Euthanasie

Dit onderwerp bevat 8 reacties, heeft 3 stemmen, en is het laatst gewijzigd door  Lievergezond 1 jaar, 1 maand geleden.

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)
  • Auteur
    Berichten
  • #154649

    Lievergezond
    Participant

    Heeft iemand van jullie deze uitzending(en) gezien?
    http://www.npo.nl/2doc-levenseindekliniek/15-02-2016/VPWON_1248719
    http://www.npo.nl/napraten-over-de-levenseindekliniek/15-02-2016/VPWON_1258958

    Het woord “Huppakee” blijft wel hangen bij net als het kapsel van 1 van de begeleidend psychiaters.

    2Doc: Levenseindekliniek Ma 15 feb 2016 20:25

    Documentaire
    De Levenseindekliniek krijgt zo’n twaalfhonderd euthanasieverzoeken per jaar, waarvan er ongeveer 350 worden ingewilligd. Daarmee voorziet de Levenseindekliniek, die vier jaar geleden van start ging, duidelijk in een behoefte. Welke dilemma’s en overwegingen spelen een rol bij het toekennen of afwijzen van euthanasie? Welke mensen melden zich? Hoe bepaal je wanneer iemand ondraaglijk lijdt of is uitbehandeld? En rekt de Levenseindekliniek daarmee de grenzen van de euthanasiewet op? Dat wordt duidelijk in de documentaire Levenseindekliniek. Marcel Ouddeken en Hans Kema filmden gedurende anderhalf jaar patiënten en medewerkers. De Levenseindekliniek wordt ingeschakeld door mensen die een actuele euthanasiewens hebben en geen hulp krijgen van hun (huis)arts. Het zijn vaak de moreel gecompliceerde zaken: mensen met dementie, psychiatrische patiënten en mensen die hun leven als voltooid beschouwen. De documentaire volgt drie patiënten die om euthanasie hebben verzocht, vanaf hun eerste verzoek aan de Levenseindekliniek. De filmmakers waren bij gesprekken, filmden de patiënten thuis bij hun dierbaren en legden de dagelijkse gang van zaken op het kantoor vast. De documentaire geeft zo inzicht in het functioneren van een instelling die mensen probeert te helpen die met hun euthanasieverzoek bij hun eigen arts geen gehoor vinden. Een instelling waar als dank geen geboortekaartjes maar rouwkaarten binnenkomen. De documentaire volgt onder anderen de doodswens van een honderdjarige die naast lichamelijke klachten vooral ‘klaar met het leven’ is. Actueel, want in februari verschijnt het langverwachte advies van de commissie Voltooid leven o.l.v. Paul Schnabel dat duidelijk moet maken of ‘klaar met leven’ voldoende mag zijn voor euthanasie. Ook wordt een dementerende patiënt gevolgd wiens euthanasie door de huisarts werd geweigerd. Hoe gaat het team van de Levenseindekliniek hiermee om?

    Coen Verbraak praat met drie betrokkenen over de dilemma’s rond de actuele euthanasiepraktijk in Nederland.

    Een collega van mij begon in dit verband over een film uit de jaren ’70 die hier bij aansluit. Soylent Green heet die film. Mike heeft er, zag ik in de cache van google, in het varkenstopic al eens over gesproken. Eng thema. Gaat over mensen die van de gemeente een brief krijgen dat ze dood moeten/ Mogen rond hun 65ste.
    Lekker thema!

    #154668

    Lievergezond
    Participant

    Hannie wil dood
    18 februari 2016 om 07:00 door Luuk Koelman

    Het is de week van de euthanasie. Op tv zie ik de 69-jarige Hannie uit Heerenveen. Hannie wil dood. Ze lijdt aan semantische dementie en kan haar gedachten nauwelijks nog ordenen, of omzetten in woorden. Daarom wil zij ‘huppakee, weg.’

    Een aantal jaren eerder heeft Hannie een wilsverklaring met een dementie-clausule laten opstellen. Maar haar huisarts twijfelt. Hij wil het Hannie zélf horen zeggen, maar dat kan ze niet meer.

    Uiteindelijk is een arts van de Levenseindekliniek bereid te helpen. Zeven moeizame gesprekken voert hij met Hannie. Pas dan is hij overtuigd. Nu zitten ze gedrieën op de bank: de arts, Hannie en haar man. Er moet een sterfdatum worden geprikt. De arts wijst in zijn agenda. Komt komende maandag uit? Dan kan Hannie, schaatsfan, nog mooi de afsluitende dag van het WK in Thialf meepikken.

    Hannie kijkt wat stuurs voor zich uit. “Kan het niet nu, huppakee weg?”

    Nee, dat kan niet. De camera zoomt in. De arts noteert in zijn agenda, op maandag: ‘Huppakee. Weg.’

    Op zondag gaan Hannie en haar man met de auto naar Thialf. De laatste keer samen in 35 jaar. Hannie rijdt. Dat kan ze nog. Autorijden is voor haar een automatisme. Haar man zit naast haar, in het oranje uitgedost. Even later zitten ze samen op de tribune. “Heb je het naar je zin?” vraagt haar man.

    “Huppakee,” antwoordt Hannie.

    Na afloop deint ze nog even glimlachend mee met de muziek van een dweilorkest.

    Maandag. De arts is er. Hannie’s zus en hoogbejaarde moeder zijn er ook. “Wil je nog koffie?” vraagt haar man.

    Maar Hannie wil geen koffie. “Huppakee, klaar, nu,” zegt ze.

