plots feilloos wat goed was, wat nodig was en wat onvermijdelijk was. Een kerstwonder van bestuurlijke helderheid. Het leek bijna leiderschap.

Dick Schoof belichaamt het ideaal van de moderne technocraat: boven de politiek verheven, onaantastbaar door verkiezingen, en volledig overtuigd dat afstand tot burgers een teken van vakmanschap is. Hij bestuurt Nederland alsof het een uitvoeringsorganisatie is die tijdelijk last heeft van sentiment.

Zijn grootste prestatie is misschien wel dat hij bestuurlijke leegte heeft weten te verkopen als stabiliteit. Dat is geen kleine kunst. Waar richting ontbreekt, heet het neutraliteit. Waar keuzes uitblijven, heet het zorgvuldigheid. Waar vertrouwen verdampt, heet het communicatievraagstuk.

Daarom, in deze kersttijd, een oprechte wens. Niet voor meer daadkracht. Niet voor meer regie. Maar voor iets groters:

Dat Dick Schoof mag ontdekken dat stoppen met zijn functie soms een grotere zegen is dan doorgaan. Voor hemzelf, eindelijk verlost van de last door gebrek aan competenties. En voor het land, dat misschien weer ademruimte krijgt voor echte politiek, echte keuzes en echte vertegenwoordiging en last but not least, het herbouwen van de huidige ruïne.

Want vrede op aarde begint soms heel klein.
Bij iemand die besluit dat het genoeg is geweest.
❤️
 
Column: Kerstgroet aan Dick Schoof
Max von Kreyfelt

In de geest van vrede, bezinning en nederigheid, waarden die bij kerst horen, is het passend om Dick Schoof hartelijk te danken voor zijn leiderschap. Of beter gezegd: voor zijn beheer. Want leiden zou suggereren dat er visionair richting is en dat zou een overschatting zijn.

Het afgelopen jaar heeft Schoof ons iets waardevols geleerd: dat vrijwel alles complex is. Te complex om op te lossen, te complex om te kiezen, te complex om verantwoordelijkheid voor te nemen. Migratie, wonen, stikstof, koopkracht, allemaal labyrinths waar men beter niet aan begint. Rustgevend, eigenlijk. Niets doen, maar het professioneel laten klinken.

Tegelijkertijd was er één verademing: Oekraïne. Niet complex. Geen twijfel. Geen nuance. Geen debat. Daar wist de regering plots feilloos wat goed was, wat nodig was en wat onvermijdelijk was. Een kerstwonder van bestuurlijke helderheid. Het leek bijna leiderschap.

Dick Schoof belichaamt het ideaal van de moderne technocraat: boven de politiek verheven, onaantastbaar door verkiezingen, en volledig overtuigd dat afstand tot burgers een teken van vakmanschap is. Hij bestuurt Nederland alsof het een uitvoeringsorganisatie is die tijdelijk last heeft van sentiment.

Zijn grootste prestatie is misschien wel dat hij bestuurlijke leegte heeft weten te verkopen als stabiliteit. Dat is geen kleine kunst. Waar richting ontbreekt, heet het neutraliteit. Waar keuzes uitblijven, heet het zorgvuldigheid. Waar vertrouwen verdampt, heet het communicatievraagstuk.

Daarom, in deze kersttijd, een oprechte wens. Niet voor meer daadkracht. Niet voor meer regie. Maar voor iets groters:

Dat Dick Schoof mag ontdekken dat stoppen met zijn functie soms een grotere zegen is dan doorgaan. Voor hemzelf, eindelijk verlost van de last door gebrek aan competenties. En voor het land, dat misschien weer ademruimte krijgt voor echte politiek, echte keuzes en echte vertegenwoordiging en last but not least, het herbouwen van de huidige ruïne.

Want vrede op aarde begint soms heel klein.
Bij iemand die besluit dat het genoeg is geweest.
❤️


Mijn response aan Max; Vraag je hem nu in mooie woorden om uit het leven te stappen voor het algemeen belang?
 
Column: Dick Schoof, de conciërge van Nederland.
Max von Kreyfelt

(Deze column schreef ik n.a.v. zijn gratuite opmerkingen tegen @Max33Verstappen
en zijn vader)

Dick Schoof is geen premier. Hij is ook geen leider. Dick Schoof is de conciërge van Nederland.
Niet het type met een oliekan en kennis van het gebouw, maar de bange variant: degene die precies doet wat hem is opgedragen en zich verschuilt zodra iemand vraagt wie dit eigenlijk heeft besloten.

