We rijden door, een uur verderop, naar een plek ergens in de polder. Op een geheime locatie zou zich een herdenkingsplek bevinden voor slachtoffers van ritueel misbruik.
Op een grijze middag slaan we vanaf een doorgaande weg een onverhard pad in, parkeren de auto onder een oude notenboom, en lopen nog zo’n 100 meter verder, over een rommelig landgoed dat zich het best laat vergelijken met een volkstuinencomplex. In het gras naast het pad vinden we, zoals beloofd, een kunstwerk.
Het is gemaakt van het onderste deel van een boomstam. Halverwege is een beeldje geplaatst. Een soort engel met een baby in de armen, omringd door grote, beschutting biedende vleugels.
Op het grint eromheen liggen gladde stenen, soms in hartvorm, met daarop namen van vermeende slachtoffers van ritueel misbruik en hun omgekomen kinderen. Tussen de stenen staan speelgoedautootjes en beschilderde kunstvlinders op stokjes.
Er is een gemeenschap van ‘overlevers’, die bij elkaar steun vinden in hun verhaal, en die ook deze herdenkingsplek hebben ingericht. Een plek die niemand kent, behalve zij.
Het beeld van de engel en de baby is ook terug te vinden in de smalle boekenkast in Liannes huis. Op ooghoogte staan meerdere miniatuurversies. Ze symboliseren de afgebroken zwangerschappen die ze zegt te hebben meegemaakt.