    Het volgende moment zit Hannie in haar leunstoel. Ze krijgt het dodelijke infuus toegediend. Haar man leunt over haar heen. Hij zoent haar en zoent haar en zoent haar. “Ga maar lekker weg,” zegt hij. Hij aait zijn vrouw. “Het is zo over, meisje, even dapper wezen, je bent al zo’n tijd dapper.” Dan zakt haar hoofd voorover. Als vanzelf glijdt Hannie uit het leven.

    Haar man huilt. Hij legt zijn hoofd op haar schouder. “Dank je wel,” zegt hij tegen de arts.

    De arts staat op. Hij wil naar buiten, een sigaret. Het was mooi, zegt hij wat ongemakkelijk, het ging vlot. Geen gesnurk en dat soort dingen.

    In het eindshot zien we Hannie’s man, ontspannen vissend aan de waterkant. En jawel hoor, plots weet heel televisiekijkend Nederland het zeker: die man is mooi van zijn demente vrouw af! Zelfs het woord moord valt regelmatig. Met dat oordeel mogen de arts, Hannie’s man, haar zus en haar hoogbejaarde moeder het nu doen.

    Dát is wat deze documentaire ons leert: laat nooit een cameraploeg toe in je leven. Ze filmen braaf alles, maar bij de eindmontage word je hoe dan ook genaaid. Televisie is tegenwoordig alleen nog maar interessant wanneer de kijker fijn kan oordelen over mensen waar hij niets van weet.

    http://www.metronieuws.nl/columns/2016/02/hannie-wil-dood

    #154671

    fatsnotbad
    Keymaster

    Een collega van mij begon in dit verband over een film uit de jaren ’70 die hier bij aansluit. Soylent Green heet die film. Mike heeft er, zag ik in de cache van google, in het varkenstopic al eens over gesproken.

    Ik op 29 mei 2014:

    Ooit de film Soylent Green gezien uit 1973? Die gaat over een dictatoriale wereld, waarin de bevolking wordt voorzien van eveneens zeer voedzame, groene voeding. Totdat uitkomt dat politieke tegenstanders verwerkt worden in deze voeding en dat de bevolking dus kannibaliseert op zijn eigen dissidenten!

    Mike

    #154673

    Lievergezond
    Participant

    Gatverdamme!
    Ik moet wel moed verzamelen om die film te gaan kijken.
    Hij staat gewoon op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=abUkTD3pEgI

    #154675

    Lievergezond
    Participant

    Huppakee weg? Deze euthanasie roept vragen op

    De euthanasie van de demente vrouw in de docu Levenseindekliniek ging volgens de regels. Toch heeft klinisch ethicus Erwin Kompanje er met verbijstering naar gekeken. Hij legt uit waarom.

    Erwin Kompanje

    18 februari 2016
    NPO over haar documentaire
    “De Levenseindekliniek krijgt zo’n twaalfhonderd euthanasieverzoeken per jaar, waarvan er ongeveer 350 worden ingewilligd. Daarmee voorziet de Levenseindekliniek, die vier jaar geleden van start ging, duidelijk in een behoefte. Welke dilemma’s en overwegingen spelen een rol bij het toekennen of afwijzen van euthanasie? Welke mensen melden zich? Hoe bepaal je wanneer iemand ondraaglijk lijdt of is uitbehandeld? En rekt de Levenseindekliniek daarmee de grenzen van de euthanasiewet op? Dat wordt duidelijk in de documentaire Levenseindekliniek. Marcel Ouddeken en Hans Kema filmden gedurende anderhalf jaar patiënten en medewerkers. De Levenseindekliniek wordt ingeschakeld door mensen die een actuele euthanasiewens hebben en geen hulp krijgen van hun (huis)arts. Het zijn vaak de moreel gecompliceerde zaken: mensen met dementie, psychiatrische patiënten en mensen die hun leven als voltooid beschouwen. De documentaire volgt drie patiënten die om euthanasie hebben verzocht, vanaf hun eerste verzoek aan de Levenseindekliniek.” (tekst: 2Doc/NPO)

    De uitzending, maandagavond op NPO, zal voor menigeen indringend, voor sommigen mooi en voor anderen schokkend zijn geweest. Schokkend omdat de vrouw thuis op de bank zit en de kijker, nadat het euthanaticum is toegediend, het leven uit de vrouw ziet verdwijnen.

    Een uitzonderlijk beeld voor de televisie waarop doorgaans alleen geacteerd overlijden te zien is. Ik was, ondanks veertig jaar ervaring in de gezondheidszorg, verbijsterd, verwonderd en verontrust. En velen, zo bleek de dagen erna, met mij. Maar waarom? De levensbeëindiging was immers door de toetsingscommissie ‘als zorgvuldig’ beoordeeld.

    Verbijstering
    De vrouw leed aan semantische dementie. Deze patiënten begrijpen woorden niet meer, kunnen daardoor gesprekken niet meer volgen en verarmen toenemend in hun woordenschat. De betekenis van woorden en concepten gaat verloren. Hun leefwereld wordt hierdoor steeds kleiner.

    Als je dit weet is het raar dat er, tot vlak voor de levensbeëindiging, tegen de vrouw wordt gesproken alsof zij woorden nog in de context kan begrijpen. De reden voor de euthanasie was immers dat zij niet meer kon communiceren en geen begrip meer had voor woorden en dingen. Aannemelijk begreep zij de vragen van de arts of ‘zij nog koffie wilde’ en ‘is het genoeg?’ niet.