Hij draagt de sleutelring, maar bezit geen sleutels.

De grote lijnen liggen vast. Agenda 2030. Transities. Weerbaarheid. NAVO-verplichtingen. Alles netjes uitgetekend door internationale overlegtafels waar geen kiezer ooit heeft aangeschoven. De democratie mag het lokaal schoonhouden, zolang ze het meubilair niet verplaatst.

En daar staat Schoof. Op de gang. Met een clipboard en een diepgekwetste strenge blik.

De burger klopt op de deur. Harder dan ooit. Boeren, ouders uit de toeslagenaffaire, jongeren zonder toekomst, burgers die voelen dat ze steeds minder te zeggen hebben over hun eigen leven. De conciërge knikt begrijpend, noteert de klacht en wijst vervolgens naar het bordje:
“Besluitvorming vindt elders plaats.”

Niet omdat hij het oneens is.
Niet omdat hij het eens is.
Maar omdat hij niets mag zijn.
Omdat hij bang is.
En dus niets is.
Het is slechts een baan.

Dat is zijn lafheid: zowel moreel, als functioneel.

Een leider zegt: hier trek ik een grens.
Een conciërge zegt: zo zijn nu eenmaal de regels.

Klimaatbeleid? Vastgelegd.
Digitalisering? Onomkeerbaar.
Defensie-uitgaven? Gedicteerd.
LBTQ+? Bondgenootschappelijk vereist.
Green Deal? Circulair financieel.

Nieuwe wetten die grondrechten negeren? Noodzakelijk, urgent, tijdelijk, altijd tijdelijk.

En als de burger protesteert, wordt dat “begrepen”, “erkend” en vooral geneutraliseerd. Want woede is in dit systeem geen signaal, maar hinderlijk geluid. En geluid demp je.

Schoof is, met grote dank aan Geert Wilders, geselecteerd om beleid te continueren en woede te incasseren. Niet om richting te geven, maar om ervoor te zorgen dat niemand boven last krijgt van wat beneden borrelt. Hij vangt de klappen op zodat de agenda ongestoord door kan.

Dat maakt hem geen boosdoener. Het maakt hem bruikbaar.

Maar het maakt Nederland wel iets anders: geen democratie met vertegenwoordiging, maar een gebouw in verval, waar burgers voor eigen risico naar binnen mogen, zolang ze niet de afgesloten lokalen binnendringen.

En Dick Schoof?
Die controleert of je je voeten veegt.
En geeft straf als je te hard praat.

Niet omdat hij dat wil.
Maar omdat hij dat moet.
Omdat dat zijn baan is.
In volle overtuiging.

Arme Dick!
 
Column – Rusland schaakt, de NAVO pokert
Max von Kreyfelt

Rusland schaakt.
De NAVO speelt poker, met open kaarten, trillende handen, schichtige blikken en een steeds hogere inzet.

Dat verschil in spel verklaart vrijwel alles.

Schaken is positioneel. Je denkt vooruit, accepteert dat sommige zetten geen applaus opleveren en begrijpt dat tijd soms waardevoller is dan actie. Poker draait om druk zetten, bluffen, tempo maken en hopen dat de ander als eerste knippert. Dat werkt zolang niemand ziet dat je kaarten zwak zijn. En precies daar begint het probleem voor de NAVO.

De NAVO verhoogt voortdurend de inzet zonder daarvoor de kaarten te hebben.
Meer wapens.
Meer geld.
Meer taal over rode lijnen, historische momenten en existentiële dreiging.

Niet omdat het strategisch beter wordt, maar omdat passen gelijkstaat aan verliezen. In poker logisch. In geopolitiek dom en gevaarlijk. Voor een schaker vooral amusant.

Rusland doet het tegenovergestelde. Het vergroot zijn positie niet door agressie, maar door geduld. Door níét te reageren waar reactie wordt verwacht. Door het Westen zijn eigen druk te laten opvoeren. Door te begrijpen dat een tegenstander die voortdurend moet bewijzen dat hij vastberaden is, uiteindelijk zijn speelruimte verliest.

De NAVO noemt dit afschrikking. In werkelijkheid oogt het steeds meer als bluffen voor het eigen publiek. Elke verhoging moet geloofwaardiger zijn dan de vorige, want zodra blijkt dat doorgaan geen optie meer is, stort het verhaal in. Dus wordt er doorgezet, met slechte kaarten, omdat stoppen reputaties, carrières en geldstromen zou breken.