    We zien haar afwezig en inadequaat reageren. Wat bedoelde de vrouw met het veel door haar herhaalde ‘huppakee weg’? De echtgenoot en de levenseindekliniek-arts ‘vertaalden’ dit als ‘ik wil dood’. De arts schrijft de woorden zelfs in de agenda als markeringspunt voor de levensbeëindiging. Maar we horen haar ook ‘huppakee’ zeggen terwijl zij vrolijk naar het schaatsen kijkt.

    Is het gezien de ziekte wel reëel om woorden überhaupt nog te willen interpreteren. Is er nu een levensbeëindiging uitgevoerd op basis van lege woorden en interpretaties door anderen van deze lege woorden bij een patiënt die niet begreep wat er gebeurde?

    Verwondering
    In het oordeel van de toetsingscommissie staat dat ‘…er aanvankelijk sprake was van het niet kunnen vinden van de juiste woorden met later ook verlies van het woordbegrip; patiënte gebruikte woorden zonder inhoud waardoor de taal leger werd door het gebruik van vage omschrijvingen.’

    ‘Huppakee-klaar’ zijn dus ‘lege’ woorden. Dat dit ‘vertaald’ is als ‘ik wil dood’ is onlogisch. ‘De levenseindekliniek-arts was ervan overtuigd dat het lijden van de patiënte ondraaglijk en naar heersend medisch inzicht uitzichtloos was’, noteerde de commissie. ‘Volgens hem heeft patiënte in haar wilsverklaring duidelijk geanticipeerd op de effecten die progressie naar globale demente voor haar zouden hebben: afhankelijkheid, regieverlies en het onvermogen mensen te herkennen en beschrijft dit als een voor haar ondraaglijke situatie.’

    #Levenseindekliniek

    Hoe kan iemand anticiperen op onvoorspelbare toekomstige ervaringen? De overtuiging van de arts is daardoor niet meer dan zijn subjectieve interpretatie. Het sterkste motief om de euthanasiewens van patiënte te honoreren was volgens de arts gelegen in haar wilsverklaring waarin hij las dat zij de consequenties voor haar verlies van communicatie goed besefte. Was de ontstane situatie wel hetgeen wat zij primair als ondraaglijk voor ogen had? Ik zou dat graag actueel bevestigd zien. We weten dat het menselijk is om je grenzen te verleggen. Volgens de huisarts heeft de vrouw nooit mondeling om euthanasie gevraagd.

    De levenseindekliniek-arts bezocht patiënte zeven keer. ‘Gedurende die gesprekken had de arts naar eigen zeggen patiënte beter leren kennen en verstaan. (..) Ook uit gedragingen van patiënte leidde de arts af dat zij euthanasie wilde.’ Als de reden voor euthanasie nu juist het ontbreken van communicatie was en de woorden ‘leeg’ waren, hoe kan de arts dan met haar hebben gesproken en begrepen wat zij bedoelde? Hoe kan je zo’n patiënt in een paar gesprekken ‘leren verstaan’? Nogmaals, dat is toch slechts subjectieve interpretatie.

    Dan de SCEN-arts. ‘Op de vraag van de consulent of zij niets meer kon en dood wilde, geeft patiënte in opvallend heldere bewoordingen antwoord en bevestigde op een rustige, overtuigende manier in vloeiende zinnen dat zij niets meer kon en dood wilde.’ Wonderlijke frase in commissierapportage. Als zij zo glashelder kon verwoorden dat zij leed en dood wilde en dat nu juist de reden voor euthanasie het ontbreken van de mogelijkheid tot communicatie was, kan ik dit niet rijmen. Zeker als je bedenkt dat semantische dementie een progressieve ziekte is die niet plots kan verbeteren.

    Verontrusting
    Ik bleef na het bezien van de documentaire, het lezen van de wetenschappelijke literatuur over semantische dementie en het verslag van de toetsingscommissie, verbijsterd, verwonderd en verontrust achter. En velen met mij.

    Het waren met name gezondheidszorgprofessionals die op sociale media en televisie hun afkeer en verontrusting uitten. Deze keer niet alleen op religie gebaseerde afkeur, maar op fundamentele gronden. Dat laatste is een ernstig teken.

    De documentaire zou weleens een kantelpunt over de grens van euthanasie kunnen worden: dat levensbeëindiging van mensen die hun wil zelf niet meer kunnen bevestigen en die uitgevoerd wordt door artsen die niet primair betrokken zijn en op basis van subjectieve interpretatie van lege woorden en vroegere wilsverklaringen toch echt niet kan. Ook niet in Nederland.

    Dr. Erwin J.O. Kompanje is klinisch ethicus aan het Erasmus MC Universitair Medisch Centrum Rotterdam

    http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/18/wat-bedoelde-ze-nou-met-huppakee-weg-deze-eutha-1593148

    #154676

    Lievergezond
    Participant

    Levenseindekliniek, de documentaire

    Ze heeft het woord ‘euthanasie’ nog nooit gebruikt. Ze heeft tegen haar huisarts nooit gezegd dat ze dood wil. Toch krijgt ze euthanasie. Van een arts van de Levenseindekliniek. En dat is te zien in de documentaire ‘Levenseindekliniek’ die 13 februari in première ging in De Balie in Amsterdam en maandagavond de 15e op televisie te zien is.