Mark Rutte fungeert hierbij als ceremoniemeester van dit pokerspel. Altijd krankzinnig overtuigend, altijd schaterlachend, altijd uitleggend dat deze verhoging onvermijdelijk was en dat de volgende nóg overtuigender zal zijn. Dat de fiches van de burgers zijn en de speeltafel internationaal, blijft buiten beeld.

Het Westen betaalt ondertussen de inzet. Economisch, politiek en maatschappelijk. Polarisatie groeit. Vertrouwen slijt. Democratische uitzonderingen stapelen zich op. Maar aan tafel heet dat focus, eenheid en vastberadenheid. Wie vraagt welke hand er eigenlijk gespeeld wordt, bederft de sfeer.

Rusland hoeft niet te bluffen. Het schaakt. Het kijkt naar structuur, naar uitputting, naar fouten die ontstaan wanneer druk belangrijker wordt dan denken. Het weet dat een pokerspeler die te vaak all-in gaat, zichzelf verraadt.

En daar zit de ironie.

De NAVO bezit geen kaarten, slechts onbetrouwbare bondgenoten met voorwaarden, maar speelt een spel waarin fictieve middelen indruk moeten maken. Rusland heeft minder nodig, omdat het een ander spel speelt waarin framing en superlatieven niet tellen.

Wie schaakt, wint door de tegenstander geen goede zetten toe te laten.
Wie blufft, verliest zodra niemand nog gelooft dat hij kan passen.

Dat moment komt snel dichterbij.
Geen Russische genialiteit, maar Westers gebrek aan strategisch inzicht en incompetentie.
 
Column: Mark Rutte is incompetent

Max von Kreyfelt
@dickSchoof
, @RubenBrekelmans
, @VincentKarremans, lezen jullie mee?

Soms hoeft iets niet hard geroepen te worden om zichtbaar te zijn. Soms volstaat het om te luisteren. Naar woorden. Naar timing. Naar iemand die spreekt alsof hij beslist, terwijl zijn functie dat uitdrukkelijk niet toestaat.

Mark Rutte bekleedt de positie van secretaris-generaal van de NAVO. Die rol is helder omschreven. De secretaris-generaal is voorzitter van de Noord-Atlantische Raad, bewaker van consensus, coördinator tussen bondgenoten en primair woordvoerder van gezamenlijk vastgesteld beleid. Geen opperbevelhebber. Geen strateeg met eigen mandaat. Geen politicus met vrijheid van lijn.

De NAVO werkt op basis van unanimiteit. Geen enkel lid, geen enkele functionaris, handelt of spreekt namens het bondgenootschap zonder expliciete instemming van alle lidstaten. Dat is geen detail. Dat is de kern van het mandaat.

Juist daarom is precisie in taal hier geen stijlkwestie, maar een functie-eis.

En toch spreekt Rutte alsof die begrenzing facultatief is.

Terwijl de Verenigde Staten, de leidende militaire macht binnen de NAVO, in hun nationale veiligheidsstrategie expliciet inzetten op risicoreductie, strategische stabiliteit en het vermijden van directe confrontatie met Rusland, kiest de secretaris-generaal voor taal over oorlog, voorbereiding en bescherming van “een miljard mensen”. Alsof hij zelfstandig richting bepaalt. Alsof zijn woorden strategie zijn.

Dat is geen leiderschap. Dat is opzichtig mandaatoverschrijding.

De NAVO-statuten geven de secretaris-generaal geen ruimte voor solistisch escalatoir taalgebruik. Zijn taak is juist de-escalatie via afstemming, het voorkomen van misinterpretatie en het zorgvuldig bewaken van gezamenlijke standpunten. Elke uitspraak die verder gaat dan afgesproken consensus ondermijnt het bondgenootschap dat hij hoort te vertegenwoordigen.

Wanneer Rusland vervolgens constateert dat de professionele competentie op deze positie tekortschiet, wordt dat reflexmatig weggezet als propaganda. Maar de constatering is eenvoudig te toetsen aan de regels van de organisatie zelf:
A. Is deze oorlogstaal unaniem vastgesteld?
B. Sluit zij aan bij het beleid van de leidende bondgenoot?
C. Dient zij stabiliteit of vergroot zij ambiguïteit?

Het antwoord is nee.

Rutte spreekt alsof snelheid gezag vervangt. Alsof volume richting kan creëren. Alsof camera’s mandaat verlenen. Daarmee toont hij geen vastberadenheid, maar een fundamenteel misverstaan van zijn rol.