    In de documentaire van Marcel Ouddeken werden drie mensen gevolgd die dood wilden. De eigen huisartsen wilden aan die wens niet meewerken, en zo kwamen ze bij de Levenseindekliniek terecht. Deze kliniek is er juist voor de groep mensen die met hun doodswens geen gehoor vindt bij de eigen artsen, en evenmin over eigen ideeën of middelen beschikt om het leven te beëindigen. De kliniek bestaat sinds maart 2012 en voorziet in een behoefte. Er melden zich jaarlijks zo’n 1200 mensen. De artsen van de kliniek voeren ongeveer 400 euthanasieën per jaar uit. Onvriendelijk, maar feitelijk gesteld, is het een doodsfabriek: euthanasie is het enige product dat eruit komt. Geen zorg, geen warmte, geen liefde. Hooguit een afwijzing op het euthanasieverzoek.

    Eerlijk gezegd draaide mijn maag om toen ik naar de documentaire keek. Mijn maag draaide vooral om vanwege Hannie Goudriaan. Een vrouw met vergevorderde dementie, die volgens haar (euthanasiaste) man dood wilde. Ze had werkelijk geen enkel benul van het hele euthanasietraject, dat bleek op alle cruciale momenten van het traject: als de euthanaserend arts over haar verzoek kwam praten, maar ook toen de euthanasie werd uitgevoerd. Ze wilde gewoon ‘Huppakee. Weg.’ Misschien wilde ze wel rusten? Misschien wilde ze naar de visboer? Misschien wilde ze een ommetje maken? Nooit eerder zag ik een euthanasie die op een executie leek. Een afslachting. Maar de echtgenoot vond het mooi. En de arts vond het ook waardig, ‘want ze snurkte er niet bij’.

    Willen we dit?

    Behalve de vrouw met vergevorderde dementie, waren er twee andere hoofdpersonen in de documentaire: een zelfdestructieve man met een obsessief compulsieve stoornis (dwanghandelingen, dwanggedachten) en een 100-jarige vrouw die haar leven voltooid vond. Daarmee bestreek de documentaire de drie patiëntengroepen die in het middelpunt van de belangstelling staan als het gaat over de toepassing van euthanasie: mensen met dementie, mensen met een psychiatrische ziekte en mensen die klaar met leven zijn. De vragen die de documentairemakers willen oproepen zijn vragen als: Wat vinden we van de ontwikkeling dat bij mensen uit deze patiëntengroepen euthanasie plaatsvindt? Willen we dit als maatschappij?

    IMAG3113Ik ben benieuwd wat deze documentaire gaat losmaken. Wat het losmaakt in Nederland kan ik onmogelijk inschatten. Misschien is dit inderdaad wat ‘we’ willen: een servicedienst die de dood op bestelling levert, zonder al te moeilijk te doen, voor iedereen die maar wil. Misschien schrikt men zich juist rot: ‘Ja, maar dít willen we niet!’

    Vooruitgang annex glijdende schaal

    Het lijkt mij makkelijker te voorspellen wat het losmaakt in het buitenland, met name in de landen waar men over invoering van euthanasiewetgeving nadenkt, of waar men net daartoe is overgegaan. Ik denk dat daar de pleuris uitbreekt. Ieder land – op België na – denkt bij euthanasie vooral aan mensen die wij inmiddels in Nederland ‘de klassieke doelgroep’ noemen: mensen met kanker, uitbehandeld, terminaal, oneerbiedig gezegd ‘op sterven na dood’. Zo begonnen we, sinds we de Euthanasiewet hebben (2002). Het duurde maar respectievelijk zeven en acht jaar, voordat de eerste persoon met dementie en met psychiatrische klachten voor euthanasie in aanmerking bleek te komen. En nu? Nu zitten we al op tientallen mensen met dementie of psychiatrische klachten per jaar. Mét het stempel ‘goedgekeurd’ door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, de commissie die beoordelen of artsen zich aan de zorgvuldigheidscriteria van de wet houden.

    Ik denk dat men in het buitenland schrikt van deze razendsnelle vooruitgang annex glijdende schaal. En niet zo’n klein beetje ook. Misschien herinneren mensen zich nog hoeveel de documentaire ‘Dood op verzoek’ (1994) losmaakte. In die documentaire werd het euthanasietraject gevolgd van een ALS-patiënt. Ik denk dat de documentaire ‘Levenseindekliniek’ een veelvoud aan reacties oplevert. Nederland komt nooit en te nimmer meer af van het stempel ‘euthanasieland’. En dat is dan nog een vriendelijk woord.

    Het is aftellen tot de constatering wordt gemaakt dat mensen met dementie hun leven niet veilig zijn in Nederland, zeker niet als je een euthanasiaste partner hebt. Het is aftellen tot de constatering wordt gemaakt dat we een beschamend, armoedig niveau van psychiatrische zorg bieden. Het is aftellen tot de constatering wordt gemaakt dat de Nederlandse samenleving een lege samenleving is, die oude mensen niet meer het gevoel kan geven van betekenis te zijn.

    Betrouwbaarheid artsen

    IMAG3099Bij iedere euthanasie van iedere hoofdpersoon in de documentaire zat iets engs. De huisarts van de vrouw met dementie durfde de euthanasie niet aan, omdat hij er niet van overtuigd kon raken dat ze (ondraaglijk en uitzichtloos) leed, dat ze wilsbekwaam was en dat ze dood wilde. En dat gold ook voor een SCEN-arts en een neuroloog die hij had ingeschakeld. Bij de Levenseindekliniek was de arts echter onmiddellijk overtuigd van haar doodswens. Hij werkte mee aan de euthanasie in de taal die de vrouw sprak: ‘Huppakee. Weg.’ schreef hij in de agenda. Ik stond versteld. Als meningen over de diagnose én de mate van wilsbekwaamheid, als fundament voor een euthanasiewens, zó kunnen verschillen, hoe betrouwbaar zijn artsen dan nog, als beroepsgroep? Niet, lijkt me.