Een NAVO-secretaris-generaal hoort geen solist te zijn. Hij is een scharnierfunctie. Een bewaker van evenwicht. Een functionaris die begrijpt dat woorden in deze context operationele gevolgen hebben.

Wie dat verschil niet beheerst, is ongeschikt voor deze positie.

Dat zien bondgenoten. Dat zien militair strategen. Dat zien diplomaten.
Iedereen ziet het.

De vraag is alleen wie, buiten Moskou, bereid is het hardop te benoemen. En wie weet deze gevaarlijke man te stopen?
 
  • Leuk
Waarderingen: Surv
Aan al mijn vrienden en volgers, 2026 begint niet op nul. We nemen ervaringen mee, inzichten, confrontaties en momenten waarop het wél lukte om verschil te maken. Dat is te danken aan ons allemaal: doorzetters, meedenkers en mensen die niet afhaken wanneer het schuurt.

2026 wordt een jaar waarin scherpte nodig blijft, maar ook onderlinge steun. Waarin we blijven bouwen, vragen stellen en niet tevreden zijn met oppervlakkige antwoorden. Jullie betrokkenheid, zichtbaar en achter de schermen, is daarin onmisbaar.

Dank voor het vertrouwen, de inzet en het lef om mee te blijven lopen. We gaan verder. Met open ogen, rechte rug en gezamenlijke focus. Feestelijk jaareinde toegewenst,
Max von Kreyfelt en het team OpNaarWonderland - TICQ
 
Column: Kanonnenvoer voor Theo Francken

Theo Francken heeft opnieuw post verstuurd. Deze keer naar jongeren. Zeventienjarigen. Kinderen die nog geen stemrecht hebben, maar blijkbaar wél oud genoeg zijn om mentaal klaargestoomd te worden voor een oorlog die ze niet begrijpen, niet veroorzaakt hebben en niet aangaat.
Dat heet bij Francken geen ronselen. Dat heet “vrijwilligheid”.
Zoals schulden “kansen” zijn en besparingen “hervormingen”.

Met een gladde glimlach en marketingtaal uit een HR-handboek presenteert hij het leger als een lifestyle-keuze. Avontuur. Groei. Vriendschap. Een aantrekkelijk loon. Alsof het gaat om een tussenjaar in Australië, niet om training in georganiseerd geweld. Alsof de eindbestemming niet een slagveld is, maar zelfontplooiing.

Francken weet precies wat hij doet. Hij richt zich niet tot kritische volwassenen, maar tot een generatie die is opgegroeid in onzekerheid, met kapotbezuinigd onderwijs, onbetaalbare woningen en een toekomst die structureel is uitgehold. En dan zegt hij: kijk, hier is een uniform, hier is inkomen, hier is betekenis. Dat is geen aanbod. Dat is morele chantage.
En waarvoor precies?

Niet voor de verdediging van Nederland. Nee, voor een geopolitiek schaakspel waar zij pionnen in zijn. Voor een oorlog die al lang beslist is in vergaderzalen, ver buiten hun leefwereld, door mannen die zelf nooit een helm zullen dragen behalve op persmomenten.
Francken roept dat hij niemand “naar het front” wil sturen. Natuurlijk niet. Dat doet de realiteit wel. Dat doen bevelen. Dat doen escalaties. Dat doet geschiedenis, iets wat Francken graag instrumentaliseert bij herdenkingen, maar zorgvuldig negeert wanneer ze lessen bevat.

Hij laat jongeren dromen over kameraadschap, maar zwijgt over PTSS.
Hij spreekt over paraatheid, maar niet over dood.
Hij verkoopt discipline, maar niet over gehoorzaamheid aan bevelen die je later je leven lang achtervolgen.

En dan die hypocrisie. Wanneer zijn eigen kinderen ter sprake komen, staat Francken “scherp”. Logisch. Maar wanneer het gaat over de kinderen van anderen, is hij plots visionair, strategisch en moedig. Moed is makkelijk wanneer iemand anders het risico draagt.
Wat Francken doet is immoreel. Omdat hij jongeren reduceert tot middel. Tot voorraad. Tot menselijk materiaal. Hij schuift hen richting oorlog met dezelfde lichtheid waarmee anderen stages promoten. Dat is ethisch verwerpelijk en juridisch dubieus, maar vooral: menselijk leeg.

De jonge generatie is geen strategische buffer.
Geen verzekering voor falend buitenlands beleid.
Geen decorstuk voor stoere toespraken.
Wie jongeren voorbereidt op oorlog zonder volledige waarheid, zonder democratisch mandaat, zonder directe noodzaak, pleegt geen leiderschap maar misbruik van gezag.
De geschiedenis kent zijn types. Ze herkent hen altijd te laat. Maar ze vergeet hen nooit.
Inhoudelijk gaat Francken als voetnoot de geschiedenis in. Zijn nageslacht zal het tot diepe schaamte drijven.
 
Column: Weet Dick Schoof wel dat er een exodus plaats vindt?

Zou Dick Schoof het beseffen?

Terwijl in Den Haag wordt gesproken over “solidariteit”, “rechtvaardige lasten” en “de sterkste schouders”, pakken ondernemers ondertussen hun koffers. Geen persbericht. Geen Kamerdebat. Geen drama. Gewoon: rekeningen verplaatsen, structuren ombouwen, vermogen overhevelen. Onroerend goed verkopen. Stil. Efficiënt. Zakelijk. Weg!

De stille exodus.
Een hermetische leegloop van twee generaties aan mensen, kennis, ideeën en kapitaal.

Niet omdat deze mensen dol zijn op woestijnzand of wolkenkrabbers, maar omdat ondernemen in Nederland voelt als fietsen met de handrem erop, terwijl Schoof achterop roept dat je harder moet trappen. Belastingen omhoog. Regels erbij. Onzekerheid als standaard. Alles onder het kopje ondernemersrisico. En wie daar iets van zegt, krijgt een morele lezing cadeau.

Wat opvalt: niemand kondigt zijn vertrek aan. Ondernemers stemmen niet met een rood potlood, maar met een Excel-sheet en een vliegticket naar Dubai. Ze wachten geen verkiezingen af. Geen beleidsevaluaties. Ze doen wat rationeel is. En rationeel is steeds vaker: Beste mijnheer Schoof, u niet meer. Hier niet meer.

In Schoofs regeerperiode blijven bedrijven uit zelfbehoud.soms formeel in Nederland, voor de naam, voor de relaties, voor de buitenkant. Maar groei, investeringen en liquiditeit vinden elders plaats. Buiten het zicht. Buiten de statistieken. Buiten de politieke radar. Weg van Den Haag.

En daar wringt het. Want in Den Haag wordt beleid nog altijd gemaakt alsof ondernemers blijven omdat ze dat “horen te doen”. Alsof morele druk sterker is dan fiscale realiteit en ambtelijke regeldrift. Maar ondernemers luisteren niet naar speeches van onbetrouwbare politici. Ze willen niet afhankelijk zijn van een krakende ambtelijke molen. Ze reageren op prikkels die zeggen: nee.

De ironie is pijnlijk. Terwijl Den Haag praat over het bestrijden van ongelijkheid, verdwijnt precies dat kapitaal en die ondernemersvitaliteit waarmee je een land draaiende houdt. Minder investeringen. Minder banen. Minder belastingopbrengst, uiteindelijk.

Misschien ziet Schoof het niet omdat het stil gebeurt. Geen faillissementen., headlines, of boze demonstraties. Alleen lege stoelen in boardrooms, stillere terminals op luchthavens, minder overslag in Rotterdam en meer Nederlandse BV’s met een buitenlands adres en bankrekening in de kleine lettertjes.

Maar geen paniek.
Gelukkig zitten de nieuwe ondernemers al klaar. In spreadsheets heten ze potentieel, in beleidsnota’s onbenut kapitaal en in persconferenties de toekomst van onze economie. Dat ze voorlopig in azc’s zitten is slechts een detail. Ondernemerschap is tenslotte een mindset, geen balanspost.

De vraag is: wanneer merkt Den Haag dat je ondernemers niet moet wegjagen, juist wanneer je ze het hardst nodig hebt?
 
Column: Strijd pleegt roofbouw
(Deze column is als dankwoord gericht aan al mijn vrienden en volgers die hebben meegeleefd na het het overlijden van Robert Jensen en tijdens mijn ziekbed.)

Lieve vrienden en volgers,

Ik heb lang gedacht dat strijd vooral iets mentaals was.
Dat je het kon winnen met argumenten, met doorzettingsvermogen, met gelijk.

Mijn lichaam dacht daar anders over.

13 jaar leven in voortdurende strijd, tegen framing, uitsluiting en macht, zette mij in een permanente staat van paraatheid. Altijd aan. Altijd alert. Altijd klaar om te reageren. Alsof rust iets was dat ik me pas later mocht veroorloven.