    Bij de euthanasie van de man met psychiatrische klachten was niet zozeer de euthanasie het meest eng, maar de uitspraken van de euthanaserend arts. Zij was, zeg maar, degene die de psychiatrische cliënten deed. En zij zei: “Vijftig procent van de mensen die zich uit deze groep bij de Levenseindekliniek meldt, wijzen we af. En dan zie je later dat ze toch op één of andere manier wel weer een weg in het leven vinden. Ook bij de andere vijftig procent zien we soms gaandeweg het traject dat er ontwikkelingen zijn waardoor men van de euthanasie afziet.” Hoe sterk moet het pleidooi zijn voor de stelling dat een doodswens bij deze categorie patiënten voorbij kan gaan? Hoe sterk wil je de zekerheid hebben dat mensen doodgemaakt worden die daar – als het zou kunnen – achteraf ontzettend spijt van hebben?

    Onderdanige, zelfbeschikkende patiënt

    Een tweede tragische randje aan deze casus: hoewel euthanasie steeds vaker gerelateerd wordt aan ‘zelfbeschikking’ van de patiënt, was de mate van afhankelijkheid ten opzichte van de arts enorm. De patiënt sméékt letterlijk om hulp, en barst in tranen uit als de euthanaserend arts na een eerste half uur (!) praten samenvat dat ze overtuigd is van zijn ondraaglijke lijden en dat ze het euthanasietraject gaat starten. Ik vond het een ontzettend ongezonde verhouding: die wanhopige, onderdanige patiënt en die God-spelende arts.

    IMAG3119Tot slot de de 100-jarige vrouw die klaar met leven was. Ze ziet het leven niet meer zitten. Het leven ervaart ze als eentonig, haar vingers worden stijf, ze komt met moeite uit bed en ze zit ‘de hele dag’ op de wc. Als ze wakker wordt denkt ze: bah, ik ben weer wakker. Gelijktijdig geniet ze nog van haar wijntje, en lijkt ze een jonge meid als ze kort voor haar euthanasie een uitje van de Stichting Ambulancewens naar het strand heeft.

    In de uitzending gaat men er niet op in, maar ze had vier maanden geleden haar zoon verloren. Dat is geen licht life-event. Misschien moet mensen de gelegenheid worden gegeven van een dergelijke klap enigszins te herstellen? Dat zal mogelijk de overweging zijn geweest van haar huisarts, ‘een jonge vrouw die er niets van wilde weten’, zoals de 100-jarige het zei. Toch voorzag de Regionale Toetsingscommissie deze euthanasie van het stempel ‘zorgvuldig’.

    Dieptepunt voor Toetsingscommissies

    Ik heb al eerder mijn sterke twijfels geuit over het nut van de Toetsingscommissies (die de voorbije tien jaar 0,00029 van de gemelde euthanasieën aan het Openbaar Ministerie voorlegden), maar ik denk dat mijn waardering nu wel op het diepste dieptepunt is beland. Ik vraag me af of de commissieleden ook déze mensen en déze situaties voor ogen hadden toen zij – van papier – kennismaakten met deze casussen. Zouden ze nu nog rustig kunnen slapen? Ik zou dat knap vinden.

    De artsen in de documentaire laten geen misverstand bestaan over de waarde van hun werk voor de ‘algemene’ euthanasiediscussie. Bedoeld wordt: de praktisering van euthanasie buiten de Levenseindekliniek om. De artsen van de kliniek ‘halen de kastanjes uit het vuur’, zoeken uit hoe ver de Euthanasiewet uit te rekken valt en voelen zich strijders ‘in de voorhoede van het euthanasiefront’. Eentje spreekt letterlijk de verwachting uit dat euthanasie krijgen ‘straks soepeler gaat’, als er in de kliniek de nodige ervaring is opgedaan met de uitvoering van euthanasieën op mensen met dementie, psychiatrische klachten of levensmoeheid. De leden van de RTE’s hebben deze artsen duidelijk aan hun zijde.

    De uitspraken van de artsen sluiten aan bij de surrealistische ervaring die ik regelmatig had tijdens het kijken naar de documentaire. Zat ik niet naar een persiflage te kijken? Was dit echt écht? Ik moest vaak denken aan de sketch van Van Kooten en De Bie uit 1989, waarin Van Kooten op het politiebureau aangifte doet van een aantal euthanasieën die hij in zijn straat ‘heeft bedreven’. De politieagent die de aangifte opneemt is wel wat verbaasd, maar hij schrijft het allemaal zonder oordeel op. Dit moet de ultieme natte droom van de Levenseindekliniek-artsen zijn.

    Wie lijdt er aan semantische dementie?

    Zorgelijk, en in feite hilarisch, tot slot, is het ontbreken van realistisch vocabulaire over de dood in de documentaire. Hoewel de documentaire begint met uitleg over de ‘semantische dementie’ van één van de drie hoofdpersonen, lijken het vooral de Levenseindekliniek-artsen zelf te zijn die daaraan lijden. Geen enkele arts neemt het woord dood in de mond. Of sterven. Of overlijden. Nee, patiënten ‘krijgen rust’, gaan ‘lekker slapen’ en worden ‘goede reis’ toegewenst. Het geeft te denken dat er zelfs bij deze artsen schroom lijkt te bestaan om te benoemen waarover het hier gaat. Zou de Levenseindekliniek nog net zo populair zijn als het de Doodsfabriek heette?

    http://www.bureaumorbidee.nl/euthanasie/levenseindekliniek-de-documentaire/

    #154678

    Kaaskanlekkerzijn
    Participant

    Ik heb het gezien. Hier is nog een interessante discussie: http://www.npo.nl/de-wereld-draait-door/16-02-2016/VARA_101377081

    #154688

    Lievergezond
    Participant

    Het verhaal achter huppakee-weg en de dood van Hannie

    De dood van Hannie Goudriaan in de documentaire Levenseindekliniek heeft veel ophef veroorzaakt. ‘Dit was executie.’ Maar wat liet de documentaire niet zien?

    DOOR MAUD EFFTING

    Arts Remco Verwer werd deze week recht in zijn gezicht een moordenaar genoemd. Het gebeurde in De Wereld Draait Door, waar de documentaire werd besproken waarin hij als arts van de Levenseindekliniek euthanasie verleende aan een vrouw. Die euthanasie had nooit plaats mogen vinden, vond de hoogleraar cognitieve neurowetenschap Victor Lamme tegenover hem. ‘Moord met anderhalf miljoen getuigen’, zette hij op Twitter.

    De vrouw die de euthanasie kreeg, Hannie Goudriaan, leed aan semantische dementie. Een ziekte waardoor ze steeds minder woorden tot haar beschikking had. Daardoor kon ze haar euthanasiewens niet goed verwoorden: het woord dood was uit haar vocabulaire verdwenen.

    In de documentaire ziet de kijker haar alleen nog zinnen uitbrengen als: ‘Ik moet huppakee’, ‘Ik wil graag klaar’ en ‘Nou, dan ga ik dus eigen helemaal klaar’.

    Alleen als haar man haar letterlijk vraagt of ze dood wil, zegt ze: ‘Ja.’

    ‘Zeker weten?’, vraagt haar man.

    ‘Ja’, zegt ze.

    ‘Vind je dat niet erg voor mij?’, vraagt hij. ‘Dat je dood gaat?’

    ‘Ja, dat is juist huppakee’, zegt ze.

    Toch is even later ook te zien hoe de vrouw in de auto stapt: ze kan nog wel autorijden. ‘Op de automatische piloot’, aldus haar man. Ook filmen de documentairemakers hoe ze de dag voor haar dood naar het schaatsen in Thialf gaat en een dansje maakt voor een dweilorkest.

    Niet veel later is te zien hoe ze op de bank, naast haar man, de injectie krijgt met een dodelijk middel. Het bloed trekt uit haar gezicht, voor de ogen van honderdduizenden kijkers. ‘Verschrikkelijk’, stamelt ze, als ze het slaapmiddel krijgt ingespoten. ‘Het is verschrikkelijk.’

    Daarna barst de kritiek los. ‘Nooit eerder zag ik een euthanasie die op een executie leek’, schrijft iemand.

    ‘Levensgevaarlijk’, twittert de SGP.

    ‘De huppakee-weg-euthanasie’, stelt ethicus Erwin Kompanje.

    Hoogleraar Lamme vindt dat er sprake is van euthanasie-marketing. ‘Levenseindekliniek laat schaamteloos zien hoe iemand wordt gedwongen tot euthanasie’, schrijft hij in een tweet.
    De eerste signalen

    Maar wat zit er precies achter de beelden?

    Hoe zit het euthanasieproces in elkaar dat, relatief gezien, razendsnel in beeld werd gebracht in de documentaire? In nog geen twintig minuten gaat Hannie Goudriaan naar het einde.

    ‘Eigenlijk hadden de makers meer tijd moeten inruimen voor haar verhaal’, zegt haar huisarts Gert Bloemberg. ‘Op zich wordt het goed verteld, maar het is wel opgeknipt en vermengd met twee andere verhalen. Daardoor is het niet volledig. De achtergrond van haar lijden ontbreekt. Dat had meer belicht kunnen worden.’

    Het is 2008 als de eerste signalen komen. ‘Ze vertelde mij toen voor het eerst dat het niet goed zat in haar hoofd’, zegt haar man Gerrit Goudriaan. ‘Ze wist dingen niet meer.’

    Zijn vrouw Hannie Goudriaan werkte voorheen als verpleegkundige en telefoniste bij het UWV.

    De huisarts beschrijft hoe het echtpaar rond 2011 in zijn praktijk komt. De neuroloog heeft dan al vastgesteld dat ze semantische dementie heeft. ‘Toen kon ze het nog wel verwoorden’, zegt hij. ‘Op dat moment kende ze de woorden dood en euthanasie nog wel. Ze zei: als ik door de dementie te veel achteruit ga, als ik mensen niet meer herken, als ik me niet meer kan communiceren, dan wil ik niet meer leven. Dat zette ze ook op papier, in een wilsverklaring. Het was heel helder wat ze wilde. Ze wilde gewoon niet verder met een leeg hoofd.’

    Vanaf dat moment vertelt Hannie het ook voortdurend tegen vrienden, familie en kennissen, zegt Goudriaan. ‘Ze zei: ik heb wat in mijn hoofd dat niet over gaat maar erger wordt. En als ik vind dat het genoeg is, dan is het over. Dan wil ik niet meer.’ In de jaren die volgen doen ze zo veel mogelijk leuke dingen. Maar langzaam aan lukken die dingen ook niet meer, zegt haar man. Ze snapt het niet meer.