Op dezelfde dag kregen Robert Jensen en ik een attaque. Hij aan zijn hart, ik aan mijn hersenen.
Hij overleefde het niet. Ik wel.
Dat verschil voelt niet als geluk, maar als waarschuwing.

Strijd pleegt roofbouw. Niet meteen. Niet zichtbaar.
Maar geniepig langzaam, in stilte.

Je verliest eerst slaap. Dan ruimte. Dan mensen.
Vrienden verdwijnen. Gesprekken worden dunner.
Het leven krimpt tot het gevecht zelf.

Wat ik toen nog niet wilde zien, was dit:
het lichaam maakt geen onderscheid tussen een fysieke aanval en jarenlange sociale druk. Tussen een directe dreiging en voortdurende onzekerheid. Stress is geen mening. Het is biologie.

Vrijheidsstrijd wordt graag geromantiseerd.
Wie volhoudt is sterk.
Wie breekt was kennelijk niet sterk genoeg.

Maar dat verhaal klopt niet.

Want structurele strijd zonder herstel is geen moed, het is uitputting. Je hoeft niet te verliezen op inhoud. Het lichaam neemt uiteindelijk het besluit.

Het gevaarlijkste moment is wanneer lijden normaal wordt.
Wanneer uitputting voelt als plicht.
Wanneer stoppen geen optie meer lijkt omdat het gelijk te groot is om los te laten.

Dan vecht je niet meer tegen macht.
Dan internaliseer je haar.

Ik moest bijna sterven om dat te begrijpen.

Dat ik hier nog ben terwijl Robert er niet meer is, heeft mijn kijk veranderd. Niet op vrijheid, die blijft ononderhandelbaar, maar op hoe je haar draagt.

Strijd vraagt geen zelfvernietiging.
Ze vraagt zorg, steun, ritme en begrenzing.
Niet minder scherpte, maar meer duurzaamheid.

Minder reageren.
Meer regie.
Herstel als strategie.

Want waarheid heeft niets aan uitgeputte dragers.
En vrijheid heeft niets aan mensen die eraan bezwijken.

Strijd mag iets kosten.
Maar niet ons leven.
Ik hou van jullie,
Blijf leven!
Max von Kreyfelt
 
Column: Diplomatie bestaat niet meer

Er was een tijd dat diplomatie bestond uit glimlachen die niet klopten, woorden die niets zeiden en diners waar iedereen wist dat men elkaar verachtte, maar beleefd genoeg was om dat niet hardop te doen. Die tijd is voorbij. We leven nu in het tijdperk van de microfoon zonder filter en de tafel zonder servet.

Neem het VIP-diner in Davos. Besloten, exclusief, zorgvuldig geregisseerd. Zilveren bestek, zacht licht, macht in maatpakken. En dan staat daar Howard Lutnick, die blijkbaar heeft besloten dat subtiliteit een Europese hobby is waar Amerika geen tijd meer voor heeft. Hij opent zijn toespraak niet met een compliment, geen bruggetje, geen “we staan samen voor uitdagingen”, maar met een botte mededeling: Europa presteert ondermaats, Amerika wint, einde verhaal.

Dat is geen diplomatie. Dat is PowerPoint-retoriek zonder slides.

Christine Lagarde, voorzitter van de Europese Centrale Bank, doet wat in deze tijd zeldzaam is: ze staat op. Ze blijft niet zitten om te glimlachen voor de camera’s die er officieel niet zijn. Ze corrigeert niet achteraf met een zorgvuldig geformuleerd persbericht. Ze loopt weg.

Dat moment zegt meer dan duizend communiqués.

Het diner vond plaats tijdens het World Economic Forum in Davos, het jaarlijkse toneelstuk waarin wereldleiders doen alsof ze samen de wereld besturen, terwijl ze in werkelijkheid vooral elkaar taxeren, testen en publiekelijk aftroeven. Davos is geen overleg meer, het is een arena. Geen ronde tafel, maar een podium. Wie hard spreekt, wint. Wie nuanceert, verliest.

Diplomatie veronderstelt dat woorden zorgvuldig gekozen worden omdat relaties fragiel zijn. Dat tijdperk is ingeruild voor het tijdperk van de directe vernedering. Bondgenoten spreken elkaar toe alsof ze concurrenten zijn. Concurrenten alsof ze vijanden zijn. En vijanden alsof het publiek applaus belangrijker is dan stabiliteit.