    ‘En dan wordt het dinsdag 4 november 2014, na een weekend Thialf’, zegt Goudriaan. ‘Na het eten zei Hannie tegen mij: ik wil weg. Ik zei: dat is goed, maar het zal niet makkelijk zijn.’ Twee dagen later wijst ze hem zelfs de datum aan in de agenda, zegt hij.

    Niet lang daarna zitten ze bij huisarts Bloemberg. Die begrijpt wat ze wil. ‘Maar ik kon daar toen niet zo veel mee’, zegt die. ‘Ze zat daar niet-lijdend voor me. Je kon niet zo veel aan haar zien. Ik wilde haar eerst vaker bezoeken, voordat ik de euthanasie in gang kon zetten.’

    Dat doet hij. ‘Ik ben verschillende keren geweest. Ze was echt vasthoudend. Als ik bij haar kwam, zei ze: ik wil nú weg. Ik zei dan dat het op dat moment niet zomaar ging.’

    Hij schakelt een psychiater, een geriater, een neuroloog en een SCEN-arts in. De neuroloog oordeelt dat geen uitspraak kan worden gedaan over haar wilsbekwaamheid: er is geen communicatie mogelijk. ‘Ik heb ze allemaal gevraagd: hoe zit het nou? Klopt het volgens jullie ook dat ze euthanasie wil? Iedereen zag haar lijden. Al die specialisten. Maar niemand durfde hardop te zeggen dat dat ‘huppakee’ van haar ‘euthanasie’ betekende. Dus op het laatst stond ik er een beetje alleen voor.’

    ‘Ik heb lang getwijfeld’, zegt Bloemberg. ‘Ik gunde haar die euthanasie, maar ik kon het niet hard maken. Het was te complex voor mij als huisarts. Kijk, een Levenseinde-kliniek heeft veel meer ervaring met die dingen. Zij hebben een batterij aan mensen die hiermee om kunnen gaan. Ik moest alleen verder. Het was een moeilijke tijd. Vooral om tegen haar en haar man te zeggen: ik doe het niet.’

    Hannie gaat ook vaak alleen naar de huisarts. Zonder afspraak. Aan de balie meldt ze steeds dat ze ‘weg’ wil.

    ‘Ik werd gebeld door de assistente met de vraag of ik Hannie wilde komen halen’, zegt haar man. ‘Bij de huisarts was ze gaan vragen wanneer hij het nu kwam doen. In de wachtkamer zag ik een hulpeloos hoopje mens zitten. Dat was mijn vrouw Hannie.’ Hij vertelt dat ze die dag huilt. ‘Later op de dag belde ze haar zus met de vraag of er iemand was die het zou willen doen.’

    Niet lang daarna rijdt Hannie volgens hem naar het kerkhof. ‘Op mijn vraag wat we hier moesten, antwoordde ze: kijken of hier wat is om het te doen.’
    ‘Wanneer doen we het?’

    Het is eind 2014 als arts Remco Verwer van de Levenseindekliniek Hannie voor het eerst ontmoet. Hij ziet haar wilsverklaring en leest de verslagen van de casemanager-dementie die haar de afgelopen jaren heeft begeleid. ‘Uit die verslagen bleek dat haar euthanasiewens actueel bleef. De casemanager vroeg haar bijvoorbeeld wanneer ze wilde overlijden. Als het niet meer gaat, zei ze dan. Op die manier had ze haar verzoek up-to-date gehouden.’

    Hij spreekt meerdere mensen over haar. ‘Ze was een wilskrachtige dame, die graag de regie in handen had’, zegt hij. ‘Een vrouw die ergens voor stond: als ze ja zei, was het ook ja. Ze zijn vanuit het westen in een Fries dorp gaan wonen. Zij begon meteen van alles te organiseren. Binnen de kortste keren waren ze geliefd in het dorp. En dat is knap, om er tussen te komen in Friesland.’

    In totaal legt hij zeven bezoeken aan haar af. Daar merkt hij dat ze met een mes roert in plaats van een lepel, dat ze wegloopt als ze alleen thuis is, dat ze de controle verliest over eten, over drinken, dat ze nauwelijks woorden meer heeft, dat ze mensen niet meer herkent.

    Eigenlijk, zegt Verwer, was ze in de toestand gekomen die ze had beschreven in haar wilsverklaring. ‘Ze was hoe ze absoluut niet had willen zijn.’

    Dat ze nog auto reed, dat was bizar, zegt hij. ‘Het was een van de weinige dingen die ze nog deed, maar iedereen vond dat spannend. De casemanager wist niet wat ze ermee moest. Ze was ook weleens ergens gestrand. Maar ik vond het in die fase niet op mijn weg liggen om te zeggen: dat kan niet. Al kan ik me achteraf best voorstellen dat het had moeten gebeuren.’

    Het genieten van muziek of van schaatsen, ziet hij niet als tegenstrijdig. ‘Dat iemand ondraaglijk lijdt, wil niet zeggen dat hij de hele dag huilend, schreeuwend en jammerend achter de geraniums zit. Het wil niet zeggen dat je geen oog meer hebt voor een mooi moment of iets leuks.’

    ‘Soms kwam ik onverwachts’, zegt hij. ‘Om te kijken of ze me herkende. Als ik daar dan was, zat ze me stil aan te kijken. En dan riep ze plotseling: wanneer doen we het? Wanneer huppakee?’

    Uiteindelijk vraagt hij een SCEN-arts naar haar te kijken.