Wat hier gebeurde, was geen incident. Het was een symptoom. Diplomatie vereist zelfbeheersing, en zelfbeheersing is in een wereld van clicks, markten en spierballenpolitiek verdacht geworden. Wie hard praat, lijkt sterk. Wie blijft zitten, lijkt zwak. Wie wegloopt, wordt “emotioneel” genoemd, vooral als het een vrouw is.

Maar misschien was dit juist diplomatie in zijn laatste, eerlijke vorm. Geen toneel, geen beleefdheidsleugen. Gewoon laten zien waar de grens ligt. Niet door te spreken, maar door te vertrekken.

Als dit het nieuwe normaal is, dan zijn diners geen ontmoetingen meer, maar testmomenten. Geen gesprekken, maar demonstraties. En diplomatie? Die is verdwenen. Die is vervangen door iets simpelers, luiders en gevaarlijkers: gelijk willen krijgen in plaats van samen verder moeten. Davos is een open mic night.

En dat smaakt zelfs in Davos bitter.
 
Column: Ik ben Nederlander
Max von Kreyfelt

Ik ben Nederlander. Dat is geen identiteit meer, het is een administratieve status. Iets wat je invult op formulieren en verder vooral niet te hard zegt, want dat kan als ongemakkelijk worden ervaren. Door wie precies, weet niemand, maar het gevoel is duidelijk: wees trots met mate.

Ik ben Nederlander, dus ik klaag zachtjes. Niet te luid, want dat is ondankbaar. Niet te stil, want dan lijk ik apathisch. Ik mopper bij de koffieautomaat, maar stem braaf op partijen die beloven het mopperen serieus te nemen, later. Veel later.

Ik geloof in regels. In procedures. In loketten. Ik weet dat het misgaat, maar ik vertrouw erop dat er een commissie komt die uitlegt waarom het onvermijdelijk was. Dat geeft rust. Zolang iemand het uitlegt, hoef ik het niet te begrijpen.

Ik ben Nederlander, dus ik betaal. Voor energie die onbetaalbaar wordt. Voor woningen die onbereikbaar zijn. Voor zorg die wacht. Voor beleid dat uitlegt waarom dit allemaal nodig is. Betalen voelt als bijdragen, en bijdragen voelt als morele superioriteit. Dat maakt het dragelijk.

Ik geloof in overleg. Overleg is onze nationale sport. We praten tot het probleem zichzelf oplost, of verdwijnt uit de media. Actie is eng. Actie kan ongelijkheid veroorzaken. En ongelijkheid is alleen acceptabel als ze onzichtbaar blijft.

Ik ben Nederlander, dus ik ben tolerant. Dat betekent dat ik alles accepteer, behalve mensen die ergens écht een grens trekken. Grenzen zijn on-Nederlands. Ze suggereren keuzes. En keuzes leiden tot conflict. Conflict leidt tot stellingname. Dat is vermoeiend.

Ik zeg dat het een gaaf land is. Niet omdat het zo voelt, maar omdat het zo hoort. Wie het te vaak tegenspreekt, wordt al snel problematisch. Kritiek mag, zolang ze constructief blijft. Constructief betekent: zonder gevolgen.

Dus ja, ik ben Nederlander.
Ik kijk toe. Ik betaal mee. Ik hoop dat het goed komt.
En als het misgaat, zeg ik: dat had niemand kunnen voorzien.

Dat is geen cynisme.
Dat is nationale identiteit.
 
Column: Nausicaa Marbe: De morele Telegraaf-sirene van dienst
Max von Kreyfelt

Wat een opluchting: extreemrechts is weer bezig met een zegetocht, omdat Nausicaa Marbe het heeft opgeschreven. En als iets in de krant staat, dan is het zo. Zeker als het past binnen het vaste morele script van De Telegraaf: stoer doen, braaf blijven.

De column leest als een brandalarm zonder brand. Veel rook, veel sirenes, geen vlammen. PVV-kiezers zijn “ontevreden burgers”, een sympathieke term, zolang ze vooral niet zelf gaan nadenken. Doen ze dat wel en lopen ze een andere kant op dan het door de redactie aangewezen pad, dan zijn ze plots complotdenkers, Kremlinfluisteraars en antisemieten. Efficiënt. Scheelt uitleg.

Forum voor Democratie wordt daarbij opgevoerd als de onvermijdelijke eindbaas van het kwaad. Geen lezer die daar zelf zo over dacht, maar omdat Marbe dat alvast voor hem regelt. Denken uitbesteden, dat is ook een service. De krant als morele kinderopvang: wij letten wel op, u hoeft alleen te knikken.