    Die ziet haar onder vier ogen, zonder haar man. Volgens het verslag van de toetsingscommissie heeft ze dan ineens een ongewoon helder moment. Tijdens dit gesprek zegt ze: ‘Er is niets meer, het is leeg, ik kan niets meer, ik ben alles kwijt, ik wil weg.’ Op de vraag van de SCEN-arts of ze dood wil, antwoordt ze volgens hem ‘in opvallend heldere bewoordingen’. Haar woorden en gedrag overtuigen de arts, aldus het verslag.

    Verwer, de arts die het zal uitvoeren, is ‘honderd procent overtuigd van haar doodswens’, zegt hij. ‘Ik heb geen twijfels. En nog steeds niet. Het was voor mij invoelbaar.’
    De injectie: ‘Verschrikkelijk’

    Thuis op de bank zal Verwer haar de injectie geven.

    Dat de vrouw vlak voor haar overlijden ineens vraagt of het ook op een andere plek mag, verrast hem. ‘We hadden eerder afgesproken – ook met haar – dat we het daar zouden doen. Zo kon de familie er goed bij zijn.’

    Om de sfeer kalm te houden, kiest hij ervoor om op dat moment samen met haar man ‘een coachende rol’ te vervullen, zegt hij.

    ‘Gewoon lekker op de stoel’, zegt Verwer.

    ‘Ga lekker in de stoel zitten’, zegt haar man.

    Dat ze op het allerlaatst nog het woord ‘verschrikkelijk’ in de mond neemt, ziet hij niet als protest. ‘Als je het slaapmiddel bij iemand inspuit, kan dat pijnlijk of onaangenaam voelen. Dat heb ik vaak zien gebeuren. Ze keek op dat moment naar de plek van het infuus. Ze probeerde te verwoorden hoe dat voelde, maar ze had niet veel woorden. Ik heb haar als rustig geïnterpreteerd. Ze bleef ook rustig zitten, ze leunde tegen haar man aan.’

    ‘Het is zo over, meisje’, zegt haar man dan tegen haar. ‘Effe dapper wezen. Je bent al zo’n tijd dapper.’

    Niet lang daarna overlijdt Hannie Goudriaan, 68 jaar oud. De toetsingscommissie oordeelt dat de euthanasie zorgvuldig was.
    Eindbalans

    Is dit een ‘huppakee-weg-euthanasie’?

    ‘Dat is wat sommige mensen ervan maken’, zegt Verwer. ‘Dat is pijnlijk. Vervelend. Het getuigt niet van goede smaak. Het maakt een karikatuur van deze mevrouw. En het maakt een karikatuur van alle mensen die verloren gaan in hun dementie. Maar het is vooral vervelend voor de echtgenoot van deze vrouw. Het doet geen recht aan wat hij voor haar heeft gedaan en gevoeld. Het doet geen recht aan welke vorm van overlijden dan ook.’

    ‘Om het land meer inzicht te geven’, zegt Verwer, ‘was het misschien helderder geweest als duidelijk was geworden dat ik vaak bij hen was geweest. Maar we wilden ons niet met de makers bemoeien. Zij hebben integer gewerkt.’

    De makers, Marcel Ouddeken en Hans Kema, willen alleen kort reageren. ‘Dat er achteraf veel reacties zouden komen, hadden we wel verwacht’, schrijven ze. ‘Voor een goed oordeel over de documentaire vinden we het wel belangrijk dat-ie in z’n geheel wordt bekeken.’ Ze zeggen volledig achter hun documentaire te staan.

    Huisarts Bloemberg is duidelijk. ‘Ik vind dit een terechte euthanasie. Ik sta erachter. Hij heeft het goed gedaan. Dat heb ik ook tegen de documentairemakers gezegd, maar dat is niet in beeld gekomen.’

    Gerrit Goudriaan reageert kort op de twee hoogleraren die de euthanasie als ‘moord’ bestempelden. ‘Van een hoogleraar verwacht je niet de woordkeuzes die de heren Koerselman en Lamme bezigden’, zegt hij. ‘Het ontbrak er nog aan dat ze zich in hun handen gingen zitten wrijven om het plezier dat ze hadden. En voor de rest: laten ze zich weer lekker terugtrekken tussen hun boeken.’

    #154691

    Lievergezond
    Participant

    hoi Kaaskanlekkerzijn, dank voor die link van de discussie in DeWereldDraaitDoor.
    Op een gegeven moment kom ik er dan voor mezelf achter waar de schoen echt ging wringen bij deze kwestie van de “huppakee”-mevrouw: Hannie. Op het laatste moment blijkt dat ze niet zittend in een stoel wil sterven en ze zegt bij het inbrengen van het fatale infuus: “dit is verschrikkelijk”. Ik vind dan persoonlijk dat een arts dan bij dit soort tekenen gevoelig genoeg mag zijn om te willen interpreteren wat dit betekent voor de persoon in kwestie bij onduidelijkheid daarover. Het gaat hierbij wel om mogelijk laatste wensen. En dat heeft de “euthanasie-arts” in kwestie niet gedaan: hij zei -in de wereld draait door: daar was hij aanwezig- omdat hij het niet verstandig vond om op deze onrust in te gaan. Zijn redenatie was ongeveer zoiets: hij had alles al doorgesproken in zeven gesprekken met Hannie en ze had al een euthanasieverklaring afgegeven toen ze nog goed bij kennis was. Dus dat was allemaal keurig “afgedekt”. Je ziet in deze documentaire ook goed hoe procedures en planningen zich niet altijd goed of altijd niet goed verhouden tot gevoelens van mensen die fluctueren tot en met de laatste ademteug aan toe.

9 berichten aan het bekijken - 1 tot 9 (van in totaal 9)

Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.