De ironie wil dat De Telegraaf zich nog altijd verkoopt als anti-establishment, terwijl ze in werkelijkheid functioneert als huisorgaan van het aanvaardbare. Bepaald door het establishment. Alles mag gezegd worden, zolang het eindigt bij dezelfde conclusie als in Den Haag. Radicaal van toon, keurig in lijn. Een soort rebelsheid met vergunningsstempel.

En dan Lidewij de Vos. Fris, nieuw, gevaarlijk, maar vooral omdat ze niet door de juiste mensen is goedgekeurd. Dat ze volgens Marbe inhoudelijk tekortschiet, blijkt vooral uit het feit dat ze niet spreekt in het vertrouwde dialect van beleidsnota’s en framingwoorden. Wie niet klinkt als het systeem, is een risico voor het systeem. Diagnose gesteld.

Wat haar column vooral verraadt, is geen inzicht in de samenleving, maar angst voor verlies van controle. Angst dat burgers iets willen wat niet vooraf is gefilterd. Angst dat verkiezingen niet langer een veilige uitkomst hebben. En als je die angst niet kunt oplossen, dan kun je haar altijd moraliseren.

Zo wordt “extreemrechts” geen beschrijving meer, maar een bezweringsformule. Een woord dat hard genoeg moet klinken om vragen te smoren. De Telegraaf blaast mee op de fluit, Marbe houdt het ritme, en samen verzekeren ze elkaar dat het allemaal nog onder controle is.

Totdat het publiek bij de komende verkiezingen opnieuw besluit niet langer naar een opgewarmde en voorgekauwde prak te willen luisteren.

Maar geen paniek. De weggelopen abonnees en adverteerders worden ruimschoots gecompenseerd met subsidies. Betaald door u en mij. .
 
Column: Op persoonlijke titel, op kosten van de samenleving
Max von Kreyfelt

Ruben Brekelmans heeft een flexibele relatie met zijn functie. Wanneer hij beleid verdedigt, spreekt hij als minister van Defensie. Wanneer hij wordt bevraagd over zijn deelname aan het Young Global Leaders-programma van het World Economic Forum, is hij ineens gewoon Ruben. Op persoonlijke titel. Het is een indrukwekkende verdwijntruc: het ambt blijft achter in de garderobe, de invloed gaat mee naar binnen.

Volgens Brekelmans speelt zijn ministerie geen rol bij de selectie voor het programma. Dat is vast waar. Maar ook volstrekt irrelevant. Niemand denkt dat er ambtenaren enveloppen likken. Macht werkt niet via formulieren, maar via toegang. Je hoeft niet te selecteren om geselecteerd te worden; je hoeft alleen maar belangrijk genoeg te zijn om uitgenodigd te blijven.

De uitnodiging verwijst keurig naar zijn ministerschap. Niet omdat dat iets zegt over invloed natuurlijk, maar omdat men bij het WEF graag weet wie er toevallig verantwoordelijk is voor defensiebudgetten, militaire inzet en veiligheidsbeleid. Pure administratieve zorgvuldigheid.

Wanneer Kamerlid Pepijn van Houwelingen hem confronteert met uitspraken van Klaus Schwab over het “penetreren van kabinetten”, weigert Brekelmans er iets van te vinden. Niet zijn taak. Niet zijn rol. Alsof hij per ongeluk is binnengelopen bij een machtsplatform dat zichzelf expliciet zo noemt. Dat is geen voorzichtigheid, dat is selectieve doofheid. Arrogantie. Misleiding.

Het WEF, zegt Brekelmans, is vooral een platform voor dialoog. Bestuurlijk codewoord voor gesprekken zonder notulen, besluiten zonder stemming en invloed zonder verantwoordelijkheid. Democratie mag toekijken vanaf de zijlijn, zolang ze maar niet te veel vragen stelt.

En dat doet het parlement dus wel. Maar het krijgt procedurele antwoorden op principiële vragen. Formeel correct, inhoudelijk leeg. Wie vraagt naar legitimiteit krijgt netwerkjargon. Wie vraagt naar macht krijgt stilte.

Zo ontstaat een nieuwe bestuursstijl: ministers die regeren in besloten kringen en verantwoording afleggen in voetnoten. Altijd op persoonlijke titel. Altijd met publieke gevolgen.
De hamvraag; neemt deze minister dan ook deel in zijn eigen tijd en op eigen kosten?
 

Forum statistieken

Onderwerpen
4.662
Berichten
612.865
Leden
8.695
Nieuwste lid
FAGAgueda5
Word vaste donateur van dit forum
Terug
Bovenaan